Romy de Weert 29 augustus 2023, 11:01

Laadprijzen bij openbare palen lopen sterk uiteen: zo laad je het goedkoopst

In Nederland staan zo’n 51.000 openbare laadpalen. Maar de tarieven per laadpaal lopen sterk uiteen, blijkt uit onderzoek van de Consumentenbond. Zo is de prijs bij het ene laadpunt 70 cent per kilowattuur, terwijl dat bij de andere paal 30 cent is. Hoe kan dat?

Adobe Stock 291586012 Exploitanten van laadpalen zijn wettelijk verplicht om transparant te zijn over hun prijzen. | Credits: Adobe Stock

Wie elektrisch rijdt, moet zijn of haar auto opladen. Gek genoeg is de prijs die je betaalt niet te zien wanneer je bij een openbaar laadpunt begint met laden. Terwijl dat wel zo is bij benzinepompen. En dat is gek, vinden de Consumentenbond en de Vereniging Elektrisch Rijden (VER).

Omslachtig

Exploitanten van laadpalen zijn wettelijk verplicht om transparant te zijn over hun prijzen, via een sticker of een QR-code op de laadpaal. “Wij checkten tientallen palen, maar QR-codes blijken lang niet altijd te werken. Je komt niet uit bij de tarieven, of je moet je eerst registreren. Dat is omslachtig. Wij vinden dat het laadtarief per kilowattuur direct zichtbaar moet zijn op de laadpaal. Op een sticker of een display”, zegt Sandra Molenaar, directeur Consumentenbond.

Het laadtarief van een openbare laadpaal hangt van meerdere dingen af. De exploitant, de laadpas die je gebruikt en de gemeente waarin de paal zich bevindt. In Nederland zijn er zo’n 70 laadpasaanbieders. Via een app van de laadpasaanbieder is vaak te achterhalen wat het tarief van een laadpaal is. Maar er zijn ook passen die werken met een flexibel tarief. Daardoor kan het zijn dat de ene paal 30 per kilowattuur kost, en een paal 200 meter verderop 70 cent vraagt.

Onnodig te veel betalen

“Elektrische rijders betalen zonder het te weten vaak te veel voor het opladen. Het kan je veel geld schelen als je vooraf onderzoek doet naar de verschillende tarieven”, zegt Maarten van Biezen, oprichter van de Vereniging Elektrische Rijders (VER) tegen de NOS. Uit een van zijn enquêtes onder bijna tweeduizend elektrische rijders blijkt dat slechts een derde vooraf weet wat ze kwijt zullen zijn bij een laadpaal.

De Consumentenbond roept gemeentes op om scherp aan te besteden en meerdere aanbieders te laten concurreren. “En als er maar één aanbieder is, zou de gemeente in ieder geval het prijsniveau moeten bewaken”, zegt Molenaar.

Volgens Van Biezen kun je als consument het beste grondig onderzoek doen naar de prijzen voordat je gaat laden, al hoopt hij dat er binnenkort een goede, betrouwbare app op de markt komt.

Meer lezen?

Bij deze ‘valse claims’ voor kleding moeten je alarmbellen afgaan

Duurzaam shoppen wordt voor consumenten niet makkelijk gemaakt. Er is een oerwoud aan keurmerken in de supermarkt, en ook in de kledingindustrie sijpelen duurzame labels door. Ze zouden de consument moeten helpen bij het maken van een duurzamere keuze, maar in de praktijk blijkt dat niet altijd het geval. Er zijn steeds meer onderzoeken naar de betrouwbaarheid van de duurzame claims, omdat deze niet altijd terecht blijken. Zo werkt de Autoriteit Consument en Markt (ACM) aan een onderzoek naar greenwashing in de kledingindustrie. "Wij zien dat veel kledingbedrijven zich graag duurzaam voordoen, maar ze overdrijven hun claims en de onderbouwing ontbreekt”, zei Edwin van Houten, directeur Consumenten van de ACM. De ACM kan de misleidende bedrijven boetes of lasten onder dwangsommen opleggen. Daardoor hebben steeds minder consumenten vertrouwen in de duurzame beloftes van kledingmerken: meer dan de helft van de Nederlanders vertrouwt de sector al nauwelijks meer. Zo bleek uit onderzoek van Radar. Dat komt deels doordat termen zoals ‘conscious’ of ‘care’ niet beschermd dus vrij te gebruiken zijn. Hoewel er geen eenvoudige manieren zijn om de feiten en fabels van elkaar te onderscheiden, zijn er toch dingen waar je op kan letten als je duurzamere kleding wil kopen. Bij welke uitspraken moeten je alarmbellen afgaan? Wij zetten ze op een rij. 1. Recyclebaar Kledingstukken – met name spijkerbroeken, worden vaak als ‘recyclebaar’ bestempeld. Toch is het vaak onmogelijk om een spijkerbroek te recyclen. De meeste kledingstukken bestaan namelijk uit een mix van stoffen. Vaak zijn dat natuurlijke vezels, zoals katoen of linnen samen met synthetische vezels, zoals elastaan of polyester. Die laatste twee worden gemaakt van aardolie en zijn als het ware plastic. Plastic Soup Foundation benadrukt dat er bij het wassen van synthetische stoffen microplastics vrijkomen, die in het rioolwater belanden. Synthetische stoffen zoals elastaan worden vaak gemengd met vezels als katoen voor de stretch. En dat is problematisch: er zijn nog heel weinig recyclingtechnieken die plasticvezels kunnen scheiden van natuurlijke vezels. Vorige maand hadden spijkerbroekenmerk MUD Jeans en Hogeschool Saxion een wereldprimeur: ze ontwikkelden de eerste volledig circulaire spijkerbroek. Eentje die is gemaakt van oude, versleten en gedragen spijkerbroeken. Zo simpel is het dus nog niet. Kijk daarom bij het kopen van een product naar waar de stof van gemaakt is. De beste manier om te recyclen is wanneer een kledingstuk uit één materiaalsoort bestaat. 2. Gerecycled plastic Kleding recyclen van een mix van synthetische en natuurlijk stoffen is dus lastig en in de praktijk bijna niet mogelijk. Daarom is het opletten geblazen als een kledingmerk beweert dat het gebruikmaakt van gerecycled plastic. Het gaat dan vaak om gerecycled PET, gerecycled polyester en oceaanplastic. Maar: plastic is plastic. En daar moeten we juist vanaf. “Elke vermelding van gerecycled polyester of oceaanplastic doet meteen mijn greenwashing-alarm afgaan”, zegt denimdesignconsulent Anne Oudard tegen Rivet. “Plastic mag nooit geassocieerd worden met enige vorm van een duurzame oplossing.” Bovendien is gerecycled polyester bijna nooit afkomstig van kleding, maar juist van plastic flessen. En dat is een probleem, want in principe zou je de levensduur van een plastic fles kunnen verlengen. Zo is het beter om van een fles een nieuwe fles te maken, in plaats van het product te downcyclen. Als een plastic fles is gerecycled tot kleding, neemt het potentieel voor toekomstige recycling af. En hoewel oceaanplastic, dat wordt omgezet naar synthetische vezels, klinkt als een milieubewuste inspanning, is dat niet altijd het geval. Ani Wells, duurzaam denimexpert zegt tegen Rivet dat de bron van plastic afval moeilijk te verifiëren is. "Wees voorzichtig met 'oceaanplastic', vooral als je geen legitieme certificering ziet", zegt ze. 3. Duurzame collectie Merken komen steeds vaker met ‘duurzame collecties’. Voor experts is dit de derde rode vlag. Het gaat vaak om een klein deel van de collectie dat bestaat uit duurzame of gerecyclede materialen. "Het wordt tijd dat we stoppen met kijken naar 'duurzaamheid' product per product en in plaats daarvan kijken naar de volledige impact van een merk," zegt Wells. "Als je eenmaal in het verhaal van een merk begint te graven, kun je ontcijferen wie echt duurzaam is en wie niet." Duurzaam shoppen doe je zo Wat kun je dan wél kopen als je duurzaam wilt shoppen? Volgens ASN Bank is het belangrijk om te kijken naar leefbaar loon, materiaalkeuze (katoen of polyester en elastaan), het productieproces (kijk dan naar watergebruik en chemicaliën) en welke keurmerken het kledingstuk heeft. In deze video vertelt ASN Bank je waar je op kunt letten als je een spijkerbroek koopt en voor welke merken je met een gerust hart kunt kiezen.Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 22 juli 2022 en is aangepast op 29 augustus 2023. Meer lezen? Textielbranche bundelt de krachten voor landelijk innamesysteem voor afgedankte kleding Statiegeld op kleding is bijna een feitWetenschappers ontwikkelen simpele manier om polyester te recyclen