Paul van Liempt 17 december 2021, 10:30

Shell-topvrouw Marjan van Loon: 'Wij kunnen het niet alleen'

President-directeur van Shell Nederland Marjan van Loon ziet Shell als ‘aanjager van de energietransitie.’ Ook voor de critici die daarbij in hoongelach uitbarsten, ontvouwt ze haar plannen. Over hoe Shell door samenwerkingen aan nieuwe klimaatbestendige markten wil bouwen. ”We blijven ingenieurs die eerst komen met disclaimers, we zouden meer als goede marketeers onze plannen mogen uitdragen.”

Marjan Van Loon Shell 1 President-directeur van Shell Nederland Marjan van Loon: "Wij zeggen dat verandering het beste gaat als we de klantvraag aanpassen. Dus niet zeggen dat Shell minder olie moet oppompen, maar zorgen dat je klanten naar een ander product toe gaan."

De aandelenstructuur van Shell verandert, het hoofdkantoor verhuist naar Londen, het predikaat Koninklijke verdwijnt, maar voor de president-directeur van Shell Nederland Marjan van Loon verandert er niets, behalve dat ”mijn baas voortaan in Engeland zit”. Ze ontvangt me op haar ruime kamer bij Shell in Den Haag, een klassiek gebouw met veel bruintinten van buiten en van binnen, waar ze achter een desktop aan een sta-tafel aan het werk is.

Kritische houding tegenover Shell

Ze is goed gehumeurd tijdens the day after, want we praten een dag na de historische overwinning van Max Verstappen in Abu Dhabi, die hem het wereldkampioenschap in de Formule 1 bezorgde. Als liefhebber heeft ze enorm genoten. Tegelijkertijd verbaasde ze zich over een van de eerste vragen van een Nederlandse verslaggever: ”Max, je start was niet goed hè?” Ze verzucht: ”Dat is zo typisch Nederlands, dat kan echt alleen hier.” Over het gevoel voor timing van de vraag valt zeker te twisten. De ergernis bij Van Loon zal ook gevoed zijn door de in haar ogen uiterst kritische houding die Shell ten deelt valt in de media.

De kritiek komt uit alle hoeken, ook van aandeelhouders en zelfs van de rechter. De rechtbank stelde in de beroemde klimaatuitspraak dat Shell onrechtmatig handelt als het niet voldoet aan de reductie van haar eigen CO2-uitstoot en die van haar leveranciers van 45 procent in 2030 ten opzichte van het niveau van 2019. De zaak was aangespannen door verschillende belangenorganisaties, onder aanvoering van Milieudefensie.

Waarom ging Shell in hoger beroep?

”Allereerst denk ik dat er een paar factoren waren om die zaak hier aan te spannen. De frustratie dat de energietransitie niet snel genoeg gaat, zal zeker een rol gespeeld hebben. En door het rechtssysteem hier maakte een zaak in Nederland tegen Shell de meeste kans, daar was Donald Pols (Directeur Milieudefensie) heel open over. De uitspraak kwam eind mei 2021. Onze doelen voor 2030 hebben we officieel eind oktober dit jaar vastgelegd. Die zijn nu in lijn met het vonnis. In het vonnis staat ook dat we ‘een zwaar wegende inspanningsverplichting’ moeten doen als het gaat om de uitstoot van klanten die onze producten gebruiken, maar er staat nergens beschreven wat ze daarmee bedoelen. Daarnaast kunnen we niet alles alleen doen. Wat verwacht de rechtbank van ons? Op die vragen hopen we in hoger beroep antwoord te krijgen.”

Shell kan het niet alleen zegt u. Zou Shell met organisaties als Greenpeace of Milieudefensie kunnen samenwerken op zoek naar oplossingen?

”Een maand geleden hebben we een lobby paper bij de Nederlandse overheid neergelegd, samen met de Nederlandse Vereniging van Duurzame Energie (NVDE). Met de oproep: we willen het beleid dat in het Klimaatakkoord is vastgelegd sneller uitvoeren, omdat je anders de gestelde doelen niet haalt. Jullie moeten opschieten om die 2030-doelen te halen.

Ja, ik kan me ook een samenwerking met Greenpeace of Milieudefensie voorstellen. Maar vergeet niet dat dat ook organisaties zijn met een verdienmodel. Ze hebben leden die actie willen voeren en daarom is de bereidheid tot samenwerking geen acceptabel businessmodel vrees ik.”

Maar u staat er wel voor open?

”Jazeker, ik spreek nu al regelmatig me ze. Maar samenwerken met Shell kunnen ze zich niet veroorloven hoor ik dan. Het ligt niet aan Shell.”

Chemisch technoloog Marjan van Loon uit Helmond is een echte ‘Shell-er’, net als haar man Robbert de Roos, die ze tijdens haar studie Technische Scheikunde aan de TU Eindhoven ontmoette. Beiden reisden werkend voor Shell met de kinderen de wereld over, woonden in Australië en Maleisië. Ze is gewend uit de comfortzone te stappen, het heeft haar zelfvertrouwen vergroot. Een belangrijke basis om aan het roer van een bedrijf te staan dat vol in de storm staat. Ze kan tegen een stootje, zegt ze, in een baan met ‘never a dull moment.’ Met een kleine verzuchting: ”Als Shell ben je wel vaak aan de beurt. Het is blijkbaar prettig een groot merk te bashen.” Maar bovenal vindt ze de tijd waarin we leven ‘spannend en uitdagend.’ Van Loon: ”Het is een tijd van grote veranderingen, waarin je zoekt naar wat je nog niet goed kent. Shell is een bedrijf met techneuten die dat prachtig vinden, ze zijn altijd bezig met innovatie en verandering.”

Als ze het heeft over innovatie dan heeft Van Loon het over groene stroom en groene moleculen. Er is meer elektrificatie nodig voor die groene moleculen. Van Loon: ”Shell ontwikkelt verschillende producten en uiteindelijk maakt de klant een keuze. Van een wereldwijde aanbodgedreven olie- en gasmarkt is de dynamiek nu omgedraaid. klanten en de overheden bepalen de richting. Overheden hebben Parijs ondertekend, met de doelen die gehaald moeten worden. Shell kijkt nu naar producten die het beste aansluiten bij de wens van klanten en overheid.’

Ze spreekt uitvoerig over de brief aan de overheid van 10 december, waarin Shell schetst welke investeringsbeslissingen het neemt en wat de toekomstige plannen en ambities zijn van het bedrijf. Over de bedrijfsstructuur, over de fabrieken in Pernis en Moerdijk, die worden omgevormd tot energie- en chemieparken die uiterlijk in 2050 netto CO2-neutraal zijn. Over het netwerk van 570 tankstations die worden omgebouwd naar verkooppunten voor diverse emissievrije brandstoffen en elektrisch laden. Over het R&D-centrum in Amsterdam, waar het Shell Technology Centre wordt omgebouwd tot Energy Transition Campus. Waar start-ups en scale-ups die aan de energietransitie werken welkom zijn. Er werken nu duizend Shell-medewerkers uit vijftig landen, met plaats voor nog een paar honderd extra. En over de investeringsagenda op het gebied van wind, waterstof, duurzame chemie, industrie en landbouw. Uitdagend zegt ze: ”De plannen nu al aangeven voor je de investeringsbeslissing neemt, dat vind ik uniek voor een beursgenoteerd bedrijf.”

De plannen voor de investeringsagenda zijn opgebouwd ‘in de verwachting dat de afspraken van het Nederlands Klimaatakkoord verder worden geïmplementeerd in beleid, en dat het Klimaatbeleid verder zal worden uitgebouwd langs de lijnen van het EU fit-for-55-programma en groene industriepolitiek’, schrijft Van Loon in de brief.

Waar moet u vooral achter aan?

”Er ligt te weinig infrastructuur. De roep om windparken op te schalen blijft onbeantwoord. Door die ellenlange kabinetsformatie is er dit jaar geen enkel windpark aanbesteed. Ze zijn nog steeds aan het uitdenken wat de criteria moeten zijn. Met het Klimaatakkoord had Nederland een voorsprong, maar door het vooruitschuiven en vertragen worden we door andere landen ingehaald. Duitsland en Frankrijk zijn veel sneller in de uitvoering.”

Zijn we niet goed genoeg georganiseerd?

”De organisatie is lastig. Economische Zaken en Klimaat neemt wel de regie, maar heeft andere ministeries nodig. Je hebt het ministerie van Infrastructuur nodig voor beleid en wetgeving rond tankstations voor elektrische auto’s. Voor de aanleg van grote stroomkabels voor zonne- en windparken is wet- en regelgeving nodig. En het verkrijgen van vergunningen is moeilijker geworden door de stikstofprocedures. Het duurt enorm lang om een infrastructureel project in Nederland op te zetten. Dat moet veel sneller.”

Op uw beurt wordt u als Shell door alle critici gemaand de energietransitie te versnellen en de ambitie te verhogen. In het huidige tempo haalt u zelfs de 2 graden niet. Wat gaat u daaraan doen?

”We decarboniseren zo snel mogelijk. Onze netto uitstoot van CO2 is in 2030 gehalveerd, meer dan de rechter vraagt zelfs.”

Dat gaat over het eigen productieproces, de winning van olie en gas en de raffinage. Er komt veel meer CO2 vrij bij gebruik door klanten van het eindproduct: benzine, diesel en kerosine, voor auto’s, vrachtwagens, vliegtuigen en schepen. Mark van Baal van de activistische aandeelhouder Follow This vergeleek Shell met de tabaksfabrikant die belooft zelf minder te gaan roken, maar zoveel mogelijk sigaretten blijft verkopen.

”Die vergelijking gaat mank. Roken is een genotsmiddel, niet essentieel om te kunnen leven. Energie is een eerste levensbehoefte, anders heb je geen verwarming en kun je je eten niet koken. En mobiliteit is ook een noodzaak. Daar kun je niet zomaar van af. Het idee dat je een fossielvrij leven kunt leiden is naïef. Hoe kom je aan je producten in de supermarkt? Hoe worden je kleren gemaakt? Op welke stoel zit je? Dat kan niet zomaar even stopgezet worden.”

Maar wel zo snel mogelijk en sneller dan nu gepland?

”Daarvoor is begrip van het energiesysteem nodig. Particuliere auto’s in Nederland kunnen snel klimaatneutraal worden, in 2030 kunnen we uitsluitend elektrisch of op waterstof rijden. En in 2040 rijden alle vrachtwagens ook klimaatneutraal. Klimaatneutraal vliegen kan niet zo snel, daarvoor heb je een andere techniek en andere moleculen nodig. Je moet het per sector bekijken. Welke sector decarboniseer je? De nieuwe strategie van Shell is organiseren in sectoren. Niet alleen een ander product aanbieden, maar voor bijvoorbeeld vrachtwagens ook een andere motor ontwikkelen. Logistieke operators kijken hoe je de nieuwe vrachtwagens kunt betalen. Om te zien of partijen iets meer willen betalen om hun producten met een lagere CO2 voetafdruk naar winkels en klanten te vervoeren. En de overheid moet voor goede regelgeving of subsidies zorgen. De sectorenaanpak haalt alle spelers in het spel bij elkaar aan tafel. Iedereen moet zijn steentje bijdragen voor de verandering.”

Oud Unilever-topman Paul Polman zegt: leiderschap is het voortouw nemen. Voorop lopen en niet naar anderen kijken, dat lijkt op afschuiven?

”We schuiven niet af, maar verleiden de klant. We testen of ze mee willen gaan, steeds een stapje verder. Bij ons zit veel in uitleggen, in communiceren hoe we de transitie zien. Daarbij blijven we een stel ingenieurs die altijd beginnen met de disclaimers: wat is er allemaal nog niet? Wat hebben we nog nodig? Waar zitten de rafelrandjes? Intussen zijn we druk bezig met innoveren en veranderen.”

Polman schafte bij zijn aantreden de kwartaalcijfers af, om de korte termijn focus eruit te halen. Bij een bedrijf in de Angelsaksische wereld nog wel. Dan neem je zelf het voortouw. Shell CEO Ben van Beurden wijst naar anderen, door te zeggen: ‘Als wij stoppen gaat de consument naar een andere pomp.’ Dat is toch een groot verschil?

”Ik doe niets af aan Polman, maar Unilever is een ander bedrijf. De uitspraak van Ben van Beurden moet je ook in zijn context zien. Hij zegt dat verandering het beste gaat als we de klantvraag aanpassen. Dus niet zeggen dat Shell minder olie moet oppompen, maar zorgen dat je klanten naar een ander product toe gaan. Als je in je eigen auto blijft rijden, ga je van Shell naar BP. Energietransitie is de klant meenemen naar nieuwe producten. Daar heb je ook de overheid bij nodig.”

Hoe dan?

“De overheid moet prikkels zo neerzetten dat andere producten voor de klant betaalbaar worden. Minder duurzame alternatieven moeten verboden worden. Aan de klant-kant duwen, niet aan de aanbodkant.”

Je kunt ook de krachtige boodschap uitdragen dat je de eerste bent die stopt, om zo de anderen mee te trekken.

”Dat heeft BP geprobeerd en dat is mislukt. Ik durf te zeggen dat Shell Nederland een van de aanjagers van de energietransitie is. Groot in wind, groot in elektrische mobiliteit, bezig met waterstof, we bouwen een biobrandstoffabriek. Maar we kunnen het niet alleen, blijf ik steeds zeggen. We moeten met alle partijen per sector om de tafel om te bouwen aan die nieuwe markt. Waarbij de risico’s gedragen moeten worden door de partij die daar het beste toe in staat is. Omdat het een nieuwe situatie is in een snel veranderende wereld, moet je nog veel doen om het vertrouwen van alle partijen te winnen. Maar de meeste partijen die ik aan industrietafels spreek willen een maatschappelijke verantwoordelijkheid dragen en zoeken naar wegen om die nieuwe markt op te bouwen. Risicovol, maar wel allemaal met dezelfde agenda.”

Noemt u eens een groot risico dat Shell neemt. In kranten las ik na het goede derde kwartaal: vrolijk verder pompen.

”Dat was een momentopname, over coronajaar 2020 was het verlies enorm. We bouwen juist aan de toekomst met een strategie van decarboniseren van de eigen activiteiten en verandering van het portfolio. Nu ophouden met olie en gas helpt de energietransitie niets. Daar verdienen we nog geld mee, veel meer dan met de nieuwe producten. Dit verdienmodel is nodig om het verdienmodel van de toekomst mogelijk te maken. In Rotterdam gaan we een waterstoffabriek (Holland Hydrogen) bouwen voor de verduurzaming van mobiliteit, die kost een half miljard.

Op vrijdag 10 december is het contract daarvoor met Thyssen Krupp getekend. We hebben nog niet één klant: nul! En er is hier nog niet één waterstoftruck: nul! Dat geld komt uit de olie- en gaskant van het bedrijf. Maar we gaan die fabriek wel bouwen en die vrachtwagens komen er ook. Dat is transitie, ondernemen in de toekomst met meerdere partijen. De overheid ging tenders uitschrijven en ging vervolgens losjes achterover zitten. Onder het mom van: de markt doet zijn werk en klaar.

Maar zo bouw je geen waterstofeconomie op. Dat doe je met meerdere partijen die samenwerken. Zoals wij in Rotterdam. Zoals we ook windparken ontwikkelen omdat we groene stroom willen hebben. Dat doen we samen met Eneco en Mitsubishi. En als het af is en er technisch niet veel meer valt te doen, gaan wij weg en neemt een investerings- of verzekeringsmaatschappij het over. Wij zijn een projectontwikkelaar en een energiehandelaar, maar energie-aanbod op de markt brengen is het hart van ons bedrijf.”

De jonge generatie klopt hard en kritisch op de klimaat deur. Met veel inzet, energie en dossierkennis. Je ziet dat het CEO’s en directeuren van grote bedrijven vaak aan het twijfelen brengt, zeker als ze kinderen hebben die een studie volgen waarin sustainability ruim aan bod komt. Herkent u daar iets in?

”Ik heb een zoon die net als ik Technische Scheikunde is gaan studeren, nu heet dat Molecular Science & Technology. Mijn dochter studeerde Werktuigbouwkunde in Delft, met veel aandacht voor duurzaamheid. Ze vindt ontspullen belangrijk, niet om sober te zijn, maar wel om bewust in het leven te staan. Ze denkt niet alleen na over welvaart, maar ook over welzijn. Nee, haha, ik denk niet dat ze bij Shell wil gaan werken nu ik hier op deze positie zit. Ze gaat liever haar eigen weg. Mijn dochter en zoon zien waar hun ouders mee bezig zijn, ze geven niet af op Shell. Ik ben supertrots op Shell, ik doe hier niks waar ik het niet mee eens ben. Ik sta volledig achter mijn opdracht, daar ga ik vol voor. Ik hoef me nu en later nergens voor te schamen, integendeel.”

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

“De kracht van familiekapitaal is dat ze kennis en ervaring meebrengen”

Wat betekent duurzaam investeren eigenlijk? Janssen Groesbeek: “De simpelste uitleg van duurzaam investeren is: met inachtneming van de grenzen van planeet en op een fatsoenlijke manier met mensen en sociaal kapitaal omgaan.” Leyssens: “Ja, wij proberen met ons kapitaal ook te kijken wat er binnen het science based targets-verhaal past op een manier die ten goede komt aan maatschappelijke thema’s. Dat klinkt misschien makkelijk, maar dat is het niet.” Janssen Groesbeek: “Het is heel erg moeilijk. Veel van mijn studenten doen onderzoek bij bedrijven. Eén van de dingen die wij aan hen vragen is om te onderzoeken hoe een bepaald bedrijf winst maakt en wat de kwaliteit van die winst is. Is het bedrijf winstgevend over de rug van de planeet of over de rug van mensen? Dan komen de studenten erachter dat het helemaal niet zo gemakkelijk is om in het economisch systeem waar wij nog inzitten zuiver te zijn. Zelfs als je intenties goed zijn, dan bots je alsnog heel gauw tegen allerlei grenzen van het systeem op. Grenzen die eigenlijk rijp zijn om doorbroken te worden.” Leyssens: “Dat denk ik ook. Ik denk dat we aan de vooravond staan van de afbrokkeling van dat systeem. Ik zit nu circa vijftien jaar in dit vak en ik heb nu voor de eerste keer het gevoel dat er een grote groep is die nu ziet dat verandering nodig is. Mensen die dat in zichzelf voelen of in hun bedrijf toepassen. Nu de politiek nog.”Zou het helpen als de jongere generatie meer betrokken wordt? Leyssens: “Ik denk dat we sowieso meer moeten doen om de volgende generatie te betrekken. Ik hoop eigenlijk dat generatie-denken snel doorbreekt. Dat bedrijven en politiek ook een generatietoets invoeren. Het gaat erom dat jongeren een sterke stem hebben. Dat ze mee kunnen beslissen. Dat is denk ik wat we op heel veel vlakken nodig hebben. Wij hebben dat zelf bewust gedaan door per gezin met de jonge generatie de afweging te maken. Als je nu ergens geld in moet stoppen welke afweging maak je dan? Wat voor soort bedrijven maken je trots en welke niet? Dat zijn uitspraken die alle generaties, ook die van zeventig à tachtig jaar oud, helpen om te versnellen. Dus ja, het is cruciaal de jonge generatie mee aan tafel te hebben. En dan bedoel ik ook écht aan tafel.” Hoe duurzaam is de investeringswereld al? Janssen Groesbeek: “Ondanks dat die kapitaalstroom richting duurzame oplossingen heel snel groeit, blijft het in het grotere geheel peanuts. Leyssens: “Duurzaam beleggen groeit inderdaad heel hard. Er zijn wel veel verschillende gradaties van duurzaamheid. Van impact op de eerste plaats tot en met bedrijven waarvan de voetafdruk slechts een beetje minder slecht wordt.Ik las laatst dat iedereen de volgende unicorn (een startend bedrijf dat in korte tijd 1 miljard waard is, red.) zoekt in plaats van dat er echt vanuit de motivatie om impact te maken geïnvesteerd wordt.”Waarom helpt dat generatie-denken en de historie van familie-investeerders bij het uitstippelen van een duurzame koers? Leyssens: “Zij kunnen makkelijker vanuit een visie vertrekken en het kapitaal is meestal geduldiger. Dat maakt dat familie-investeerders voorop kunnen lopen. Bij families werken mensen heel hard om klimaatrisico’s en sociale risico’s in kaart te brengen. Er zijn er ook die veel risico's durven te nemen met een stuk van hun kapitaal. Ik denk dat de financiële markt dat uiteindelijk ook als geheel gaat doen, maar ze hebben voorbeelden nodig van hoe het moet. Ik denk dat daar onze rol ligt. Om het te doen en te delen.” Janssen Groesbeek: “Ik denk inderdaad dat familie-investeerders, samen met de duurzamere private equity en venture capital-partijen, die voorbeelden moeten gaan verzamelen. Ze moeten dan ook wat transparanter worden over waar ze allemaal in beleggen en voorbeelden willen delen. Dat geldt trouwens voor de hele sector. Als ik zeg dat financiële partijen meer moeten samenwerken, dan hoor ik de AFM en allerlei andere toezichthouders al in mijn oor toeteren dat het niet kan. Maar zeker als je die versnelling wil maken in de energietransitie, in de duurzame landbouw en in de circulaire economie dan zul je als beleggers veel meer kennis met elkaar moeten uitwisselen als het gaat over de vraag hoe om te gaan met risico en rendement. Hoe gaan we dat berekenen? Dat wiel moet opnieuw uitgevonden worden.”Leyssens: “Ik denk dat we daar inderdaad veel transparanter over kunnen zijn. Maar ik vind dat wij het als familie best goed doen door jaarlijks te rapporteren over waar ons kapitaal heen gaat en welke keuzes we daarin maken. Ik denk dat dit anderen helpt om ook transparanter te worden. We praten met heel veel families over hun zoektocht. In september organiseerden we een round table voor vermogende families uit Nederland en Vlaanderen. Daar hebben we ook een aantal stellingen naar voren gebracht waar ze anoniem op konden reageren. Daaruit bleek dat het merendeel van families worstelt met transparantie. Je ziet een ontzettende voorzichtigheid op transparantie en het delen van zaken die niet lukken. Daarom proberen we dat in heel kleine setting te vergemakkelijken. Van daaruit proberen we de samenwerking op te zoeken en wat meer risico’s te delen of zaken die lukken of niet lukken te bespreken. Ik denk dat we in kleine settings die angst voor transparantie heel goed kunnen doorbreken. Lees ook: Hoeveel invloed heeft een duurzame belegging? Deze investeerder weet hetWaarom is een gesprek over risico zo belangrijk?Janssen Groesbeek: “Nu wordt vaak gezegd dat het risico van duurzame beursgenoteerde bedrijven of duurzame projecten kleiner is, omdat ze veel verder vooruitkijken en meer rekening met klimaatrisico’s houden. Dat kan wel zo zijn, maar om tot een nieuw systeem te komen, moeten we het ook aandurven om grote risico’s te nemen. Dat kan financiële consequenties hebben, maar ook financieel heel veel opbrengen. Vandaar dat we het altijd hebben over de risicorendement-afweging. Ik denk dat we daar met zijn allen veel opener en duidelijker over moeten zijn: wat lukt nou wel en wat lukt nou niet? En wat zijn de kenmerken van een goede investering?” Leyssens: “Ik vind het eigenlijk ongelooflijk dat ik nog zoveel risico-aversie zie, terwijl vernieuwing de enige weg is om kapitaal toekomstbestendig te maken. We zijn bijvoorbeeld een circulair pand voor HAVEP (textielfabrikant en participatie van VP Capital, red.) aan het neerzetten, waarbij we met materialenpaspoorten naar een ander soort waardering toe willen. Daarover hebben we hele lange discussies met banken. Dat geldt ook voor ons bedrijf Q-Lite, dat led-schermen vermarkt in een circulair servicemodel; ‘led as a service’. Gelukkig hebben we familiekapitaal, want we merken dat het echt lastig is om banken mee te krijgen.” In hoeverre ligt er een rol voor familie-investeerders om risicovollere innovatieve ondernemingen te financieren? Leyssens: “Een deel van ons kapitaal investeren we in die very early adopters. Dat is vaak in balans met bedrijven die al groter zijn. Ik zie weinig families die echt 100 procent in die innovatieve bedrijven investeren, maar ik zie wel dat ze dat met een steeds groter deel van hun kapitaal doen. De eerste vijftien jaar hebben wij dat ook veel zelf gedaan. Maar we hebben ook gezien dat investeren in jonge bedrijven een expertise is. Daarom zoeken we daar nu vaak gespecialiseerde groeifondsen voor.”Janssen Groesbeek: “Dat vind ik een heel goed punt. Zeker start-ups en scale-ups hebben kapitaal nodig, maar wat ze eigenlijk nog veel meer nodig hebben is kennis en ondernemerservaring om hun bedrijf te laten groeien. Kapitaal alleen gaat ze niet door die moeilijke opschalingsfase heen helpen.” Leyssens: “Het is ook vanuit die filosofie dat wij steeds vaker kijken waar wij toegevoegde waarde brengen. Er is vaak kapitaal in overvloed. Maar kapitaal waarbij je jonge bedrijven verder kunt helpen met een netwerk en ondernemersvaardigheden; daar is niet altijd genoeg van.” Zijn er bepaalde thema’s die bij uitstek geschikt zijn voor familie-investeerders? Leyssens: Ik denk dat dat de hamvraag is. Waar zit de impact, in welk domein, in welk land? Met welk type investering kun je de meeste impact maken? Op die vraag hebben we nog geen volledig antwoord. De reden dat wij in bepaalde domeinen zitten is enerzijds puur vanuit familiehistorie. Daarnaast zijn er een aantal gebieden bijgekomen. Zoals zorg. Dat is een heel makkelijk impact thema. Als je kijkt naar welk domein het meest langetermijnkapitaal nodig heeft, dan heb je het in mijn ogen over landbouw en voeding. Als grote boerderijen bijvoorbeeld van een klassiek naar een regeneratief model moeten, dan heb je het soms over periodes van vijftien jaar voor je de bodem en biodiversiteit hersteld hebt. Media vind ik ook een goede sector voor familiebedrijven, vanuit het behoud en borging van de onafhankelijkheid van de journalistiek. Janssen Groesbeek hoe denk jij daarover?” Janssen Groesbeek: “Ik denk dat eigen kennis en ervaring met bepaalde sectoren heel nuttig kan zijn. Er wordt in de markt ook heel veel gesproken over engagement. Dat we niet zomaar moeten desinvesteren in fossiel, maar in gesprek moeten blijven. Maar dat gesprek heeft natuurlijk alleen maar effect als je er met die directeuren en bestuursvoorzitters op een stevig niveau over kunt praten. De kracht van familiebedrijven en private equity vind ik dat zij daarin heel erg hun eigen kennis en ervaring meebrengen. Dat is de kracht om sectoren te veranderen.” In hoeverre is er sprake van concurrentie op het gebied van duurzaam beleggen? Leyssens: “Er is veel concurrentie op de investeringsmarkt. Zeker het laatste jaar hebben we deals misgelopen doordat er andere partijen sneller waren of minder eisen stelden. We zien een hoge prijs voor sommige bedrijven terwijl ze verlieslatend zijn, bijvoorbeeld in de tech-wereld. Daarbij worden er soms minder vraagtekens gezet bij de diepgang van de impact. Ik denk dat we dat het laatste jaar veel meer hebben gezien, dan de vorige jaren. Wat eigenlijk absurd is, toch?”Janssen Groesbeek: “Absoluut absurd. Maar tegelijkertijd is dit wat je eigenlijk elke keer ziet als duurzaamheid weer heel erg belangrijk wordt. Ik houd me al dertig jaar bezig met duurzaamheid. We zitten nu weer in een golf waarbij de kapitaal cowboys zich melden in het duurzaamheidsveld. Dat maakt ook dat de kapitaalvragers opgevoed moeten worden. Want als jij een prachtige oplossing verzint voor bijvoorbeeld het stikstofprobleem of bepaalde plastics dan wil je toch samenwerken met een kapitaalverschaffer die een langetermijnbril heeft in plaats van de man of vrouw met de grootste zak geld?” Leyssens: “Mee eens. Het verbaast mij altijd dat die jonge bedrijven voor dat soort partijen kiezen en uiteindelijk dan ook op zo’n korte termijn denken. Een jaar! Dan hebben ze een eerste investeringsronde gedaan en een jaar later moeten ze weer opnieuw kapitaal ophalen. In plaats van dat ze hun aandacht richten op het goed opbouwen van zo’n bedrijf werken ze van de ene kapitaalronde naar de andere.” Janssen Groesbeek: “Dus aan die hele cyclus is vanuit het langetermijndenken nog werk aan de winkel. Dat is ook een transitie die we nog moeten doormaken.” Duurzaam investeren onzin? Daar is Guus van Puijenbroek, directeur van family office VP Capital, het absoluut niet mee eens. Hoe verwachten jullie dat de markt er over 5 jaar uitziet, investeert dan iedereen met een duurzame langetermijnblik? Leyssens: “Vijf jaar is misschien wat vroeg, maar ik denk dat er een winnaars- en verliezersgroep komt. Dat degene die vooroplopen of die voldoen aan nieuwe wetgeving rond de Europese taxonomie en Green Deal makkelijker kapitaal krijgen versus een groep waar steeds minder kapitaal naar toe zal gaan. En dat het in bestaande portefeuilles een heel grote verschuiving gaat geven op basis van toekomstgerichtheid. Maar ik kan het niet exact inschatten. Bijvoorbeeld ook niet of en hoeveel turbulentie er komt in die waarderingen. Nobody knows.”Janssen Groesbeek: “Hoe chaotischer die transitie wordt, hoe chaotischer de financiële markten natuurlijk worden. Ter aanvulling: ik denk dat je veel vaker jonge mensen als investeerders gaat zien. Ze worden zelf ondernemender, maar ook omdat een aantal jonge mensen op een hele jonge leeftijd kapitaal vergaren omdat ze een succesvol bedrijf hebben gehad. En op mini-individueel niveau heb je de zelfstandige zonder personeel. Vanuit die zelfstandige als investeerder denk ik dat crowdfunding een belangrijke markt wordt. Omdat mensen het gevoel hebben dat ze via dat soort platforms zelf verandering kunnen bewerkstellingen. Een voorbeeld daarvan vind ik Smyle, die tabletjes aanbiedt als tandpastavervanger. Dat bedrijf heeft een heel succesvolle crowdfundingsactie achter de rug. Plastic tandpastatubes de wereld uitkrijgen; dat motiveert mensen. Dus persoonlijke motivatie zal ook een enorme driver worden voor bepaalde duurzame investeringen en beleggingen.”Dit interview verscheen in het Change Inc. magazine. Het decembernummer staat vol nieuws, interviews, reportages en analyses. Ook bevat het een spetterende special over de vergroening van de chemische industrie. Lees het magazine hier online. Liever een papieren exemplaar in huis? Gratis bestellen doe je hier.Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.