Marc Seijlhouwer 23 februari 2021, 09:00

Waarom is rechts Nederland sinds kort zo verliefd op kernenergie?

Kernenergie is terug op de politieke agenda. De feiten en cijfers spreken echter nog niet in het voordeel van de controversiële energievorm. Waarom dan toch zoveel steun vanuit de rechterflank?

Beeld nieuwe website het betoog 950x550

Het is verkiezingstijd, en daarom zien we alle stokpaardjes weer langskomen. Een van de opvallendste vind ik de kerncentrales van de VVD. Iets waar men een paar jaar geleden nog nauwelijks over sprak, is plotseling een punt dat de liberalen bij elk verkiezingsdebat over duurzaamheid willen aankaarten.

Dat gebeurt niet zomaar. Na het proefballonnetje van Klaas Dijkhoff in 2018 verscheen er een ‘onafhankelijk’ rapport van kernenergie-consultant ENCO. Niet alleen bleek één van de opstellers van dit rapport (Mario van der Borst) oud-directeur van de kerncentrale bij Borssele, ook rammelde het rapport aan alle kanten.

Toch was het genoeg om de VVD te overtuigen: zonder kerncentrales geen geslaagde energietransitie. En nu eerder deze week bleek dat duurzame projecten voor de industrie een aanlooptijd van acht tot tien jaar hebben, valt een van de belangrijke argumenten tégen kernenergie – namelijk dat de bouw van een centrale te lang duurt om de doelen te halen – deels weg. Zou het dan toch een goed idee zijn?

Lees ook: Kernenergie, goed idee of onnodig risico?

Van 70 naar 100 procent groene stroom

Eind vorig jaar besprak de Tweede Kamer in een rondetafelbijeenkomst de mogelijkheden van kernenergie. De vereniging van energieleveranciers gaf daar inbreng. Hun idee: de elektriciteitsvraag verdubbelt waarschijnlijk tussen 2030 en 2050. En hoewel in 2030 dankzij grote investeringen 70 procent van de elektriciteit duurzaam is, blijft de vraag hoe we in de jaren erna naar 100 procent groene stroom komen. Kernenergie moet daarbij serieus worden overwogen, vindt Energie Nederland.

Nadelen van kernenergie

Toch zijn er grote problemen. Belangrijkste: de kosten. Kernenergie is duurder dan duurzame stroom, ook als zon en wind geen subsidie krijgen. En waar je zon en wind in kleine installaties met beperkte investeringskosten kunt bouwen, vraagt een kerncentrale aan het begin meteen tientallen miljarden euro’s. In het Verenigd Koninkrijk, waar de regering wel kiest voor kerncentrales, moet de regering een nieuwe centrale meer subsidiëren dan zon en wind. Dit nadat een Japanse ontwikkelaar zich eerder terugtrok uit een Britse kerncentrale, nadat het bedrijf al miljarden investeerde. Ook de bouwtijden van kerncentrales in het Westen blijken keer op keer langer dan aanvankelijk gedacht. Vergunningen duren langer door gesteggel, maar er is ook een tekort aan kundige bouwers en personeel. Zo ging de geschatte bouwtijd van een centrale in Frankrijk van 13 naar minstens 17 jaar.

En dan is er nog de veiligheid. Iedereen schrok na de kernramp van Fukushima in Japan. Het bewoog Duitsland om te stoppen met kernenergie. En een studie liet zien dat de kans op een grote kernramp groter is dan bedrijven en overheden tot nu toe aannamen. En zelfs als het niet misgaat, is er het risico dat kernafval oplevert; afval dat tienduizenden jaren gevaarlijk blijft en zich maar moeilijk voor langere tijd veilig laat opslaan.

Voordelen van kernenergie

Natuurlijk zijn er ook voordelen: gegarandeerde stroom, ook als het niet waait en de zon niet schijnt. Kerncentrales leveren veel vermogen op elk gewenst moment. Stroom kan gebruikt worden om ‘paarse’ waterstof te maken, die de industrie vervolgens weer kan gebruiken om groen te worden. Kerncentrales kun je bouwen waar je wilt, ook op plekken waar al een goede netaansluiting is. Dat voorkomt kostbare en tijdrovende netverzwaringen die onmisbaar zijn voor de decentrale hernieuwbare stroom.

Energie Nederland ziet mogelijk dat kernstroom goedkoper wordt als alle infrastructuur mee wordt gerekend in de kosten. Ook het rapport van ENCO kwam tot een dergelijke conclusie, hoewel het daarbij onrealistisch uitging van 100 procent draaitijd voor een kerncentrale.

De hypocrisie van de VVD

Wat betekent dit nu voor kernenergie? Uiteindelijk is het volgens mij een keuze waar een overheid geld in wil stoppen. Maar om een onzekere, risicovolle technologie mogelijk te maken met een gigantische kapitaalinjectie van de overheid, lijkt onverantwoord. Vooral voor een partij als de VVD, die doorgaans wars is van subsidies, overheidsingrijpen en andere vormen van staatssteun.

De hypocrisie is voelbaar; uitgaan van marktwerking voor hernieuwbare stroom, verduurzaming van woningen en andere duurzaamheidsvraagstukken, maar wel megasubsidies voor de fossiele sector en voor nucleaire centrales. Zoals de grootste partij van Nederland het ook geen probleem vindt om (grote) bedrijven belastingvoordelen te geven, maar de armlastige burger in de steek laat of actief tegenwerkt. Het zou de partij sieren om één lijn te trekken in hun visie op de markt voor duurzaamheid, in plaats van grootspraak en agendering van een gevaarlijk en uiterst kostbaar idee.

Lees ook: Door te investeren in kernenergie gaat er minder geld naar zon en wind

Marc Seijlhouwer is redacteur bij Change Inc.

Shell haalt eigen energiedoelen niet; hoe zit het met andere oliebedrijven?

Voor Shell was het tekortschieten van de investering een kwestie van geld. Er waren niet genoeg duurzame projecten die 10 procent meer rendement opleverden, de minimumwinst die Shell vereist. Door die eis bleven investeringen in hernieuwbare energie achter, terwijl laatst bleek dat het bedrijf onverminderd blijft investeren in gas.Lees ook: Shell wil uitstootvrij worden, maar investeert in fossielOlie in Noorwegen en SpanjeShell is niet het enige bedrijf dat moeite heeft met verduurzaming. Veel bedrijven hebben ambitieuze doelen voor de komende jaren en voor 2050, het jaar dat de wereld volgens het Parijsakkoord CO2-vrij moet zijn. En hoewel de geformuleerde tussendoelen vaak nog in de toekomst liggen, beloven de cijfers op dit moment weinig goeds voor de doelen.Neem olie- en gasproducent Equinor. Net als Shell heeft dit Noorse staatsbedrijf de ambitie om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Om dat doel te halen moet de CO2 uitstoot per olievat in 2025 zijn teruggebracht tot 8 kilo CO2. Maar sinds 2017 stijgt de uitstoot per vat juist, van 8,8 kilogram in 2017 naar 9,5 kilogram in 2019. Maar anders dan Shell, rekent Equinor alleen de CO2 uitstoot mee die vrijkomt bij de productie van olie en gas.Terwijl volgens datzelfde Shell maar liefst 90% van de CO2 emissies vrijkomen bij het gebruik van olie en gas door hun klanten.De Spaanse olie- en gasproducent Repsol heeft ook strenge doelen en was een van de eerste bedrijven uit de sector die vol inzette op net-zero in 2050. Maar de CO2-uitstoot van de activiteiten steeg van 2018 naar 2019, en in 2020 werd geen verdere besparing van emissies behaald. Daarnaast wil het bedrijf zijn activiteiten langzaam verplaatsen van olie naar hernieuwbare energie en gas. Het doel van 7,5 gigawatt geïnstalleerd vermogen in 2025 is nog ver weg; op dit moment zegt Repsol rond de drie gigawatt aan hernieuwbare- en gasinstallaties te hebben. Daarbij maakt het bedrijf niet bekend welk deel van het geinstalleerd vernogen daadwerkelijk hernieuwbare energie opwekt en welk deel gas.BP en ExxonmobilBP leek even de meest vooruitstrevende van de oliebedrijven. Door samen te werken met de activistische aandeelhouders van Follow This wist het Britse bedrijf een aandeelhoudersmotie uit te stellen. Maar onlangs bleek dat Follow This en BP het toch niet eens konden worden over de duurzaamheidskoers. Wat dit nu betekent voor de duurzame doelen van BP is vooralsnog onduidelijk.De Amerikaanse giganten ExxonMobil en Chevron lijken voorlopig nog verder weg van een duurzame toekomst dan de Europese bedrijven. Begin 2020 wilde Follow This een resolutie indienen bij de aandeelhoudersvergaderingen van deze bedrijven, maar uiteindelijk liep dat spaak. Ondertussen weigeren de twee bedrijven langetermijndoelen voor 2050 in te stellen.Minder rendementNet als bij andere olie- en gasbedrijven leunt de nieuwe duurzaamheidsstrategie van Shell op de gedachte dat de opbrengsten uit met name gas de transitie moeten betalen. De coronacrisis bewijst dat dit wel eens de achilleshiel van de groene ambities kan zijn. De pandemie heeft oliebedrijven niet geholpen; lagere vraag naar fossiele brandstoffen zorgde voor megaverliezen in de sector. Daardoor is er ook minder geld om te investeren in nieuwe technologie die de CO2-uitstoot kan verminderen. Toch zullen de bedrijven vaart moeten maken om hun eigen doelen voor 2025 en daar voorbij te halen. Misschien dat een lager rendement daarbij soms een vereiste is. Lees ook: Noorwegen komt met ongekend hoge belasting voor oliebedrijven