Hannah van der Korput
08 december 2023, 10:12

Opmerkelijk: waterdieren hebben minder seks door afval in oceanen

Soms stuit je als redactie op nieuws waarbij een wenkbrauw omhoogschiet. Die ene vreemde innovatie, een onverwacht effect van klimaatverandering of een staaltje menselijke onhandigheid. Opmerkelijk dus. Deze week: waterdieren die niet bepaald opgewonden raken van plastic afval in de zee.

Getty Images 1015474044 Twee van de chemicaliën in plastics hadden effect op het sperma van de garnalen. | Credits: Getty Images

Er dobbert zo’n 3,2 miljoen ton aan plastic afval in de oceanen. Dit vervuilt niet alleen de zee, het is ook gevaarlijk voor dieren die in en bij de oceanen leven. Vissen en vogels zien de oude verpakkingen bijvoorbeeld als voedsel en slikken het door. En krabben en kreeften kunnen vast komen te zitten in het plastic. Al het afval heeft bovendien een nadelig effect op het libido van waterdieren, zo blijkt uit onderzoek van de Engelse universiteit van Portsmouth.

Garnaalachtigen

De studie wijst uit dat garnaalachtige dieren zich minder succesvol voortplanten door de chemicaliën die zijn verwerkt in alledaagse kunststoffen. Zo passen mariene vlokkreeften hun paargedrag aan wanneer ze worden blootgesteld aan giftige stoffen in plastic. Deze chemische stoffen worden toegevoegd om kunststoffen flexibel te maken, kleur toe te voegen of bescherming te bieden tegen de zon.

Vier veelgebruikte chemicaliën

De onderzoekers namen vier veelgebruikte chemicaliën in kunststoffen onder de loep. DEHP en DBP komen veel voor in speelgoed, medisch materiaal en voedselverpakkingen. TPHP wordt voornamelijk ingezet als vlamvertrager in elektrische apparatuur en nagellak. Ook werd NBBS onderzocht, wat onder andere wordt verwerkt in kookgerei. “We wilden testen welke effecten deze chemicaliën hadden op het paringsgedrag in het water”, licht hoofdauteur Bidemi Green-Ojo toe.

Minder paren en zaadcellen

Uit het experiment bleek dat de garnaalachtige waterdieren die werden blootgesteld aan plastic minder snel een koppel vormden om te gaan paren. De dieren die wel een partner vonden, hadden meer tijd nodig om contact te maken en zich voort te planten.

Twee van de chemicaliën hadden effect op het sperma van de garnalen. Bij de waterdiertjes die werden blootgesteld aan verhoogde concentraties van de stoffen, daalde het aantal zaadcellen tot wel 60 procent. “Hoewel de dieren die we hebben getest werden blootgesteld aan veel hogere concentraties dan je normaal in het milieu zou aantreffen, geven de resultaten aan dat deze chemicaliën het aantal zaadcellen kunnen beïnvloeden”, aldus medeauteur Alex Ford.

Gevolgen

Het onderzoeksteam schrijft in het onderzoek dat dit mislukte paargedrag ernstige gevolgen kan hebben. Ford: “Deze dieren vormen paren om zich voort te planten. Als ze eenmaal aan een chemische stof waren blootgesteld, braken ze los van hun partner en duurde het veel langer (in sommige gevallen dagen) om te herstellen. Soms herstelde het helemaal niet.” Hierdoor kan de populatie onder druk komen te staan.

Ecosysteem

Naast hun eigen voortbestaan is dit ook slecht nieuws voor andere dieren. De mariene vlokkreeften zijn namelijk onderdeel van een enorm ecosysteem. “Ze worden vaak aangetroffen langs de Europese kusten, waar ze een aanzienlijk deel van het dieet van vissen en vogels uitmaken. Als ze in gevaar komen, zal dat gevolgen hebben voor de hele voedselketen”, zegt Ford.

En nu?

Bidemi Green-Ojo pleit voor meer onderzoek. “We moeten meer begrijpen over deze chemicaliën en hoe ze gedrag beïnvloeden. We dringen er bij milieuagentschappen over de hele wereld op aan om meer aandacht te besteden aan gedragsgegevens, omdat ze dingen vertellen die normale toxiciteitstests niet doen. Studies als deze geven een ander perspectief op potentiële schade veroorzaakt door een specifieke verontreinigende stof.”

Dit is ook opmerkelijk:

De klok tikt: politieke actie vereist in plastic recycling om circulaire doelen te behalen

Dit opiniestuk werd geschreven door Jan Lenstra, CEO van milieudienstverlener en afvalverwerker Veolia Er is meer dan genoeg plastic om te recyclen, kopte Het Financieele Dagblad eerder dit jaar. Gevestigde producenten zouden niet willen of durven investeren in nieuwe technologieën, en start-ups ondervinden hoge drempels door te hoge kosten en complexiteit. Dat zijn niet de enige redenen. De afzetmarkt vormt namelijk ook een groot probleem. Doordat virgin plastics een stuk voordeliger zijn, kiezen producenten te vaak om hier mee te werken in plaats van het duurzamere recyclaat. Hier moet verandering in komen. Met elke kilo nieuw plastic die we niet hoeven te maken, verminderen we onze CO2-uitstoot met 1,7 kilo. Plasticproducenten zien dit, en de koepelorganisatie Plastics Europe heeft bekend gemaakt dat producenten ruim 200 miljard euro gaan investeren in recycling. Toch kijkt de koepelorganisatie ook naar de regionale en Europese overheden voor maatregelen die de concurrentiekracht van de industrie waarborgen. Er is daarom een belangrijke rol weggelegd voor de politiek om producenten en bedrijven een duwtje in de goede richting te geven. Keuze voor virgin plastics Veel fabrikanten die plastic producten maken geven nu winstmaximalisatie prioriteit in plaats van duurzaamheid. Dan ben je dus alleen maar duurzaam als het je toevallig qua kosten goed uitkomt en niet intrinsiek gemotiveerd om de klimaatdoelen echt aan te pakken. Toen de olieprijzen omhoog schoten in 2022, zag je dat recyclaat een veel aantrekkelijke optie was voor producenten. Recyclaat heeft een stabielere prijs, maar is nu eenmaal wel iets duurder door de intensievere bewerking ervan. De keuze voor virgin is eigenlijk een zonde, vooral omdat Europa - en Nederland - in 2050 de circulaire economie gerealiseerd wil hebben. De eerste stappen hadden eigenlijk gisteren al gezet moeten worden. Kosten zijn niet het enige probleem. Veel producenten geven aan dat gerecycled plastic vaak niet de gewenste kleur heeft of net iets anders ruikt. Zij willen geen grijs of zwart – waar recyclaat voornamelijk uit bestaat – maar hun eigen specifieke kleur. Nieuwe technologieën, waarin nog verder geïnvesteerd moet worden, kunnen nu al dit kleurenpalet uitbreiden. Ontwikkelingen in andere methodieken helpen om het geurprobleem op te lossen. Dit zijn investeringen die recyclers nu vaak niet durven te doen, omdat de afzetmarkt zo onzeker is. Politieke betrokkenheid Het antwoord om recyclaat aantrekkelijker te maken, is drieledig. De politiek speelt hierin een sleutelrol. Ten eerste moeten we lokaal ons afvalprobleem oplossen. Dat betekent geen export meer van plastic afval, maar lokale voor- en nascheiding van plastic, waarna het vervolgens naar de recycler gaat. Dit houdt ook in dat producten waar veel plastic in verwerkt zit, niet meer verbrand mogen worden. Ten tweede moeten virgin plastics belast worden naar hun milieu-impact. Hoe meer nieuw plastic je gebruikt, hoe meer belasting je betaalt. Dat maakt het speelveld voor gerecycled plastic eerlijker. En in tegenstelling tot de belasting op wegwerpplastic, die vaak in de zak van de ondernemer verdwijnt, stimuleer je zo organisaties wel om te verduurzamen. Tot slot moet de politiek recyclers stimuleren om in technologieën te investeren die bijvoorbeeld een uitgebreider kleurenpalet mogelijk maken voor recyclaat, de verwerking van afvalplastic tot recyclaat verbeteren en ook de voor- en nascheiding beter maken. De politiek zit gelukkig niet stil. Er zijn al eerste, goede stappen gezet om het gebruik van recyclaat te verhogen. Vanaf 2027 moet minimaal 25% van een plastic product bestaan uit gerecycled plastic of biobased plastic, en dit moet oplopen naar minimaal 30% in 2030. Daarnaast schreef Marnix van Rij, staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst, in een brief aan de Kamer dat het zogenoemde non-energetisch gebruik van virgin plastics inderdaad belast kan worden met een, nieuw vorm te geven, nationale verbruiksbelasting. Het idee is dus al eens eerder geopperd. De staatssecretaris geeft wel aan dat de beleidseffecten en de gewenste instrumentenmix zorgvuldig afgewogen moeten worden. Iets dat hij zelf niet gaat doen, maar over laat aan zijn opvolger, gezien de demissionaire status van het zittende kabinet. Dit nieuwe kabinet zal met de EU moeten bewerkstelligen dat dit Europees geregeld wordt, zodat de maakindustrie in Nederland niet benadeeld wordt ten opzichte van Europese concurrenten. Het is zaak dat de versnelde invoering van nieuwe wet- en regelgeving en consistent langetermijnbeleid dat de circulaire economie stimuleert, op de agenda blijft staan en prioriteit wordt voor het nieuw te vormen kabinet.