Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 12 december 2019, 08:56

Ypenburg: proeftuin voor gasloze stadswarmte met geothermie

De Haagse wijk Ypenburg wil vanaf 2025 gasloze stadswarmte. Daarom heeft een aantal lokale energiepioniers de stichting Hernieuwbare Warmte Ypenburg (HWY) opgericht. Samen met de gemeente Den Haag en energieleverancier Eneco maken ze plannen voor geothermie ofwel aardwarmte.

Eneco ypenburg

Voorzitter Frank Lentz van de stichting HWY is zichtbaar trots op ‘zijn’ Ypenburg. Terwijl hij ons rondleidt, vertelt hij over de duurzame plannen en zijn droom: duurzame warmte voor alle 25.000 Ypenburgers. “We krijgen onze centrale verwarming en warm kraanwater nu uit stadswarmte. Op dat warmtenet zijn zo’n 9.000 Ypenburgse woningen aangesloten, plus 1.000 in een naastgelegen wijk in Nootdorp. Nog 1.000 andere woningen zitten nog níet op het warmtenet. Wij zijn aan het onderzoeken hoe we al deze woningen duurzaam kunnen verwarmen – zonder gas.”

8.000 ton CO2-besparing

Dat laatste, daar gaat het om. Lentz: ‘De stadswarmte in Ypenburg komt nu nog volledig uit gas. Daarvoor verstoken we zo’n 27 miljoen kuub per jaar. Er wordt al gebruik gemaakt van restwarmte van stroomopwekking, maar het moet nog beter: vanaf 2025 wil HWY het stadswarmtenet volledig duurzaam en CO2-vrij voeden. Tegen gelijke of liefst lagere kosten dan nu. Dan besparen we naast al het gas ook nog 8.000 ton CO2 per jaar.’

Nauwe samenwerking

Sinds de start van de stichting – inmiddels vier jaar geleden – onderzoekt HWY allerlei manieren om dat doel te bereiken. Daarbij werkt de stichting samen met de gemeente Den Haag en Eneco, eigenaar en beheerder van het warmtenetsysteem en de warmtebronnen. Lentz: “Zo’n transitie naar gasloos verwarmen is heel complex. Er is niet één oplossing, je moet slimme combinaties maken. Dan is het extra belangrijk dat we in dat driehoeksoverleg van bewoners, gemeente en Eneco veel en goed contact hebben: zo breng je elkaar op ideeën, houd je elkaar scherp en kom je snel verder.”

'Er is niet één oplossing, je moet slimme combinaties maken'

Maurits van Laarhoven, strategisch asset manager van Eneco, is de andere gastheer op onze wandeling. Al sinds de start van HWY is hij namens de energiemaatschappij betrokken bij de transitieplannen. Ook hij is ervan overtuigd dat een samenwerking met bewoners essentieel is om de transitie goed aan te pakken. “De bewoners dagen ons uit. Zij vragen ons te innoveren en om vaart te maken. Ze verdiepen zich echt in de materie en brengen ideeën in, die we gezamenlijk en in transparantie onderzoeken. Door deze samenwerking ontstaat een gemeenschappelijk beeld, met kansen en oplossingen die Eneco zonder hun input anders én waarschijnlijk minder succesvol zou zijn aangevlogen. Zo is geothermie prominenter en sneller op de agenda gekomen. En kunnen we met deze samenwerking de warmtenetten verder verduurzamen door om te schakelen van fossiele naar duurzame bronnen.”

Geothermie: warmte uit grondwater

Het eerste en belangrijkste idee is geothermie: aardwarmte. Recent meldde Het Financieele Dagblad nog dat het gebruik daarvan in Nederland langzamer op gang komt dan gepland. Tot nu toe zijn er slechts kleinschalige projecten gerealiseerd; er is nog niet één stad die een wijk verwarmt met geothermie. Maar in Ypenburg kan dat mogelijk wel, zo bleek uit onderzoek. Lentz: “We hebben met subsidie van de provincie onderzocht welke duurzame bronnen voor Ypenburg geschikt zijn. De conclusies zijn positief: Ypenburg kan in de toekomst warmte halen uit geothermie. Inmiddels heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat een opsporingsvergunning verleend om de mogelijkheden verder te onderzoeken. Dan weten we zeker of geothermie de belangrijkste bron van warmte kan worden voor Ypenburg. Misschien wel als één van de eerste woonwijken in Nederland."

Lees ook: Van het aardgas af: duurzamere stadswarmte met houtsnippers

Lagere temperaturen

Met een aardwarmtebron alleen ben je er niet, weet ook Van Laarhoven. Een gasloos warmtenet op basis van geothermie werkt met lagere temperaturen dan het huidige, gasgestookte warmtenet. Om in alle huizen toch dezelfde comfortabele warmte te krijgen, moeten woningen geschikt zijn voor lagere temperaturen en moet je ook het netwerk intelligenter maken. Van Laarhoven: “Dat doen we onder meer met extra metingen in de 32 warmteonderstations. Twintig daarvan hebben we inmiddels uitgerust met sensoren voor druk, flow en temperatuur. Het is een lerend systeem. We hebben de ingangstemperatuur van het systeem al circa 15 graden kunnen verlagen. En straks kunnen we pieken en dalen voorspellen, zodat we de beschikbare warmte optimaal kunnen gebruiken. Daarnaast onderzoeken we samen met HWY en de gemeente op welke wijze de installaties in een woning beter kunnen werken, met als doel lagere temperaturen op het warmtenet, minder energieverlies en meer comfort voor de klant.”

Netwerk verslimmen

We passeren een woning waar een Eneco-servicemonteur binnen aan de meter werkt. “Als onderdeel van het project ‘Netwerk verslimmen’ hebben we bij twintig klanten slimme meters geplaatst”, legt van Laarhoven uit. “Eerst als pilot, maar op termijn bij alle bewoners en grootzakelijke warmteklanten in de wijk. Zo creëren we een slim net waarmee we warmtevraag en -aanbod perfect op elkaar kunnen afstemmen. We maken het warmtenet daarmee geschikter voor duurzame warmtebronnen.”

Een geothermiecentrale staat gepland voor 2025

Terwijl we verder de wijk ingaan, passeren we een onderstationhuisje waarop een zonneboiler ligt. Van Laarhoven: “Een van de ideeën vanuit de bewoners was dat alle mensen in de wijk straks met zonneboilers op hun woning wellicht hun eigen warmte kunnen opwekken, en overschotten via een slimme meter terugleveren aan het net. Op deze plek hebben we daarmee een kleinschalige pilot gehouden, anderhalf jaar lang. Het principe werkt, maar het levert nu nog te weinig op. Wie weet dat we het in de toekomst wel rendabel kunnen maken.”

Elektrodeboiler voor de piek

De laatste stop op onze ronde is bij de warmtekrachtcentrale aan de rand van de wijk, bij het Prins Clausplein. Hier, op braakliggende gemeentegrond, komt in 2025 als de plannen doorgaan de beoogde put met geothermiecentrale. Al veel eerder – uiterlijk begin 2020 – plaatst Eneco in de bestaande centrale een 12 megawatt thermisch vermogen (MWth) elektrodeboiler. Van Laarhoven: “Deze ultra-efficiënte megaboiler neemt de plaats in van één van de huidige hulpwarmtegasketels en gaat vanaf medio 2020 warmte maken uit schone elektriciteit. De elektrodeboiler werkt heel snel en is in staat overschotten aan duurzame elektriciteit om te zetten in warmte.” Inzet van de elektrodeboiler scheelt 700.000 kuub gas per jaar. Ook kan de elektrodeboiler piekopbrengsten van duurzaam opgewekte stroom uit zon en wind opslaan in de vorm van warm water. Zo benut Ypenburg straks zelfs het kleinste beetje duurzame energie optimaal.

Blauwdruk voor andere gemeenten

De samenwerking in Ypenburg is volgens Lentz en Van Laarhoven uniek in Nederland. “We zijn blij met het goede contact hier”, benadrukt Lentz. “Het zou mooi zijn als deze aanpak een blauwdruk kan zijn voor anderen. Niet alleen voor de technische oplossingen, maar ook vanwege de openheid en transparantie. Wanneer je als bewoners actief meedoet, krijg je niet een oplossing opgedrongen, maar kun je er zelf aan bijdragen.”

De redactie van DuurzaamBedrijfsleven is niet betrokken bij de totstandkoming van dit artikel. 

Bron: Eneco | Foto: Eneco

Bodemgezondheid: ‘Alles is te koop, maar de bodem kun je niet vernieuwen’

Dirk Peters, agronoom bij aardappelverwerker Lamb Weston / Meijer, ziet de vraag naar frites en andere aardappelproducten wereldwijd toenemen met 3 tot 4 procent per jaar. Maar liefst 85 procent van alle frites die over de hele wereld gegeten wordt, komt uit Noordwest-Europa of Noord-Amerika. Deze regio’s vormen de zogenaamde ‘potato belt’; het klimaat is hier zeer gunstig voor de teelt van aardappelen. “De vraag naar aardappelen in Europa neemt dus toe. En hoe meer aardappelen je teelt, des te groter de kans op bodemziekten en uitputting van de grond.”Om uitputting te voorkomen roteren telers hun gewassen en telen ze maximaal eens per vier jaar aardappelen op hetzelfde perceel. Uitputting zorgt namelijk voor lagere opbrengsten. Om in de toekomst leveringszekerheid te garanderen is het voor Lamb Weston / Meijer en haar telers belangrijk om de bodem gezond te houden. “Als we nu geen actie ondernemen, dan moeten we in de toekomst onze aardappelen ergens anders telen”, voorspelt Peters.Foto onder: Lamb Weston / Meijer werkt met verschillende telers in Nederland samen in een duurzame teeltprogramma. Onderdeel daarvan zijn veldbezoeken, waarbij telers van elkaar kunnen leren.Bodemgezondheid is de basisDe fritesproducent stelt zichzelf ten doel om een rendabele aardappelteelt te realiseren. Daarbij halen de telers over 20 jaar minimaal dezelfde opbrengst per hectare als nu, maar met minder hulpstoffen. Via het duurzame teeltplan stuurt het bedrijf op vijf thema’s om dit te bewerkstelligen: verbetering van de bodemgezondheid, stimulering van de biodiversiteit, minder watergebruik, minder gewasbeschermingsmiddelen en een lagere uitstoot van broeikasgassen.Bodemgezondheid vormt de basis voor een duurzame teelt. Peters noemt enkele voorbeelden: “Een gezonde bodem met voldoende organische stof is beter in staat om vocht, meststoffen en nutriënten vast te houden. Daardoor hoef je minder te beregenen, heb je minder meststoffen nodig en stoot je tevens minder broeikasgassen uit. Bovendien zorgt een gezonde bodem voor weerbare planten, waardoor je minder gewasbeschermingsmiddelen nodig hebt.”'Als je alle gegevens naast elkaar legt, dan baart de bodemgezondheid ons zorgen'Voor Vincent Coolbergen, directeur van Koninklijke Maatschap de Wilhelminapolder, is de bodem daarom prioriteit nummer één. Het grootste particuliere landbouwbedrijf van Nederland levert onder andere aan Lamb Weston / Meijer. Coolbergen wil nog niet spreken van een probleem, maar ziet wel dat de opbrengsten per hectare niet langer stijgen, zoals voorheen. “Wij willen onze bodem in topconditie houden. Machines, meststoffen; alles is te koop, maar de bodem kun je niet vernieuwen.”Maatregelen“Als je allerlei verschillende gegevens naast elkaar legt, dan baart de bodemgezondheid ons zorgen”, zegt Peters. Een uitdaging is te komen tot een eenduidig meetinstrument. Lamb Weston / Meijer werkt daar hard aan, maar wil in de tussentijd ook stappen zetten. Het bedrijf werkt intensief samen met een achttal vooruitstrevende telers in Nederland in het duurzame teeltprogramma. “Daarbij kijken we naar de maatregelen die zij nemen om de bodemgezondheid op peil te houden.”Er zijn veel manieren waarop een teler de bodemgezondheid positief kan beïnvloeden. Bijvoorbeeld door niet te intensief te telen, gewasbeschermingsmiddelen te beperken en tussendoor rustgewassen te zetten. Granen leggen bijvoorbeeld minder druk op de bodem dan maïs. Tegelijkertijd zit er aan al die keuzes ook een economische kant; graan levert ook minder inkomsten op dan maïs. Lamb Weston / Meijer werkt samen met de telers aan het vinden van een juiste balans voor een goede bodemgezondheid én een rendabel bedrijf.Alles op het goede momentVolgens Coolbergen is timing het allerbelangrijkst voor bodemgezondheid. “Wij proberen om alles op het juiste moment te doen. Vervolgens bekijken we voor elke handeling: wat kan er beter?” Wanneer het nat is, probeert hij bijvoorbeeld zoveel mogelijk uit het land te blijven. Ook kiest hij voor ondieper ploegen, waardoor bodemleven, organische stof en mineralen meer geconcentreerd blijven bovenin de bodem. “Alles is erop gericht om de bodem zo min mogelijk te belasten.”'Alles is erop gericht om de bodem zo min mogelijk te belasten'Verder kijkt Coolbergen naar innovaties, zoals precisielandbouw. Daarbij krijgt elk stukje land exact de juiste hoeveelheid bemesting en bespuiting, met behulp van technologie. Bij plaats-specifiek planten geven taakkaarten inzicht in de specifieke eigenschappen van elk stukje grond. Afhankelijk van die eigenschappen, zoals het organische stofgehalte, wordt een stuk grond zwaarder beplant of juist ontzien. “Enerzijds reduceer je daardoor meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Anderzijds vergroot je de effectiviteit. Dat is duurzaamheid in optima forma.”Vooruit denkenHet reduceren van gewasbeschermingsmiddelen heeft nog een reden; telers moeten volgens Coolbergen ook inspelen op veranderende wet- en regelgeving. “De Europese toelatingen voor chemische gewasbeschermers worden op den duur gereduceerd. Je kunt dus maar beter vooruit denken.”De oplossingen voor het wegvallen van gewasbeschermingsmiddelen moeten volgens Coolbergen niet alleen uit de hoek van de telers komen. Hij doet een oproep aan plantveredelingsbedrijven om plantenrassen met goede ziekteresistentie te ontwikkelen. “We zoeken nu de oplossing in de teelt, terwijl die genetisch meegenomen zou moeten worden in de plantjes. Dat kan gewoon.”InsectenhuidjesSoms komen oplossingen uit een onverwachte hoek. In Bergen op Zoom, op een steenworp afstand van de fritesfabriek van Lamb Weston / Meijer, staat namelijk ook de insectenkwekerij van Protix. Het bedrijf maakt eiwitten en vetten van insecten, die onder andere worden gebruikt in diervoeders. Protix staat voor een circulair voedselsysteem en gebruikt reststromen uit de levensmiddelenproductie als voedingsbodem voor de insecten. Er loopt momenteel een project om de zetmeelresten die vrijkomen bij het blancheren van de frites van Lamb Weston / Meijer te gebruiken als voedingsbodem voor de vliegenlarven van Protix.Lees ook het interview met Green Leader Kees Aarts van Protix: Een logisch verhaal, geleerd uit de natuurProtix levert vervolgens een eigen product terug aan telers van Lamb Weston / Meijer. De insectenhuidjes die na het verwerkingsproces overblijven, blijken een perfecte bodemverbeteraar te zijn. Het product, genaamd Flytilizer (zie foto rechts), bevat naast de huidjes ook uitwerpselen en overgebleven voedingsstoffen. Deze bodemverbeteraar wordt inmiddels door verschillende telers van Lamb Weston / Meijer toegediend als praktijkproef binnen het duurzame teeltplan.“Het is een natuurlijke meststof die rijk is aan nutriënten en organische stof. Bovendien vormen de huidjes een voedingsbron voor goedaardige bodembacteriën, waardoor de bodem en gewassen weerbaarder worden tegen ziektes en plagen”, legt salesmanager Thijs Kapteijns van Protix uit. "Omdat het een reststroom is, heeft het bovendien een lage CO2-voetafdruk.”Kapteijns spreekt overigens niet over reststromen. “Alles wat uit het proces van insectenkweek komt, heeft een eigen rol in het circulaire systeem en heeft dus een toegevoegde waarde. We kijken voor elke stroom naar mogelijke toepassingen.”Lees ook dit artikel over reststromen verwaarden: Er gaan 2 kilo aardappelen in 1 kilo frites. Waar blijft de rest?Gedeelde verantwoordelijkheidNaast innovatieve technologieën moet het landbouwsysteem verschuiven van korte naar lange termijn denken, stelt Coolbergen. “Alleen zo kunnen we goede opbrengsten in de toekomst garanderen. Het is begrijpelijk dat een boer die zich in de schulden gestoken heeft bij een bank zich genoodzaakt ziet om te intensiveren. We zijn met z’n allen in dat systeem gegroeid, maar we moeten dat langzaam weer ombuigen.” Daar moet wel financiële ruimte voor zijn. “Voor een groter bedrijf is het makkelijker om investeringen te doen.”'Lange termijn denken is belangrijk om goede opbrengsten in de toekomst te garanderen'Telers hebben volgens Coolbergen de steun van afnemers nodig om te kunnen investeren. Bodemgezondheid is de verantwoordelijkheid van de gehele keten. “Afnemers moeten zich realiseren dat ze de boer nodig hebben, net zoals wij hen nodig hebben. Lamb Weston / Meijer laat zien dat ze niet zonder ons kunnen, dat stimuleert ons om stappen te zetten.”Lees ook hoe Lamb Weston / Meijer en McDonald's voedselverspilling tegengaan:  'Een circulaire economie vraagt vooral om ondernemerschap'Goede opbrengst boven snelle inkomstenKennisdeling is een van de manieren waarop Lamb Weston / Meijer die verschuiving van de korte naar de lange termijn stimuleert. Zo ging Peters met een groep telers op bezoek bij een teler in het noorden, die een oplossing had voor de aaltjes (wormpjes) die daar vaak in de zandgrond zitten. Aaltjes tasten de aardappelen aan en daar gebruikte de teler voorheen chemische gewasbeschermers voor.Een bepaald type afrikaantjes (eenjarige bloemen) blijkt de volledige populatie aaltjes in de bodem te kunnen vernietigen. “Deze afrikaantjes leveren weliswaar geen geld op, maar het jaar erop heb je wel een hogere gewasopbrengst. Voorheen kozen telers daar niet voor, maar nu ze de resultaten van deze teler zien, wordt het ook voor hen een aantrekkelijke optie”, vertelt Peters.Het is wederom een voorbeeld dat laat zien dat het mogelijk is om meer opbrengsten te hebben met minder hulpstoffen. Voor Coolbergen is dat dan ook de definitie van duurzaamheid. “Wij willen blijven boeren, dus we moeten vooroplopen.”Foto links: Telers delen hun kennis tijdens een van de veldbezoeken die Lamb Weston / Meijer organiseert. Het gezond houden van de bodem is hierbij een belangrijk speerpunt.5 december: ​World Soil DayElke vijf seconde raakt een stuk grond ter grootte van een voetbalveld uitgeput. Wereldwijd is meer dan een derde van de bodem al uitgeput; als er geen actie wordt ondernomen kan dit tussen nu en 2050 oplopen naar 90 procent. Om bodemgezondheid onder de aandacht te brengen en organisaties op te roepen om duurzamer om te gaan met de bodem, hebben de Verenigde Naties 5 december uitgeroepen tot World Soil Day (Wereldbodemdag).Hoofdbeeld & beeld Flytilizer: Protix | Overige beelden: Lamb Weston / Meijer