Paul van Liempt 02 december 2022, 10:00

VNCI-voorzitter Paul de Krom: ‘Als we deze periode niet goed doorkomen, verliezen we een deel van de industrie.’

Paul de Krom bestrijdt het beeld dat er niets gebeurt in de chemische industrie tijdens de energietransitie. Wel geeft hij toe dat er aan tandje bij moet. Hij doet daartoe een beroep op de overheid, om vergunningen eerder te verstrekken: ‘Schiet eens op met die groene energie.’

20220201 vnci paul de krom 09 Paul de Krom is voorzitter van VNCI, de brancheorganisatie voor de chemische industrie | Credits: VNCI

Toen hij op 1 februari aantrad als voorzitter van de VNCI, de brancheorganisatie voor de chemische industrie, was de wereld al complex, maar toch tamelijk overzichtelijk. De Krom: ‘De discussie ging vooral over de duurzame agenda en het klimaat. Over de Green Deal en over het klimaatakkoord van Parijs. Hoe beperken we de uitstoot van CO2 zoveel mogelijk? Maar drie weken later viel Rusland onverwachts Oekraïne binnen en zag de wereld er weer heel anders uit. De energiecrisis kwam er dwars doorheen. Natuurlijk staat de ambitie van de industrie om op lange termijn over te schakelen van fossiel naar duurzaam nog recht overeind, maar er is wel een ambitie bijgekomen. Om alle doelen te halen moet er nog wél een industrie zijn. In die discussie zitten we nu volop.’

Paul de Krom (1963) werkte in de HR bij Shell in Nederland, Dubai en Londen, waardoor hij bekend is met de procesindustrie en de logistiek daaromheen. Hij was staatssecretaris Sociale Zaken en Werkgelegenheid in Rutte I, waardoor hij de weg kent in Den Haag en was zeven jaar lang bestuursvoorzitter bij TNO, waar nauw werd samengewerkt met de chemische industrie. De Krom is een energieke spreker, die niet alleen zegt de transitie te willen versnellen, maar ook het belang van chemie voor de samenleving bij een breder publiek onder de aandacht wil brengen.

De chemische sector heeft te kampen met een negatief imago, hoe wilt u dat veranderen?

“Bij veel chemische bedrijven ontmoette ik afgelopen half jaar gepassioneerde mensen die weten dat ze waarde toevoegen en dat de chemie hard nodig is om de klimaat- en energietransitie door te voeren. Dat gevoel van trots kwam duidelijk naar voren.”

Nu de buitenwereld nog.

“Omdat de buitenwereld dat niet ziet gaan we aan storytelling doen. Vertellen wat de reden van ons bestaan is. Waarom het belangrijk is dat de chemie in Nederland zit. Als je dat doet moet je transparant en communicatief zijn. Dat is voor de industrie niet altijd vanzelfsprekend. We praten liever niet over wat er niet goed gaat.”

Zoals?

“Ik praat niet over concrete bedrijven, maar het is een internationale markt en de chemie is niet de enige sector in het bedrijfsleven die laag scoort in populariteitslijstjes. Daarom is het van belang de deuren en ramen wijd open te zetten. We moeten eerlijk zijn hoe we met stoffen omgaan, zoals in het PFAS-debat, goed vertellen wat de risico’s kunnen zijn voor mens en milieu. De discussie wordt nu ook Europees gevoerd, om er kritisch naar te kijken, maar we hebben de tijd nodig om de verandering door te maken. De chemie wordt nu met veel dingen tegelijk geconfronteerd, zoals de hoge energieprijzen. Dat brengt je vanzelf op de vraag wat de toekomst van de industrie in Europa is. Hoe kun je een stevig energie-, klimaat en stikstofbeleid uitzetten, aangescherpt door Europa, om het zo effectief mogelijk te maken.”

De chemische industrie is een grootverbruiker van gas, de grootste bedrijven hier zorgen voor een flink deel van de CO2-uitstoot. Wat is de inzet?

“Dat er iets moet veranderen staat als een paal boven water. De vraag naar de inzet stelde ik ook aan veel bedrijven die ik bezocht. Doe je mee aan de transitie, de omslag, omdat het moet, of omdat het intrinsiek is? Mijn indruk is dat er veel stappen worden gezet.”

Kritiek uit de hoek van NGO’s is dat de industrie de veranderingen veel te langzaam doorzet. De industrie wordt nauwelijks duurzamer.

“Ik bestrijd het beeld dat er niets gebeurt. Sinds 1990 nam de uitstoot van CO2 -quivalent door chemiebedrijven met 40 procent af. Stikstof nam af met 78 procent en ammonia zelfs met 88 procent. In diezelfde periode is het productievolume met 21 procent gestegen. Dus meer volume, maar minder uitstoot en een lager energieverbruik. Maar ik geef toe dat als we een extra slag naar de verduurzaming willen maken we een tandje bij moeten zetten.”

Lees ook: Een circulaire en CO2-neutrale procesindustrie in 2050, hoe krijgen we dat voor elkaar?

Wat is de bottleneck?

“Die zit bij de beschikbaarheid van groene energie, bij de beschikbaarheid van de noodzakelijke infrastructuur en bij de vergunningen. Als bedrijven weten wat ze moeten doen en hun investeringsplannen klaarliggen, willen ze aan de slag. Daarom doen we een groot beroep op de overheid: schiet nou eens op met die groene energie. Waarom moet het 8 jaar duren voor we een windpark op zee hebben? Halveer dat! Pak een termijn van 2 jaar voor vergunningen, zegt de Nederlandse Vereniging van Duurzame Energie en reken dan terug wat je moet doen.”

Waarom gaat het zo traag?

“Dat zit ‘m in de ingewikkelde wetgeving en in capaciteitsgebrek. Kijk naar die Porthos-uitspraak van de Raad van State, over de vrijstelling voor stikstof die wordt uitgesloten tijdens de bouw van grote projecten als woningbouw. Bij elk infrastructureel project waar bij de aanleg stikstof vrijkomt, moet je nu zelfstandig onderzoek gaan doen naar wat de impact is voor beschermde natuurgebieden. (De Habitatrichtlijn voor biodiversiteit, PvL). Elk onderzoek kost tijd en geld en leidt hoe dan ook tot vertraging van projecten.”

Tijdens corona kon er opeens veel met inzet van noodwetjes om de zaak te versnellen. En kan hier de crisis- en herstelwet geen dienst doen?

“Die zou je kunnen gebruiken, niets is onmogelijk. Maar het is niet alleen een kwestie van wetgeving. Het gaat ook om capaciteit en kwaliteit bij de uitvoering. We zitten in de ronde-tafel-basis-industrie met verschillende partijen bij elkaar. Missie en visie hebben we in kaart gebracht, maar de executie blijft achter. Als we willen opschieten gaat het om de uitvoering.”

Het tekort aan personeel is de kink in kabel van de energietransitie?D

“Ja, dat is zo. Drie maanden geleden zijn we met het hele bestuur van de VNCI op bezoek geweest bij een ROC in Rotterdam, om gastlessen te geven. Om te laten zien hoe leuk het werk in zo’n fabriek is en om welke bijdrage je aan de samenleving biedt. Daar hoop je mensen voor je te winnen. Tijdens het Weekend van de Wetenschap meldden zich twee groepen van 40 bezoekers bij ExxonMobil aan, mensen die je nodig hebt voor de transitie. Met VNO-NCW ondernemen we initiatieven om ons verder te helpen. Maar er moet nog veel meer gebeuren.”

Miljardair en oprichter van het Britse chemieconcern Ineos Jim Ratcliffe waarschuwde in 2015 al dat de chemiebranche binnen 10 jaar uitgestorven kan zijn. Vanwege het tekort aan goed personeel. Maar hij haalde ook snoeihard uit naar het Europese beleid: “Ik zie milieutaksen, ik zie geen schaliegas, ik zie de uitdoving van kernenergie, ik zie de industrie die verdreven wordt.” Kan het binnenkort over en sluiten zijn?

“Rattcliffe is heel kritisch. En de wereld is sindsdien nog meer veranderd. Wat gebeurt er in de praktijk door die hoge gasprijs? Geen probleem, zolang je je kosten kunt doorberekenen. Als je dat niet meer kunt omdat import goedkoper is, betekent het dat je je fabriek stil moet zetten. Dat gebeurt nu ook voor een deel. Fabrieken met langetermijncontracten draaien door, maar voor bijvoorbeeld Chemelot is het een probleem. En dat energieprobleem is morgen niet weg. Wat doe je dan? Er zijn meer vragen: hoe reageert Europa? Wordt het level playing field binnen de EU verstoord? Als het pakket van 200 miljard dat Duitsland heeft klaarliggen, waarvan een deel voor de industrie is, wordt goedgekeurd en wij doen niets, dan zet je de industrie hier op nog grotere achterstand.”

De in 1950 overleden invloedrijke econoom Joseph Schumpeter noemde dat een gezonde ontwikkeling: innovatie als creatieve destructie. Laat die bedrijven maar omvallen, dan komen er bedrijven die floreren in een nieuwe economie.

“De bijdrage die deze bedrijven leveren is onontbeerlijk voor ons, tenzij je je welvaart wil opofferen. En als we hier stoppen gaat de import gewoon door. Bovendien moeten we ook nog ergens geld mee verdienen.”

Maar staat de sector binnen afzienbare tijd op uitsterven?

“Ik kan me niet voorstellen dat de hele chemie uit Europa gaat verdwijnen. Je kunt je niet compleet afhankelijk maken van de rest van de wereld, de geopolitieke inzichten geven juist aan dat het verstandig is strategische autonomie na te streven. Het is nu al zo dat 40 procent van de investeringen in chemie wereldwijd in China plaatsvindt. Omdat chemie cruciaal is, je hebt het nodig voor voedsel en medicijnen, wil je niet afhankelijk worden van China. Maar als we deze transitieperiode niet goed doorkomen, bestaat het risico dat we een deel van de industrie gaan verliezen. Welk deel dat is blijft speculeren, maar laten we voor ons allemaal hopen dat de industrie in Europa blijft. Op dit moment zitten we in een perfect storm waar je niet vrolijk van wordt: torenhoge energieprijzen, onzekerheid over beschikbaarheid en levering van gas, onzekerheid over de capaciteit van de stroomnetten, de eindeloze vergunningsprocedures, de stikstofproblematiek, de arbeidsmarktkrapte, de oplopende lastendruk voor bedrijven en de koopkracht die onder druk staat.”

Reden te meer om de verduurzaming, met het oog op 2030 en 2050, snel door voeren. Het vergt miljarden aan in investeringen.

“De plannen met duidelijke doelstellingen zijn klaar. En ik wil wél dat die investeringen in ons land plaatsvinden. Een scherp en concurrerend vestigingsklimaat is daarbij van belang.”

Doet de dreiging van rechtszaken daar afbreuk aan?

“Zeker, maar die voorkom je met wetgeving die realistisch en uitvoerbaar is. Je ziet aan het stikstofdossier hoe verkeerd het gaat als je de consequenties van wetgeving niet goed doorziet. Dat partijen naar de rechter stappen vind ik vooral iets van de politiek die de zaak laat liggen. De overheid laat ruimte waardoor het zover komt.”

Telt voor u bij alles het principe dat de vervuiler betaalt?

“Daar ben ik voor. Het is het systeem dat we al hebben. Dat Nederland daar vervolgens weer een heffing bovenop doet en andere landen niet is raar als je zegt dat het belangrijk is dat de industrie hier blijft. Geef ons in deze transitie wel een level playing field. Nederland is geen eiland. En beslis het snel, zodat de schop vandaag nog in de grond kan.”

Plannen genoeg, maar de uitvoering hapert?

“We blijven ver achter in de uitvoering. Mijn boodschap aan de minister van Economische Zaken en Klimaat Micky Adriaansens luidt: uitvoering, uitvoering en uitvoering. Val ons niet lastig met nieuwe plannen en doelstellingen, maar zorg dat wát we hebben afgesproken ook echt gebeurt.”

Wrijving en schuring

Hoe krijg je draagvlak voor de chemische industrie?

“Laat je toegevoegde waarde zien. Ga met je omgeving in gesprek als je een fabriek hebt, zoals Hans van den Berg bij Tata Steel. Het is knap wat hij doet, ze zijn daar veel actiever in dan in het verleden. Je wil niet meer terug naar dat beeld van CEO’s in een geblindeerd busje vier jaar geleden die bij het Catshuis aan kwamen rijden. Ze gaven het beeld af dat ze samen met de premier het heikele punt van dividendbelasting onderling kwamen regelen. Wij willen open, op de fiets, in gesprek met Greenpeace en NGO’s. En als ik iets bespreek met Mark Rutte is daar niets geheims aan. Het staat gewoon op mijn blog.”

Gaat het dan ook over voldoende steun voor innovaties? Want daar is Nederland geen koploper.

“Als je de R&D (Research & Development) investeringen publiek en privaat in Nederland optelt, zit je op 2,18 procent van het BBP. Duitsland zit op 3 en wil naar 3,5, het gemiddelde in Europa 3,3. Er is van overheidswege een extra investering nodig om Nederland op te tillen naar de voorhoede van innovatie. Twee jaar geleden was ik in Israël, een land met 7,5 miljoen inwoners. Ze zitten op 5,3 procent R&D, omdat ze heel goed zijn in het aantrekken van venture capital (gericht op risicovolle investeringen in innovatieve bedrijven), in korte klappen en het stichten van nieuwe bedrijven. Daar kunnen we van leren. Wij in Nederland onderscheiden ons in privaat-publieke samenwerkingen. Bij TNO kreeg ik buitenlandse delegaties op bezoek die vroegen hoe we dat deden. De hele regio Eindhoven heeft het zo ongeveer uitgevonden. We zijn er verdomd goed in, net als in logistiek en infrastructuur. Het is hier niet alleen kommer en kwel.”

Wordt het nog minder kommer en kwel als we zo snel mogelijk van olie en gas af zijn?

“Ja, maar het moet wel kunnen. Nu is de hele energiemix nog van belang (olie, gas, waterstof, zon, wind, kernenergie). We zitten niet in de luxepositie dat we opties uit kunnen sluiten. Ik ben er ook voor naar het energieprobleem te kijken als naar een systeem. Als we op groene waterstof overgaan betekent dat ook dat je gaat werken met heel andere businessmodellen en met andere logistiek. Het heeft impact op de hele keten. Elk veranderingsproces gaat gepaard met wrijving en schuring. We komen uit een fossiele omgeving en moeten naar iets totaal anders. Het is ingewikkeld, het gaat met vallen en opstaan, maar ik denk niet dat mensen het accepteren als hier een tijdje het licht uitgaat. Het gaat ook in een transitie bij energielevering om drie dingen: betrouwbaarheid, betaalbaarheid en duurzaamheid. Die moeten goed in balans zijn.”

Maar in die volgorde?

“Ja, het liefst wel. Maar je wil niet dat je teruggaat naar fossiel als betaalbaar dát betekent. Hoe dan ook moet betrouwbaar altijd recht overeind staan, anders krijg je grote maatschappelijke onrust en dat is het laatste wat je wil.”

U blijft optimistisch?

“Ja, omdat we voor de veranderingen waar we voor staan lef en samenwerking tussen álle partijen nodig hebben. En precies daar is Nederland goed in.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Changemaker Yasemin Tümer: "Van investeren in een vrouw wordt uiteindelijk iedereen beter"

Slechts 0,2 procent van de investeringen van venture capital (investeringsfondsen die gericht zijn op risicovolle investeringen in innovatieve bedrijven) kwam tussen 2008 en 2019 terecht bij start-ups met alleen vrouwen in het team. En nog geen 10 procent van de risicofinanciering belandt bij startups opgericht door vrouwen, blijkt uit cijfers. “Tegen een vrouw zeggen ze: ga eerst de plannen maar eens concreter maken, mevrouw. En een man krijgt te horen: het is misschien nog niet helemaal af, maar we gaan je helpen.” Waar komt dat dan door? “De afstand tussen mannen en vrouwen is gewoon nog heel groot op de financiële markt. Helaas heb ik de afgelopen jaren ook weinig zien veranderen en we mogen gewoon niet toelaten dat dit nog tientallen jaren zo blijft. Daarom hebben we met een groep vrouwen nu zelf actie ondernomen. The Angel Initiative is een groep van vrouwelijke angel-investeerders, die onderneemsters met een goed plan steunt. Dat werkt twee kanten op. Niet alleen is dit voor vrouwelijke ondernemers, bij een goed plan uiteraard, een manier om in aanmerking te komen voor financiering. Daarnaast leren we vrouwen die geld tot hun beschikking hebben, om dit te investeren en er iets goeds mee te doen. Want ook onder de investeerders zijn vrouwen in de minderheid.” Hoe gaat investeren via The Angel Initiative in zijn werk? “Bij investeren denken mensen nog vaak aan ‘even geld inleggen’ en over een paar jaar hopelijk cashen. Investeren gaat vaak via een fonds. Je legt je geld in en hebt er, als het ware, geen omkijken meer naar. Een comité van het fonds beslist vervolgens aan welke ondernemers het geld wordt geleend. Zo werkt het bij ons niet. Wij werken bewust niet als een fonds. Onze investeerders zijn zélf verantwoordelijk voor waar ze hun geld in willen steken. Niemand beheert iemand anders zijn geld. Natuurlijk worden alle ingediende plannen wel eerst gescreend. Daarna gaat de onderneemster die investeerders zoekt, met de angels in gesprek. Als alle vragen zijn beantwoord, steken de angels die willen investeren hun hand op. Wij verlangen van de angels dat ze per vijf jaar minimaal 20.000 euro investeren. Daarnaast vragen we van ze dat ze zich actief met het bedrijf dat ze steunen bemoeien. Ook dat is een verschil met andere manieren van investeren. De angels investeren niet alleen in geld, maar ook in tijd, kennis en netwerk. Het idee daarachter is dat we samen sterker zijn. De ene angel weet veel van financiën, de ander weet veel van de markt waarop de onderneemster actief is, enzovoorts. Rondom de ‘founder’ van het bedrijf komt zo een groep te staan van sterke vrouwen met collectieve wijsheid, relevante kennis en een goed netwerk. Een mooie start van de onderneemster en natuurlijk hopen we dan ook dat de investering zich uiteindelijk uitbetaalt. Maar dat is heel iets anders dan in tien ondernemers geld stoppen, je nergens mee bemoeien en hopen dat er één klapper bij zit. Wij vragen écht commitment.” Hoe belangrijk vinden jullie het om te investeren in duurzame producten en diensten? “Dat is zeker een factor waar wij op letten. Platforms die mensen alleen maar meer willen laten consumeren, komen bij ons niet door de screening. Groene investeringen vinden we belangrijk. Daarnaast zetten we ons met het initiatief natuurlijk ook in voor gendergelijkheid en zijn we duurzaam in menselijke relaties. En vrouwen starten vaker duurzamere, socialere bedrijven op dan mannen. Die wij dus weer ondersteunen.” Wat is het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke ondernemers? “Even zwart-wit gezegd: de mannelijke manier van ondernemen is: ik word eerst zelf rijk, daarna ga ik geven aan goede doelen. Dan ben ik de gulle gever. Ik wil zeker niet beweren dat alle mannen zo te werk gaan of zo denken, maar ik generaliseer het hier. Bij vrouwen zien we vaker dat een bedrijf wordt opgezet en dat de hele familie daarin actief is, of dat het hele dorp meewerkt. De community staat centraal, niet de vrouw zelf. Dat maakt de successen duurzamer, maar soms iets minder snel. Vrouwen zijn gewoon meer ‘getuned’ op het welzijn van de hele omgeving. Je investeert daarmee niet alleen in die vrouw, maar in de hele gemeenschap. Ik zeg daarom graag: If you invest in a woman, you invest in the community. Het is een enorme kwaliteit van vrouwen om die gemeenschap mee te nemen in de plannen en in de welvaart. Daarom is het zo belangrijk om te investeren in vrouwen en die kwaliteiten ten volle te benutten. Uiteindelijk wordt iedereen daar beter van.”Een deel van het team van The Angel InitiativeSchrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.