André Oerlemans
02 februari 2024, 09:30

Thuisbatterij: speeltje voor de rijken of belangrijke spil in energietransitie?

Zijn thuisbatterijen een speeltje voor rijkere Nederlanders die de energierekening willen drukken? Of heeft straks iedereen er eentje? Zorgen ze er dan via slimme online platforms voor dat mensen niet alleen ’s avonds hun eigen zonnestroom gebruiken? En zijn ze in staat samen congestie op het elektriciteitsnet op te lossen? En waarom heeft Duitsland er al 1,1 miljoen en Nederland slechts 5.000?

Zonneplan nexus De Nexus van Zonneplan is een van de slimme thuisbatterijen in Nederland | Credits: Zonneplan

Er is momenteel nauwelijks een groter twistpunt in discussies over de energietransitie: de thuisbatterij. Nutteloos en overbodig, stelt Thomas Dekker, business developer bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) en voorzitter van het Platform Duurzame Huisvesting. “Hij is vooral voorbestemd voor de rijkere energienerds die het leuk vinden om een thuisbatterij te hebben. Die groep wordt niet heel erg groot”, zei hij in een twistgesprek tijdens het congres ‘Toekomst van Solar’ in Den Haag.

Net zo ingeburgerd als een mobiele telefoon

Toch zijn thuisbatterijen over tien jaar helemaal ingeburgerd in Nederland, denken leveranciers en producenten. “Vroeger hadden alleen rijke mensen schoenen en nu iedereen. Vroeger hadden alleen rijke mensen een mobiele telefoon en nu iedereen. Zo ging het ook met zonnepanelen en nu hebben 2,6 miljoen huishoudens zonnepanelen. Zo gaat het ook met de thuisbatterij”, voorspelt Peter Desmet, CEO en oprichter van groothandel Solarclarity.

Ook directeur Jos van der Linden van gerenommeerd thuisbatterijproducent GivEnergy Europe denkt er zo over. “Over tien jaar zijn ze onderdeel van verschillende slimme systemen die met elkaar praten en communiceren, waardoor je energie op het ene moment bewaart en op het andere moment gebruikt. Er is dan een slim elektriciteitsnet op klein en groot niveau”, denkt hij.

Half miljoen thuisbatterijen in Duitsland

Sinds Milieu Centraal in 2022 de thuisbatterij afraadde, woedt er discussie over het nut van eigen opslag van groene stroom door huishoudens. Te duur, brengt te weinig op en dus niet rendabel, concludeerde het onafhankelijke kenniscentrum destijds. Bovendien vragen die batterijen om grondstoffen die elders in de energietransitie beter benut kunnen worden en zorgt de winning voor milieuvervuiling.

Toch is de thuisbatterij daarna steeds populairder geworden. Producenten als GivEnergy
en recent Zonneplan
bestormen er de Nederlandse markt mee. Start-up Charged wist het afgelopen jaar ruim 2.100 thuisbatterijen van Nederlandse makelij te verkopen. In Nederland stonden in 2022 naar schatting 1.350 thuisbatterijen en eind vorig jaar zo’n 5.000. Dat is nog niets vergeleken met omliggende landen.

In Duitsland werden er in het afgelopen jaar 573.000
nieuwe thuisbatterijen geïnstalleerd en staan er nu 1,1 miljoen. Daar wordt de aanschaf gestimuleerd door verschillende regeleingen. Zelfs België
had er in 2022 al meer dan 50.000.

Steeds goedkoper

Het argument van ‘te duur’ zal snel verleden tijd zijn, verwachten experts. De prijs van thuisbatterijen is de afgelopen tien jaar met 82 procent gedaald, blijkt uit het Nationaal Solar Trendrapport 2024 van Dutch New Energy Research (DNE Research). Kostte een kilowattuur opslag in een lithium-ion batterij in 2013 nog 780 euro, vorig jaar was dat nog maar 139 euro. BloombergNEF verwacht dat in 2030 de prijs nog eens 40 procent lager zal liggen dan in 2023.

Geld verdienen met batterij

Wie een dynamisch energiecontract heeft, kan geld verdienen met thuisbatterijen. Dat kan door afhankelijk van de stroomprijzen op te laden of te ontladen en de stroom te verkopen op de elektriciteitsmarkt. Bijvoorbeeld via platforms als Bliq
of Zonneplan. Maar er is nog een tweede manier om geld te verdienen met batterijen. Netbeheerders betalen namelijk om het net in balans te houden tijdens piekmomenten van vraag of aanbod.

Charged wil zijn batterijen nu online aan elkaar koppelen om er tegen betaling lokaal en regionaal netcongestie mee te temperen. Dat gaat via een zogeheten virtual power plant, een virtuele energiecentrale, waar slimme algoritmes op basis van kunstmatige intelligentie een heel netwerk van windturbines en zonnepanelen, laadpalen, elektrische auto’s, warmtepompen, thuisbatterijen en alles wat stroom opwekt en verbruikt aansturen.

Batterijen nodig voor groei groene stroom

Het afgelopen jaar kwam er in Nederland 4,8 gigawatt aan zonvermogen bij. Met een totaalvermogen van 24,4 gigawatt en gemiddeld 3,5 zonnepaneel per inwoner is Nederland nu wereldkampioen
in zonne-energie. Vorig jaar kwam de helft van alle stroom uit zon en wind en die teller tikt maar door. In 2030 is dat volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) al 85 procent.

Het probleem is echter dat die stroom niet altijd beschikbaar is. Zonnestroom piekt in de zomer overdag rond twaalf uur. Wind vooral ’s nachts in de wintermaanden. Op die momenten is er te veel aanbod en te weinig vraag en kelderen de stroomprijzen. Ook raakt het net overbelast, wat leidt tot congestie en onbalans in de continue spanning van 50 Herz. De oplossing voor al deze problemen: opslag in batterijen of in groene waterstof, die je maakt van overtollige stroom.

Goed, netbeheerders
en energiebedrijven hebben ook nog een tweede belangrijke oplossing: groene energie gebruiken op momenten dat die wordt opgewekt. Dus de elektrische auto laden en de droger, wasmachine en andere apparaten aanzetten als ‘s middag de zon schijnt of als het ’s nachts hard waait.

Accelereer jouw duurzame transitie

Zit jij midden in de duurzame transitie (of sta je nog aan het begin) en kun je wel wat inspiratie, hulp en kennis gebruiken? Kom op 1 juli naar Transition2025 in Amsterdam en laaf je aan de kennis en inzichten van pro’s en peers. De eerste sprekers zijn bevestigd, het belooft een wervelende dag te worden.

Bekijk programma

V.l.n.r.: Onder leiding van Harm Edens gingen Thomas Dekker, Peter Desmet en Jos van der Linden met elkaar in discussie tijdens het congres ‘Toekomst van solar’ | Credit: Good Events & Media

Grote of kleine batterijen

Bij batterijen is het vooral de vraag: doe je het groot of klein? Sla je overtollige groene stroom op in grote batterijen bij zonneparken of bij energiehubs waar windenergie aan land komt? Of in collectieve buurtbatterijen in wijken of op bedrijventerreinen? Of in een net van duizenden of straks honderdduizenden thuisbatterijen in woningen? Daar zijn de experts het niet over eens.

Groot is beter

Thomas Dekker van SVn moest in zijn eerdere baan als manager energietransitie bij Rabobank vaak de businesscase van thuisbatterijen doorrekenen. “Vanuit dat perspectief ben ik geen voorstander van een kleine thuisbatterij achter de deur, maar ben ik er meer voor om dat slim op wijkniveau te doen of om een grote batterijen op midden- en hoogspanningsniveau neer te zetten om de problemen op te lossen. Los van de terugverdientijd is het zonde van het materiaalgebruik.

Het maakt nogal wat uit of je in een wijk honderd kleine batterijen neerzet die je niet efficiënt kunt inzetten of één grotere batterij die je wel constant en efficiënt kunt inzetten”, zegt Dekker. “Er komen gigantische grote batterijen aan die heel snel kunnen reageren. Laat het aan die batterijen over om de onbalans tegen te gaan en niet zozeer aan individuen in elk huis.”

24/7 aan het werk zetten

Dat is denken op de oude manier, vindt Desmet. De thuisbatterij alleen in de zomer gebruiken om zonnestroom op te slaan en er de rest van het jaar niets mee te doen, vindt hij ook onzin. Maar als je hem toch hebt, kun je er ook mee handelen op de elektriciteits- en onbalansmarkt. Om er windenergie in op te slaan of de netcongestie mee tegen te gaan. “Er is geen enkele reden om een batterij niet 365 dagen per jaar 24 uur per dag aan het werk te zetten”, stelt hij. Van der Linden denkt dat beide opties mogelijk en nodig zijn.

“Al die kleine batterijen kunnen via een virtual power plant samen ook één grote batterij vormen. Dat is ook slim omgaan met batterijen”, zegt hij. “Daarom omarmen in Engeland – waar GivEnergy 40 procent van alle thuisbatterijen levert – ook grote energieleveranciers dit concept.”

Bureaucratie ondoordringbaar

Bovendien: dat klinkt leuk, zo’n wijkbatterij op het dorpsplein, maar dat is volgens de leveranciers in de praktijk bijna onmogelijk. Daar geldt heel andere wetgeving voor dan bij een thuisbatterij. Voor een buurtbatterij moet een vergunning aangevraagd worden en dat kan jaren duren. Zeker als omwonenden bezwaar gaan maken. “Dat duurt ellenlang. Je bent zo drie jaar bezig. Dat werkt in de praktijk niet”, zegt Desmet.

Beter zonepanelen afschakelen

Volgens experts worden batterijen nog aantrekkelijker nu de overheid de salderingsregeling gaat afbouwen. De Tweede Kamer is hier al mee akkoord en de Eerste Kamer neemt daar begin februari een besluit over. Over een jaar of vijf mogen eigenaren van zonnepanelen dan de teruggeleverde stroom aan het net niet meer van hun energierekening aftrekken. Dan wordt opslaan in een batterij en ’s avonds zelf gebruiken nog aantrekkelijker. Toch? Nee, zegt Dekker.

“Bij pieken kun je zonnepanelen ook afschakelen. Iedereen is daar heel bang voor, maar daarmee verlies je slechts 2 tot 3 procent van je totale inkomsten. Dat is echt minimaal.”

Kom 1 juli naar Transition2025 in Amsterdam: De toekomst van duurzaamheid begint hier

Claim je ticket

Lees ook:

Van 'groene droom' naar 'grootschalige bosvernietiging': hoe onderzoekers het vertrouwen in biomassa verloren

Biomassa is een parapluterm voor alle hernieuwbare materie van plantaardige of dierlijke afkomst. Denk aan hout, mest, oliën of voedselresten. Je kunt er verschillende dingen mee doen, zoals verwerken tot nieuw voedsel, opwaarderen tot bouwmateriaal of gebruiken als grondstof in kleding. Ook kun je energie winnen uit biomassa. Dat gebeurt door middel van vergisting, vergassing of verbranding van het materiaal. Omdat je biomassa in theorie eindeloos kunt blijven groeien, kun je bij bio-energie spreken van hernieuwbare energie. 200 centrales Op dit moment is hout de populairste bio-grondstof om energie uit te winnen. Er valt geen specifiek percentage aan op te hangen, maar het gaat om verreweg het grootste aandeel in de bio-energiemix. Dat geldt ook voor Nederland. Ons land kent ruim tweehonderd biomassacentrales waar zowel Europees als internationaal kaphout wordt verbrand en omgezet wordt in energie. In 2023 kwam 7,3 procent van onze elektriciteit uit biomassa. Het aandeel in de hernieuwbare energiemix - waarin ook warmte wordt meegerekend - is hoger; in 2022 zo’n 40 procent. Lastig oordeel De energiebron mag dan hernieuwbaar zijn, maar is hij ook duurzaam? Over die vraag woedt al tijden een stevig maatschappelijk debat. Het gevolg is een wirwar van informatie; voor elk argument ter verdediging van bio-energie is er wel een bezwaar te vinden, en vice versa. Dat maakt het voor de gemiddelde persoon lastig om een oordeel te vormen. Hoe kijken Nederlandse onderzoekers naar dit ingewikkelde debat? Meerderheid wetenschappers “Biomassa gebruiken als energiebron begon ooit als een groene droom”, vertelt hoogleraar ecologie Louise Vet. “Die ontstond vanuit het mooie idee dat je bomen kunt planten om de uitstoot van biomassa te compenseren. Dan zou je in een soort evenwicht zijn. Het heeft mensen vertederd, maar het is niet de realiteit.” Vet vertelt aan de telefoon dat ze haar buik vol heeft van het biomassadebat en er het liefst geen seconde tijd meer aan besteedt. Ze vergelijkt de discussie namelijk met het algehele klimaatdiscours, dat niet zo lang geleden nog onevenredig besmet werd met stemmen die beweren dat het allemaal wel meevalt met de opwarming van de aarde. “Door die paar klimaatontkenners leek het in de media alsof de discussie één tegen één was. Daardoor is het voor de lezer totaal onduidelijk dat er in de realiteit sprake is van scheve verhoudingen. Dat geldt ook voor het debat over biomassa. Het grootste deel van de wetenschappers zegt dat het geen goed idee is om hout te verbranden voor energie.” Groeiende twijfels De groene droom waarvan Vet spreekt, werd in het begin nog uitgedragen door het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). Bovendien nam het verbranden van biomassa een vlucht toen de Europese Unie het bestempelde als CO2-neutraal. Inmiddels is het IPCC voorzichtiger in zijn bewoordingen. Energie uit biomassa wordt nu 'niet automatisch gezien als koolstofneutraal, zelfs in de gevallen dat biomassa geacht wordt duurzaam te zijn geproduceerd'. In Nederland raadde de Sociaal-Economische Raad (SER) in 2020 aan om te stoppen met subsidies voor biomassa als energiebron. De organisatie benadrukte namelijk dat we als samenleving biomassa steeds meer nodig zullen hebben voor andere toepassingen. Bovendien vond de SER dat het begrip biomassa in Nederland te eenzijdig was geworden, aangezien de nadruk is komen te liggen op het verbranden van houtpellets (samengeperste stukjes hout). Brandbrieven En inderdaad, de academische wereld begint zich ook steeds meer te verzetten tegen het verbranden van bomen voor onze energievoorziening. In 2018 stuurden zo’n 800 wetenschappers een open brief aan het Europees Parlement waarin ze protesteerden tegen biomassa als energiebron. In 2021 stuurden nog eens 500 wetenschappers een vergelijkbare hartenkreet. Contrast theorie en praktijk Waarop zijn die zorgen gebaseerd? Voornamelijk op het verschil tussen de theorie en de praktijk van houtige bio-energie. Op theoretisch vlak is er weinig mee aan de hand. Men neme een boom, zaagt die om en verbrandt die, waarbij de CO2 die de boom heeft opgeslagen in de atmosfeer terechtkomt. Om dat te compenseren, wordt eenzelfde soort boom weer geplant en wordt de CO2 over de loop van tientallen jaren weer uit de atmosfeer gezogen. Op papier: een netto-uitstoot van nul, een bron van energie die hernieuwbaar is, en – gepaard met het juiste beleid – een systeem dat geen schade berokkent aan de biodiversiteit. Maar de praktijk steekt anders in elkaar. Het herplanten van bomen na de kap blijkt namelijk maar beperkt te gebeuren, terwijl dit essentieel is voor de koolstofneutraliteit van de energiebron. “Bio-energie is een gigantisch industrieel proces geworden, waar enorm veel geld aan wordt verdiend door de bedrijven die zich ermee bezighouden”, vertelt Vet. “Het is een wereldwijde stroom die heeft geleid tot grootschalige bosvernietiging in Oost-Europa en Noord-Amerika. Er worden miljoenen tonnen houtpellets ingevoerd. En in Amerika is bijvoorbeeld helemaal geen herplantplicht.” Kap van oerbossen Er zijn de afgelopen jaren veel berichten naar buiten gekomen over buitenlandse oerbossen die verdwijnen voor de winning van brandhout. Zo bleek in 2021 dat Nederlandse biomassa leidt tot een kaalslag van bossen in Estland. En ook in Oost-Europese landen, waaronder Roemenië, leidt de Europese vraag naar houtige biomassa tot de massavernietiging van beschermde bossen. Waar zulke bossen eerst gezien werden als ‘carbon sink’ – waar CO2 uit de lucht in verdween – worden die dankzij de grootschalige kap nu juist gezien als vervuilers. Naar eigen zeggen importeert de Nederlandse overheid alleen bomen uit gebieden waar het duurzaamheidscriteria kan monitoren. Maar volgens Vet is dit een wassen neus. “Nederland is niet zo goed in handhaving. Bovendien is dit helemaal niet te handhaven. Er wordt in die landen namelijk flink met de criteria gesjoemeld.” Afbetalen schuld Een ander problematisch punt van bio-energie is de zogeheten koolstofschuld. Het verbranden van hout stoot veel CO2 uit, per eenheid zelfs meer dan fossiele brandstoffen. Die ‘schuld’ wordt pas afbetaald over tientallen jaren, wanneer eenzelfde boom volgroeid is en de CO2 weer uit de lucht is opgenomen. Maar juist de komende tien jaar zijn cruciaal voor het halen van het klimaatakkoord van Parijs, en voor het voorkomen van onomkeerbare klimaatschade. Er zijn bepaalde grenzen, tipping points genoemd, die we koste wat het kost moeten vermijden. Urgenda geeft als voorbeeld het smelten van permafrost waarbij ook weer veel broeikasgassen in de atmosfeer terechtkomen. Tipping points vallen niet terug te draaien, en om die reden is het belangrijk om in de komende tien jaar zo min mogelijk CO2 uit te stoten. Energiebronnen met een hoge koolstofschuld zijn om die reden dus een minder goede optie dan bijvoorbeeld zonnepanelen of windmolens."Iedereen begrijpt dat het kaal kappen van Canadese bossen een heel slecht idee is.”Stoppen met de kap Het gat tussen de theorie en de praktijk onderschrijft ook Edwin Hamoen, programmamanager bioraffinage (Wageningen University & Research). “Biomassa als energiebron is niet per definitie slecht. In de toekomst zullen we biomassa steeds meer gaan gebruiken voor hoogwaardige toepassingen, maar dat kan op dit moment in veel gevallen nog niet. We zitten namelijk nog in een transitie. Tijdens die transitie is het dus niet slecht dat bio-afval wordt gebruikt als energiebron. Maar het kappen van bomen die niet gekapt hadden hoeven worden, daar moeten we zo snel mogelijk mee stoppen. Dat is echt geen goede ontwikkeling. Iedereen begrijpt dat het kaal kappen van Canadese bossen een heel slecht idee is.” Goed voor de transitie Hoewel Hamoen ervan overtuigd is dat de verbranding van kaphout moet stoppen, vindt hij het achteraf gezien niet verkeerd dat de winning van energie uit houtige biomassa heeft plaatsgevonden. “Het heeft ons namelijk veel geleerd over het gebruik van biomassa. Maar het is wel iets dat we alleen tijdens de transitie naar hoogwaardiger gebruik moeten doen. In de toekomst moeten we alleen maar energie uit biomassa halen op het moment dat we er anders niks meer mee kunnen. En of dat dan via vergisting, vergassing of verbranding is, dat is nog even de vraag. Al denk ik niet dat er veel ruimte meer zal zijn voor verbranding.” Inmiddels geeft de overheid geen nieuwe subsidies meer af voor het verbranden van biomassa. Wel zijn reeds uitgegeven en langlopende subsidies nog in werking. Daarnaast wordt de bron nog in hetzelfde rijtje geplaatst als andere hernieuwbare bronnen, en wordt hij steevast in rapportages van duurzame energieopwekking opgenomen. Dat wekt de indruk dat het een duurzame energiebron is. Volgens Hamoen heeft dat er simpelweg mee te maken dat het ooit dat stickertje heeft gekregen, wat er vervolgens nooit meer af is gehaald. “De Nederlandse overheid zegt biomassa nodig te hebben om de klimaatdoelen te halen, en het is ze er dus alles aan gelegen om ervoor te zorgen dat het dat stempel behoudt. Het heeft dus meer te maken met beleid dan met iets anders.” Andere biomassa Energie halen uit gekapte bomen mag dan niet de goede oplossingsrichting zijn, hebben andere vormen van bio-afval in de toekomst wel potentie als geschikte en duurzame energiebron? Volgens Vet is het onrealistisch om te denken dat je het huidige aanbod erdoor kunt vervangen. “Je hebt het over miljoenen tonnen. Als je bijvoorbeeld energie zou willen winnen uit koolzaadolie, moet je daar ongeveer heel Nederland mee vol zetten. Dus ik denk dat andere vormen heel lastig zijn. Je kunt wel kleine dingen doen, zoals het vergisten van afval of bruin water. En vergisten is beter dan verbranden, want dan houd je een product over wat je terug kunt geven aan de bodem. Verbranding is echt een heel laagwaardige toepassing van biomassa, eigenlijk echt het allerlaatste wat je ermee moet doen. Je kunt er namelijk zoveel goede stoffen uithalen.” Hamoen denkt er hetzelfde over. “Het gaat vaak over het magische jaar 2050. Ik denk dat er tegen die tijd nog maar heel weinig biomassa verbrand zal worden. We zouden dan zover moeten zijn dat we biomassa in andere producten kunnen gebruiken.” Bovendien denkt hij dat het huidige aandeel van biomassa in de energiemix in de toekomst ingevuld zal worden met andere, duurzamere bronnen van energie. “De verbranding van biomassa zou in de toekomst best een kleinschalige bijdrage kunnen leveren aan onze energievoorziening. Maar je moet kijken vanuit wat er dan beschikbaar is, niet vanuit wat er nodig is.” In de eerste publicatie van dit artikel stond dat de overheid geen subsidies meer afgeeft voor de verbranding van biomassa. Dit betreft echter alleen nieuwe subsidies; bestaande en langlopende subsidies zijn nog in werking. Deze nuance is daarom later toegevoegd aan het artikel. Lees ook: Multi-inzetbare biokoolstof uit organische resten voor batterijen, landbouw en staalVan afval naar biogas: 'Op één bananenschil kun je 20 minuten koken'Wereldprimeur: in Amsterdam wordt afvalhout omgezet naar waterstof