Kaz Schonebeek 20 december 2023, 13:39

Zo wordt de elektrische auto onderdeel van het stroomnet: 'De toekomst is er al'

Steeds meer elektrische auto’s kunnen stroom terugleveren aan het huis en het net. Dit kan bijdragen aan het oplossen van netcongestie en financieel interessant zijn voor de autobezitter. Slim en bi-directioneel laden kan alleen als auto, laadpaal en stroomnet met elkaar communiceren. “Ik noem het wel eens een revolutie die op dit moment gaande is. Een aantal kaarten wordt opnieuw geschud.”

60 A6879 De Kia EV9 kan bi-directioneel laden. | Credits: Kia

Een auto-accu kan meer dan alleen een auto laten rijden. De nieuwste generatie elektrische auto’s kunnen ook woningen, of zelfs buurten van stroom voorzien. Auto’s zowel opladen als ontladen heet bi-directioneel laden. Dat is interessant voor de individuele auto-eigenaar én voor het oplossen van problemen op het elektriciteitsnetwerk.

“In theorie wordt elk huishouden een kleine energiecentrale die op zichzelf kan opereren. Die stroom opwekt, gebruikt en opslaat”, vertelt Jesse Stuiver. Hij is country manager Benelux bij Road, dat softwareplatforms bouwt voor laadsystemen. “De auto wordt een soort mobiele batterij. Dat kan een grote bijdrage leveren aan de uitdagingen die komen kijken bij de elektrificatie.”

Veranderende elektriciteitsmarkt

Het is druk op het elektriciteitsnet. Zo druk zelfs dat het voor veel bedrijven en woningbouwprojecten momenteel niet mogelijk is een nieuwe aansluiting te krijgen. Onder andere de grootschalige doorbraak van zonnepanelen en elektrisch rijden hebben de druk op het net aanzienlijk verhoogd. Elektrische auto’s gebruiken veel stroom en nemen soms wel tot de helft van het verbruik van een huishouden voor hun rekening.

Vooral de piekvraag van elektrische auto’s trekt een zware wissel op de beschikbare netcapaciteit. Veel mensen laden op hetzelfde moment hun auto op: als ze tussen 5 en 7 van werk thuiskomen. Wie een dynamisch energiecontract heeft, ziet dat terug op de energierekening. Op die momenten is stroom het duurst.

Slim en bi-directioneel laden zorgt ervoor dat auto’s opladen als er veel, goedkope elektriciteit beschikbaar is. Op piekmomenten, als de stroomvraag hoog is, kan de auto juist elektriciteit terug leveren. Zo zorgt bi-directioneel laden voor rust op het stroomnet en een financieel voordeel voor de auto-eigenaar.

Technische uitdagingen

Bi-directioneel laden bestaat in verschillende vormen. Allereerst is er ‘vehicle-to-load’ (V2L): de auto functioneert als stopcontact waar je apparaten zoals een elektrische fiets of laptop mee kan opladen. Ook is er ‘vehicle-to-home’ (V2H), waarbij een auto via de laadpaal een huis of gebouw van stroom voorziet. Ten slotte is er ‘vehicle-to-grid’ (V2G), dat de auto aansluit op het elektriciteitsnetwerk. Dit gaat ook via de laadpaal, en vraagt afstemming tussen verschillende partijen.

Om bi-directioneel te kunnen laden, moet je een auto hebben die daarvoor geschikt is. Steeds meer automerken brengen zulke modellen op de markt. Net zo belangrijk is een bi-directioneel laadpunt dat stroom kan terugleveren en kan communiceren met het energienet.

“Er worden nog steeds heel veel laadpalen neergezet die niet bi-directioneel kunnen laden. Je zou dat eigenlijk moeten verplichten, via nationale of Europese wetgeving”, stelt Baerte de Brey van ElaadNL, een innovatiecentrum voor slimme oplaadtechniek, opgezet door de netbeheerders.

Ecosystemen

ElaadNL is betrokken bij de uitrol van vehicle-to-grid-initiatieven in Nederland. Netbeheerders hebben belang bij een stabiel stroomnetwerk, dus ondersteunen ze projecten die netcongestie tegengaan. De Brey: “Ons werk is de afgelopen jaren ingrijpend veranderd. Vroeger waren wij netbeheerders, punt. Nu komen er allerlei samenwerkingsverbanden tussen sectoren tot stand. Dat is waar de innovatie plaatsvindt.”

Vehicle-to-grid mogelijk maken, vraagt om het ontwikkelen van een heel ‘ecosysteem’ van samenwerkende marktpartijen, legt Stuiver uit. “Het gaat om voertuigfabrikanten, laadpaalfabrikanten, laadpaalbeheerders, energieleveranciers, netbeheerders en bedrijven die alles samenbrengen via software.” Al die partijen moeten hun producten op elkaar afstemmen en informatie met elkaar delen. Road werkt met Jedlix en mobiliteitsaanbieder Kia samen om zo’n ecosysteem mogelijk te maken.

Bi-directionele auto’s aansturen op behoeftes van de elektriciteitsmarkt kan een enorme impact maken op het balanceren van het stroomnet en het optimaal benutten van duurzame elektriciteit. Dat stelt Jorg van Heesbeen, chief business officer bij Jedlix, een softwareontwikkelaar voor slimme laadoplossingen. “Het laadvermogen van alle volledig elektrische auto’s die nu al rondrijden in Nederland – en dat zijn er in november 2023 zo’n 430.000 – is ongeveer 4 gigawatt. Dat is meer dan drie keer zo veel vermogen dan de grootste kolencentrale van Nederland.”

“Als de auto onderdeel wordt van het stabiliseren van het grid en het afvlakken van pieken in de stoomvraag, hebben autofabrikanten natuurlijk een belang”, legt Stuiver uit. “Door zich actief met vehicle-to-grid-oplossingen bezig te houden, kunnen zij hun klanten veel meer aanbieden dan alleen de auto.”

Protocol

Het delen van al die informatie over het laadproces gaat niet vanzelf. ElaadNL staat aan de wieg van het Open Charge Point Protocol (OCPP). Dit protocol maakt onderdeel uit van de infrastructuur die bi-directioneel laden mogelijk maakt. OCPP is het wereldwijde standaard-format om laadpalen en software met elkaar te laten communiceren.

“In het protocol staat hoe het laden van een auto moet verlopen”, vertelt De Brey. “Bijvoorbeeld om welk type auto het gaat. Want de ene auto laadt op een andere manier dan de andere auto. Laag voor laag beschrijft het protocol hoe er geladen moet worden. Als iedereen dit implementeert, zou het niet moeten uitmaken dat je met een Duits pasje bij een Nederlandse paal oplaadt.”

Nederland proeftuin

Op verschillende plekken in Nederland wordt bi-directioneel laden naar het grid uitgetest. Nederlanders staan daar voor open, blijkt uit onderzoek. De helft van de elektrische rijders geeft aan graag bi-directioneel te willen laden.

De gemeente Utrecht heeft het al verplicht gesteld dat alle nieuwe laadpalen voor deelauto’s bi-directioneel zijn. Maar, merkt Stuiver op, “Dat gaat nu nog om gesloten ecosystemen. Er rijdt een vooraf bepaald aantal deelauto’s dat vaak op dezelfde plekken komt. Dat is echt heel iets anders dan een vrije markt waar er honderdduizenden auto’s en overal oplaadplekken zijn.” De ambitie van Road en Kia is dan ook om een systeem te bouwen dat door alle Kia-rijders gebruikt kan worden.

Regeltechnische hordes

Ook moet nog een aantal regeltechnische hordes worden genomen. Zo is het voor zakelijke rijders nog onduidelijk met wie de stroom in accu’s moet worden afgerekend. Want wat als iemand op het werk de auto oplaadt, en thuis ontlaadt? En hoe zit dat fiscaal? Ook zijn er nog problemen met de energiebelasting. Op dit moment moeten auto-eigenaren belasting betalen bij zowel opladen als ontladen van de auto. Maar wat als de elektriciteit niet voor eigen gebruik is?

Toch verwacht Stuiver dat deze hordes de uitrol van bi-directioneel laden niet zullen afremmen. “De veranderingen op het gebied van mobiliteit gebeuren nu. De toekomst is er al. Ik noem het wel eens een revolutie die op dit moment gaande is. Een aantal kaarten wordt opnieuw geschud.”

Lees meer:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Kia. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.

Greenwheels groeit opnieuw hard: ‘Hoe meer autodelers, hoe beter’

De groei past in een trend, zegt Anja Beverwijk van Greenwheels. “Vorig jaar groeide het aantal bestuurders ook met ruim 50 procent. Wat we zien, is dat mensen anders naar autobezit zijn gaan kijken. Dat is grotendeels te verklaren door de coronapandemie. Er wordt veel hybride gewerkt. Deels thuis, deels op kantoor. Het woon-werkverkeer verandert daardoor aanzienlijk, wat maakt dat er minder noodzaak is om een eigen auto te hebben. Dat leidt ertoe dat mensen hun eerste of tweede auto wegdoen of besluiten om er geen aan te schaffen. Ze kiezen voor alternatieven.” In de zakelijke markt is ook een omslag gaande. “Waar een leaseauto eerder de standaard was, kiezen bedrijven nu vaker voor een mobiliteitsbudget dat werknemers flexibel kunnen inzetten. En dan zie je dat er na corona andere keuzes worden gemaakt.” Van bezit naar gebruik Ondanks de flinke groei voor Greenwheels is een privéauto nog altijd de norm, benadrukt Beverwijk. “Een privéauto is voor veel Nederlanders nog leidend. Gaandeweg komen we erachter dat een auto niet alleen lusten, maar ook lasten heeft. In reclames worden beelden getoond van auto’s die door een leeg landschap scheuren. Dat plaatje is niet te rijmen met de realiteit. In de praktijk is het niet zo ideaal. Het is vaak zoeken naar een parkeerplek, het is druk op de wegen en vanuit milieuoogpunt zijn al die auto’s ook geen goed idee.” Autodelen is niet alleen voor grote steden Dus hoe krijg je mensen hun privéauto uit en de deelauto in? “Door echt een slim alternatief te bieden. Dat betekent dat er genoeg auto’s moeten staan verspreid over heel Nederland. Autodelen wordt vaak geassocieerd met de Randstad en grootstedelijke gebieden. Dat is onterecht. In de regio’s zijn we ook actief. De top 3 van plaatsen waar onze auto's het meest populair zijn, bestaat uit Heerlen, Spijkenisse en Ede. Deze auto’s zijn meer dan 60 procent van de tijd bezet per 24 uur. Dat is praktisch de hele dag. Ter vergelijking: een privéauto wordt maar 5 procent van de tijd gebruikt.” Ook de overheid stimuleert autodelen met diverse campagnes. En er komt steeds meer interesse vanuit kleinere gemeentes. “Er zijn genoeg toegangswegen naar de snelweg die tijdens de spits dichtslibben. Om die reden wordt er actiever ingezet op betere fiets- en ov-verbindingen. Deelauto’s worden ook steeds vaker meegenomen in de mix. Wanneer er nieuwe wijken worden gebouwd, vormen deelauto’s een onderdeel van de plannen.” Fossielvrij rijden in 2025 Greenwheels breidde afgelopen jaar ook zijn vloot uit van 2.510 auto’s naar 2.760. De nieuwe auto’s rijden deels op elektriciteit en deels op benzine. Beverwijk: “We zien een groeiende interesse in elektrisch rijden. Nog niet elke gemeente is er echter klaar voor. Op plekken waar de laadinfrastructuur nog niet op orde is, plaatsen we benzineauto’s. Deze rijden heel zuinig, dus daar kunnen we dan ook verschil maken. Toch hebben we een duidelijke missie: fossielvrij rijden in 2025. Dat is al bijna. Binnen afzienbare tijd moeten alle benzineauto’s worden verruild voor elektrische voertuigen.” Positieve gevolgen van autodelen “Hoe meer autodelers, hoe beter”, zegt Beverwijk. Volgens haar zijn de positieve gevolgen die autodelen met zich meebrengt groot. “Auto’s worden op die manier écht gebruikt en staan niet langer stil. Dat scheelt ruimte op straat, denk aan alle parkeerplekken. Maar ook op de weg zal het de druk verlichten. Eerder onderzoek wees uit dat één Greenwheels-deelauto zo’n veertien privéauto’s van de straat haalt. Dat leidt tot minder files, uitstoot en luchtvervuiling. Ga je daarop door, dan hoeven er ook minder auto’s geproduceerd te worden. Dat bespaart schaarse grondstoffen en CO2-uitstoot. En ook: het scheelt in het gros van de gevallen geld. Een eigen auto is vaak duurder dan zo nu en dan een auto huren.” Verandering Verandering is lastig, weet Beverwijk. “Tegelijkertijd is het onvermijdelijk. We kunnen zo niet doorgaan. We hebben de schaarse ruimte hard nodig om nieuwe wijken te bouwen en om bestaande wijken leefbaar te houden. Vanuit milieuoogpunt is de huidige situatie niet langer houdbaar. De omwenteling moet er dus komen. Gelukkig gebeurt dat steeds meer. We zien dat de jongere generatie de deelauto omarmt. Onze grootste groep nieuwe klanten bestaat uit mensen onder de 30 jaar. Dat is een groep die geen privéauto meer aanschaft en dus niet gewend is aan een eigen auto. We hopen dat deze groep de komende jaren nog veel verder groeit. Daar gaan we ons best voor doen met goede, nette en steeds duurzamere auto’s. Natuurlijk moeten er ook genoeg voertuigen zijn, zodat mensen er altijd één kunnen reserveren wanneer ze het nodig hebben.” Lees ook: De wijk van de toekomst is gezond, duurzaam, groen en telt 0 auto´sBezit de ondernemer van de toekomst geen eigen vervoermiddelen meer?Deelmobiliteit groeit en dit is wat het oplevert