André Oerlemans
31 maart 2023, 10:45

Consument: top 209 Nederlandse bedrijven groener, greenwashing doorgeprikt

Nederlandse bedrijven zijn volgens consumenten een stuk groener en duurzamer geworden dit jaar. Zij riepen ‘slaafvrij’ chocolademerk Tony’s Chocolonely opnieuw uit tot meest duurzame merk van Nederland en bestraften olie- en vliegmaatschappijen met lage klasseringen in de Sustainable Brand Index (SBI). Opvallende trend: greenwashing loont niet meer.

Adobe Stock 510789543 Nederlandse consumenten weten greenwashing van bedrijven steeds beter door te prikken | Credits: Adobe Stock

Voor het zevende jaar maakte het Zweedse Onderzoeksbureau SB Insight onlangs de Nederlandse ranglijst
van meest duurzame merken bekend. Dat gebeurde bij Change Inc.
in Amsterdam. De SBI wordt samengesteld op basis van een enquête onder 80.000 consumenten in negen Noord-Europese landen. In Nederland werden 12.000 consumenten ondervraagd. Het gaat dus niet over de daadwerkelijke prestaties van bedrijven. De positie in de lijst is gebaseerd op twee scores: hoe merken volgens consumenten presteren op sociaal- en op milieugebied.

Perfectie bestaat niet

De maximale score die een merk kan halen is 200 procent, maar dat haalt niemand. De Nederlandse merken scoorden dit jaar gemiddeld 74 procent, een stuk hoger dan de 65 procent in 2021 en 2022. Toch haalt ook winnaar Tony’s Chocolonely ‘slechts’ 114 procent. “Mensen vergeten wel eens dat ook de top van de duurzame merken nog een hele lange weg te gaan heeft. Perfectie bestaat niet”, zegt Annemarije Tillema, directeur Benelux bij SBI.

Annemarije Tillema in gesprek met Harm Edens tijdens de presentartie van de SBI | Credit: SBI

Weinig verrassingen

Bovenaan de lijst zijn er niet zoveel verassingen. Na Tony’s Chocolonely, komt De Vegetarische Slager, de winnaar van vorig jaar, die onder de vleugels van het grote Unilever de vleesconsumptie wil verminderen. In dat straatje hoort ook de nummer drie, vegetarisch merk Valess. De waterflessen van Dopper
staan op de vierde plaats. Daarna volgen Zonnatura, ANWB, Greenchoice, Dille & Kamille, Vandebron
en IKEA in de top tien.

Onderaan in de top 209 staan de usual suspects: oliemaatschappijen als Shell (178), BP (191). Total (199) en Esso (208), vliegmaatschappijen als KLM (190), Transavia (197), EasyJet (207) en Ryanair (209), luchthavens als Schiphol (204), aanbieders van vliegreizen als Sunweb (193), TUI
(200) en Corendon (206) fastfoodketens als Burger King (192) en KFC (205) en grote bedrijven en webshops die het niet zo nauw nemen met de arbeidsomstandigheden en herkomst van producten zoals Amazon (198), Uber (202) en Primark (203). Dat geeft aan dat consumenten redelijk inzien welke merken wel en niet duurzaam zijn.

Greenwashing op zijn retour

Tillema erkent dat bedrijven die een goede marketingafdeling hebben en zich groener voordoen dan ze zijn, hoger kunnen eindigen dan ze eigenlijk verdienen. Maar greenwashing, zoals dit zo mooi heet, loont volgens haar alleen op de korte termijn. “De complexiteit van duurzaamheid is dat je het nooit snel of goed genoeg doet. Je moet het waarmaken bij de consument, anders val je in deze tijd keihard door de mand”, zegt ze. “Zeven jaar geleden kreeg je veel applaus als je voor de troepen uitliep. Nu is iedereen daar en moet je als koploper ook harder gaan rennen in die transitie. Dus je komt vandaag de dag niet meer weg met greenwashing. Je moet echt harder en zorgvuldiger aan de slag met je bewijsvoering. Dat hoor ik overal.”

Ze juicht de anti-greenwashing
wetgeving vanuit de EU dan ook van harte toe. Die stelt strengere eisen aan groene claims. “Die wet zorgt ervoor dat het speelveld transparant is en blijft en dat bedrijven vaart maken en het goed regelen”, zegt ze.

Vertrouwen onder druk

Ook uit de data van het onderzoek blijkt dat de consument zich niet zo makkelijk laat foppen. Slechts 40 procent van de ondervraagden vertrouwt de duurzame communicatie van bedrijven en 28 procent vertrouwt die niet. Tillema erkent dat de geloofwaardigheid van duurzaamheidscampagnes van merken onder druk staat. Zij vindt dat bedrijven eerst duurzaam moeten zijn of duurzame stappen moeten nemen, voordat ze daarover naar buiten communiceren. Als dat goed op elkaar aansluit, heeft marketing ook meer effect. “Het gaat erom om op het juiste moment de juiste boodschap uit te dragen. Dan win je de consument”, zegt ze.

Bekijk hier het webinar over de bekendmaking van de Sustainable Brand Index en het Nederlandse landenrapport:

Kritiek is goed

De afgelopen jaren kwam er nogal eens kritiek
op de ranglijst. Zijn de bedrijven die hoog in de SBI staan wel echt duurzaam? Worden consumenten hierdoor niet misleid? Toen Albert Heijn in 2020 vanwege zijn hoge notering in de SBI reclame maakte als meest duurzame supermarkt, werd de grootgrutter teruggefloten door de Reclame Code Commissie. Tillema kent die kritiek. Daarom blijft SBI benadrukken dat het om een consumentenonderzoek gaat. “Het gaat om perceptie. Dat moeten we blijven uitleggen. Het is goed dat er een kritische discussie is over de ranglijst. Maar wij zijn er om onderzoek te doen naar wat de gewone consument vindt”, zegt Tillema.

Toch kan de perceptie van consumenten bedrijven wel degelijk aansporen of dwingen tot meer duurzame stappen. “Wij geloven dat hiermee de urgentie en het besef bij bedrijven toeneemt”, zegt ze.

Duurzaamheid in aankoopgedrag

Dat belang blijkt ook uit andere data uit het onderzoek. 79 Procent van de ondervraagden geeft aan dat de duurzaamheid van merken en bedrijven hun aankoopgedrag in meer of mindere mate beïnvloedt. Na doorvragen blijkt dat in de praktijk wat minder mee te spelen. Bij de keuze voor een energiebedrijf laat ruim 40 procent dat meewegen. Bij het boeken van een reis of een hotel is dat nog maar 30 of 20 procent.

Ook discussieert 73 procent van de Nederlanders regelmatig met vrienden en familie over duurzaamheid, vooral over klimaatverandering (43 procent). Een meerderheid van de ondervraagden begrijpt echter niet wat termen als duurzaamheid, ecologische voetafdruk of circulaire economie inhouden. Daar is voor marketeers dus nog een wereld te winnen.

Lees ook:

Duurzame werknemers duurzaam aan je binden? Zo doe je dat

Hoe bind je als organisatie werknemers met duurzame ambities, en hoe behoud je ze? Sustainable Talent, een werving- en selectiebureau op het gebied van duurzaamheid, heeft vandaag een whitepaper uitgebracht dat hierover helderheid moet bieden. Voor drie verschillende groepen werknemers is uitgezocht wat hen drijft om voor een duurzame werkgever te kiezen. Wat kunnen werkgevers doen om aantrekkelijk te zijn voor personeel dat duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan? “Bedrijven weten vaak niet goed wie of wat ze zoeken”, vertelt Eva Haanraadts, schrijver van het whitepaper. “De functietitels voor duurzame posities blijven vaak vaag - onder bijvoorbeeld een duurzaamheidsconsultant kun je van alles verstaan.” Hierdoor weten werkgevers en werknemers elkaar soms niet te vinden. Ook hebben werkgevers hoge verwachtingen als het aankomt op personeel met verstand van duurzaamheid. “Dat is in deze arbeidsmarkt eigenlijk niet realistisch. Bedrijven moeten veel sterker inzetten op het intern opleiden van mensen”, zegt Haanraadts. De starter Dat duurzaamheid vrijwel overal in het bedrijfsleven een rol speelt, is goed te zien aan de groep starters. Voor steeds meer young professionals is duurzaamheid een belangrijke motivatie om voor een specifieke baan te kiezen. Voor het afslaan van ‘grijs’ werk is recent zelfs een term gemunt: ‘climate quitters’. Deze klimaatafhakers bestaan voornamelijk uit jongeren die bedrijven de deur wijzen vanwege een gebrek aan duurzame ambities van de werkgever. Starters zijn ook ongeduldig, stelt het whitepaper. Daardoor vinden zij in grote organisaties niet altijd een luisterend oor voor hun duurzame ambities, en haken af. Ook stellen ze relatief hoge eisen aan de manier waarop organisaties zijn ingericht: flexibele werktijden, opties voor deeltijdwerken en de mogelijkheid om door te groeien zijn voor deze groep belangrijk. “Starters hebben ook veel behoefte aan transparantie”, vertelt Haanraadts. “Zowel op het gebied van arbeidsvoorwaarden als op het gebied van duurzaamheid. Hoe eerlijk is een bedrijf over zijn duurzame ambities en doelen? Dat speelt voor veel jonge werknemers een rol.” De switcher ‘Switchers’ zijn werknemers die op een kruispunt in hun carrière staan: blijven ze werken in de sector die ze al kennen, of wagen ze de sprong naar een duurzamere bedrijfstak - ook als ze daar niet direct ervaring in hebben? “Switchers hebben behoefte aan een laagdrempelige manier van solliciteren. Ze hebben vaak het idee dat ze er niet tussen kunnen komen en twijfelen over hun competenties op het gebied van duurzaamheid”, vertelt Haanraadts. “Switchers weten redelijk goed waar hun kracht ligt, en willen vooral meer impact maken met hun competenties”, zegt Haanraadts over deze groep. Switchers gedijen, in tegenstelling tot starters, vaak minder goed in start-ups. “Ze hebben vaak ervaring met het analyseren van complexe processen, operationele zaken en weten hoe ze anderen mee kunnen nemen in veranderingen. Juist bedrijven die nog een verduurzamingsslag te maken hebben, kunnen ze goed helpen.” Ze geeft aan dat de switchers lang niet altijd hun groene ambities kunnen waarmaken. “Het is zonde om te zien, maar heel veel getalenteerde en ervaren mensen met veel motivatie om iets met duurzaamheid te doen, komen toch niet aan de bak. Werkgevers zouden meer mogen vertrouwen op het lerend vermogen van mensen.” De groeier De laatste groep, de ‘groeiers’, bestaat uit doorgewinterde duurzaamheidsprofessionals die op zoek zijn naar een volgende stap in hun carrière. “Dit zijn mensen die hun invloedssfeer willen vergroten. Ze lopen in hun huidige organisatie vaak tegen het plafond aan, omdat in veel bedrijven mensen nog niet echt worden afgerekend op duurzaamheid. Er is nog nooit een CEO ontslagen omdat duurzaamheidsdoelen niet zijn gehaald. Deze dynamiek verzwakt de positie van de duurzame leider”, zegt Haanraadts. Daarom is de groep groeiers op zoek naar een nieuwe uitdaging. “Maar er zijn weinig bedrijven die dit kunnen bieden”, stelt Haanraadts. “Binnen hun eigen organisatie zijn de groeikansen op - behalve als ze naar het algemeen management gaan. Maar dat wil deze groep liever niet. Ze stellen redelijk hoge eisen aan hun salaris, en gaan uiteindelijk vaak freelancen. Niet per se omdat ze dat graag willen, maar eerder uit frustratie. Organisaties die deze groep willen behouden, moeten echt een podium bieden aan hun duurzame leiders.” Meer duurzaam werk: ‘Climate Quitters’: 1 op de 5 werknemers slaat baan af vanwege een gebrek aan duurzaamheidKrapte op de arbeidsmarkt: hoe blijf je als bedrijf interessant?Diversiteit in je organisatie: zo doe je dat