Emma Rotman 07 maart 2019, 11:36

TU Delft test energiepalen voor bodemenergie

Een onderzoeksteam van de TU Delft wil gebouwen gaan verwarmen en koelen via de paalfundering door de natuurlijke temperatuur van de bodem te gebruiken. De energiepalen worden getest in The Green Village in Delft, om de commerciële toepassing van bodemenergie te versnellen.

Adobestock bodemenergie energiepalen

Alleen al in 2018 nam het verwarmen en koelen van ruimtes de helft van het jaarlijkse Europese energieverbruik voor zijn rekening. Energiepalen moeten een stuwende kracht worden achter de energietransitie, stellen universitair docent Phil Vardon en promovendus Ivaylo Pantev. Het duo wil zijn technologie standaardiseren voor palen tot 30 meter. “We willen de bouwsector helpen om milieuvriendelijkere constructies neer te zetten.”

Verwarmen en koelen met bodemenergie

Bodemenergie wordt al langer toegepast in Nederland, maar de technologie van de TU Delft is nieuw. Door de funderingspalen heen gaat water de bodem in en weer uit. Het systeem maakt gebruik van de constante temperatuur van 12 graden op een diepte van minstens 5 meter in de Nederlandse bodem. Het water wordt vervolgens verder opgewarmd door middel van een warmtepomp.

In de winter gebruikt het water de temperatuur van de bodem om op te warmen. In de zomer geeft het water juist warmte af aan de bodem. Omdat de bodemtemperatuur dan zoveel lager ligt dan de gewenste temperatuur in het gebouw, is voor het koelen maar weinig energie nodig. Energiepalen gebruiken twintig keer zo weinig energie voor koelen en vijf keer zo weinig voor verwarmen als conventionele verwarmingssystemen. Bovendien werkt het systeem op elektriciteit in plaats van gas. “Zo’n technologie kan enorm helpen het energieverbruik en de uitstoot van CO2 van gebouwen te verminderen,” zegt Vardon.

Nieuwe technologie

Energiepalen worden al jaren voor bodemenergie gebruikt in het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland, maar Nederlandse bouwbedrijven hebben er nog geen ervaring mee. De zachte bodem van Nederland zorgt ervoor dat ingenieurs bij het ontwerp rekening moeten houden met extra effecten. Hierdoor aarzelen Nederlandse bouwbedrijven over de nieuwe technologie. “Op dit moment kunnen de extra berekeningen die hier nodig zijn een hindernis vormen om het systeem te gebruiken, maar we zijn ervan overtuigd dat zowel de Nederlandse bouwsector als de maatschappij er de komende jaren plezier van zullen krijgen", zegt Vardon.

Tegen 2021 zullen gebouwen met een minimale CO2-voetafdruk verplicht zijn voor aannemers die nieuwbouw in Nederland willen neerzetten. Het onderzoeksteam van de TU Delft ziet bodemenergie als een belangrijke ontwikkeling om dat doel te halen. “Nederland is een dichtbevolkt land. Het is lastig om alternatieve methodes voor energieopwekking neer te zetten die ruimte innemen. Energiepalen bieden de kans om die kloof te overbruggen.”

Bodemenergie en geothermie

Naast bodemenergie groeit ook de aandacht voor de mogelijkheden van geothermie in Nederland. Op verschillende locaties wordt onderzoek gedaan naar de toepassingen.  Waar de technologie van de TU Delft de bodemwarmte tot 30 meter diepte benut, is van geothermie pas sprake bij een diepte van 500 tot 4000 meter. Ook daar houdt de TU Delft zich mee bezig: de universiteit heeft plannen om een eigen geothermie-put aan te leggen voor onderzoeksdoeleinden. Ook de Universiteit Utrecht doet onderzoek naar geothermie; onder andere technisch dienstverlener Engie is hierbij betrokken.

Bron: TU Delft | Afbeelding: Adobe Stock

Genève kiest eerste Jaguar als auto van het jaar

De Auto van het Jaar wordt sinds 1964 jaarlijks gekozen. Alleen auto’s die in de twaalf maanden voor uitreiking van de prijs geïntroduceerd zijn, dingen mee. Een jury van 59 journalisten uit 23 landen beoordeelt de voertuigen op: design, comfort, veiligheid, verbruik, rijeigenschappen, prestaties, functionaliteit, milieubelasting en de prijs.Jaguar wordt door de jury geprezen om het combineren van de behoefte aan een nieuwe SUV en de groeiende vraag naar elektrische auto’s. De auto wordt omschreven als aantrekkelijk en praktisch voor alledaags gebruik.Jaguar presenteerde de auto twaalf maanden geleden en levert hem sinds het najaar. De vijfzitter beschikt over een accupakket van 90 kilowattuur, wat volgens Jaguar garant staat voor een actieradius van 500 kilometer. De elektrische auto beschikt daarnaast over een moderne warmtepomp, in tegenstelling tot conventionele elektrische verwarming. Dit leidt volgens Jaguar tot veel efficiënter energieverbruik. Qua prijs ligt de auto in het duurdere segment; in Nederland hangt een ‘vanaf’-prijskaartje van € 80.810 aan de I-Pace.Trots“Dat onze eerste elektrische auto ook de eerste Jaguar is die de Europese auto van het Jaar wordt, maakt ons heel trots. De I-Pace werd ontwikkeld vanaf een wit vel papier. Het is een echte gamechanger. Deze award is een erkenning van wat ons team heeft afgeleverd”, stelt Ralf Speth, CEO van Jaguar.VerkoopcijfersDe prijs voor auto van het jaar zal de verkoopcijfers van de elektrische auto ongetwijfeld goed doen. Tot eind januari leverde Jaguar ruim 8.000 exemplaren af. In Nederland verkoopt de auto sowieso al goed. Vanaf de introductie in 2018 tot eind januari telde brancheorganisatie Bovag 3.510 nieuwe auto’s. Kanttekening daarbij is wel dat er in de maand januari slechts 15 nieuwe I-Pace’s geregistreerd werden.Niet alleen de verkoop van elektrische Jaguars viel tegen, ook de verkoopcijfers van andere elektrische auto's vertoonden in januari een dip. ING wijt die afname aan de veranderde bijtellingsregels: over de eerste € 50.000 van de aanschafprijs is de bijtelling 4 procent; daarboven wordt 22 procent gerekend.Lees ook: Bijtelling omhoog: einde van de Tesla-hype?Bronnen: BOVAG, Jaguar, Car of the Year | Afbeelding: Jaguar