Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 20 mei 2014, 16:21

Shell ontkent gevaar CO2-bubbel

Aandeelhouders hebben geen enkele reden om zich zorgen te maken over een dalende olieprijs of een carbon bubble. Dat schrijft Shell in een brief aan investeerders.

Shell800

De Brits-Nederlandse oliemaatschappij reageert daarmee indirect op een rapport van het Carbon Tracker Initiative dat waarschuwt voor de financiële gevolgen van de carbon bubble en daaruit volgende stranded assets. Grote oliemaatschappijen houden daar geen of onvoldoende rekening mee, schrijft CTI.

In het rapport stelt Carbon Tracker dat oliemaatschappijen er onterecht van uitgaan dat de prijzen voor olie en gas hoog blijven. De inkomsten uit fossiele brandstoffen moeten dure projecten financieren als oliewinning op de Noordpool, uit teerzanden en diepzeeboringen. Shell is volgens het CTI een van de maatschappijen die het meeste risico loopt. Het onderzoeksbureau raadt investeerders meer in het algemeen aan rekening te houden met tegenvallende scenario's.

 

Luchtbel

 

Niet alleen kostbare oliewinprojecten bedreigen de winstgevendheid. CTI schat ook dat twee derde van alle bewezen voorraden aan olie, gas en steenkool in de grond moeten blijven om te voorkomen dat de wereldwijde gemiddelde temperatuurstijging boven de twee graden Celsius uitkomt.

Fossiele bedrijven hebben hun bewezen voorraden vaak al op hun balans staan, waar de aandeelprijs weer mede op gebaseerd is. Een deel van de balanswaarde zal dus niet gewonnen mogen worden, waarmee olie- en gasbedrijven overgewaardeerd zijn.

Investeerders zijn bezorgd over die carbon bubble. Eerdere rapporten van onder andere het Britse parlement en de fractie van de Groenen in het Europees Parlement waarschuwden voor de financiële gevolgen van de CO2-luchtbel voor onder andere pensioenfondsen.

Carbon Tracker staat niet alleen in zijn kritische blik op de fossiele brandstofsector. Het Europese handelshuis Kepler Chevreux, Citi Group en onderzoeksbureau Salford Bernstein kwamen eerder met soortgelijke waarschuwingen.

 

Stijgende vraag

 

Maar in de open brief aan de aandeelhouders stelt Shell dat de risico's meevallen. Het onderzoek naar stranded assets, een verzamelnaam voor onrendabele fossiele projecten, vertoont volgens de multinational enkele fundamentele fouten.

Het olie- en gasbedrijf stelt dat de komende decennia de wereldwijde behoefte aan olie en gas zal blijven stijgen door een groeiende wereldbevolking die een steeds hogere levensstandaard nastreeft. Daardoor zal er geen sprake zijn van prijsdalingen. Shell verwacht dat de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen tot 2050 en daarna voortduurt. Het aandeel olie en gas in de totale energiemix blijft 40 tot 60 procent, zo denkt het bedrijf.

 

Klimaatprobleem

 

Opvallend genoeg onderschrijft het bedrijf wel het risico van klimaatverandering zoals geschetst door het IPCC. In de brief schrijft Shell dat het de mening deelt van het VN-klimaatpanel dat met 'hoge waarschijnlijkheid' de opwarming van de aarde meer dan twee graden zal zijn voor het einde van de 21e eeuw.

Hoe het bedrijf denkt wel olie en gas te kunnen blijven verkopen, maar hoe klimaatverandering tegen te gaan blijft echter onduidelijk. Als enige relevante oplossing verwijst de brief naar CO2-opslag en -afvang. Die techniek staat op dit moment nog in de kinderschoenen.

Volgens het eigen New Lens-scenario is het mogelijk het klimaatprobleem gedurende deze eeuw op te lossen, maar niet eerder dan 2050. Zet de wereld zijn consumptie van fossiele brandstoffen in het huidige tempo door, dan is de veilige grens van twee graden rond 2040 gepasseerd.

Shell houdt rekening met een urgenter politiek en maatschappelijk debat. Goede inhoudelijke discussies over klimaatverandering zijn nodig, maar de hedendaagse realiteit moet daarin wel een plaats krijgen, vindt de oliemaatschappij. Daarnaast verwacht Shell niet dat er dwingende maatregelen komen om de CO2-uitstoot te verlagen.

Bron: Shell, Carbon Tracker Initiative | Foto: Rick Noordhuizen via Flickr

TNO test vrachtwagens zonder chauffeur

Bij de proef rijdt een onbemande truck automatisch achter een vrachtwagen met chauffeur. Het combineren van twee trucks levert volgens TNO een besparing van 10 tot 20 procent brandstof op, doordat voertuigen die vlak achter elkaar rijden minder brandstof gebruiken. Toepassing op grote schaal levert 20 procent minder CO2-uitstoot en minder files. De capaciteit van de weg wordt efficiënter gebruikt. Eerder toonde TNO in praktijkproeven al aan dat colonnes auto’s automatisch kunnen rijden. Op een afgesloten deel van de A270, tussen Well en Eindhoven, communiceerden de voertuigen met elkaar en met systemen langs de weg. De auto’s reden op korte afstand van elkaar en reageerden vrijwel direct op elkaar, waardoor de doorstroming op de weg verbeterde. De volgende stap in het onderzoek is test van de technologie met vrachtwagens. Praktijkproeven “In de sector transport en logistiek is de business case duidelijker en sneller te realiseren dan bij personenauto’s. Nu gaan we dit concept van autonoom en coöperatief rijden toepassen voor vrachtwagens”, aldus Daan de Cloe van TNO. TNO wil met praktijkproeven aantonen dat trucks zonder chauffeur veilig zijn.  “De overheid moet toestemming geven om deze proeven op de openbare weg uit te voeren. De eerste tests zullen we op afgesloten weggedeelten doen, maar daarna willen we aantonen dat het principe ook veilig werkt in het dagelijks verkeer”, zegt de Cloe. Om dit aan te tonen, lanceerde de organisatie het programma Automated Driving, waarin TNO samenwerkt met overheden, universiteiten en het bedrijfsleven. In eerste instantie richt het concept zich op Nederland, maar er werken ook al buitenlandse partners mee aan het project. In de toekomst wordt de technologie volgens de Cloe mogelijk een nieuw exportproduct. Bekijk hier de video van TNO over de eerste demonstratie van onbemande personenauto's:Bron: TNO | Foto: Edo Dijkgraaf via Flickr