Sebastian Maks
06 juni 2023, 09:15

Is het einde van greenwashing in zicht? ‘Transparantie is een nieuwe modus waar iedereen aan moet wennen’

‘Onze productie is volledig klimaatneutraal’; als het aan de Europese Commissie ligt, mag je dat niet zomaar meer zeggen. Onlangs verscheen de Directive on Green Claims, een wetsvoorstel dat bedrijven in de EU verplicht om hun duurzaamheidsclaims hard te maken. Experts vinden die wet een goed idee.

Adobe Stock 307598957 Editorial Use Only Volgens advocaten maakt luchtvaartmaatschappij Delta zich schuldig aan greenwashing. | Credits: Adobe Stock

Vorige week kopte The Guardian dat de Amerikaanse luchtvaartmaatschappij Delta onder vuur ligt. De reden: een rechtszaak over een al dan niet gegronde klimaatclaim. Delta doet zich in reclames, berichten op sociale media en uitspraken van medewerkers voor als de eerste CO2-neutrale luchtvaartmaatschappij ter wereld. Dat klopt niet, vindt een groep advocaten. De claim is volgens hen gebaseerd op bedrieglijke CO2-compensatiemechanismen, die met werkelijke klimaatactie niets te maken hebben. “Als bedrijven zeggen: ‘maak je niet druk over onze uitstoot’, dan is dat zelfgenoegzaam”, zegt een van de advocaten. “Ze laten consumenten betalen zodat die zich niet meer zorgen hoeven te maken over de impact van hun consumptie. Maar dat is in strijd met de werkelijkheid. Het is niet iets wat je weg kunt betalen.”

Een vuist tegen greenwashing

Het verweer tegen onberedeneerde groene claims van bedrijven, begint in een stroomversnelling te raken. Steeds meer autoriteiten komen in actie tegen greenwashing; het veinzen van klimaatverantwoordelijk gedrag als marketingtruc. Dat gaat nu ook op Europees niveau gebeuren. Eerder dit jaar introduceerde de Europese Commissie een wet die bedrijven verplicht om groene claims te onderbouwen, de zogeheten Directive on Green Claims. Het Europees Parlement sprak daar onlangs overweldigend zijn steun voor uit.

Verlies van vertrouwen

De directe aanleiding voor die wet was een onderzoek uit 2020. De Europese Commissie nam ruim driehonderd groene beweringen van producenten onder de loep. Bij meer dan de helft daarvan was het onmogelijk om te bepalen of de claims wel gestoeld waren op feiten. “Dat leidt tot verwarring bij consumenten en ondermijnt de geloofwaardigheid van daadwerkelijk duurzame ondernemingen”, zegt Stefano Cucurachi, hoofddocent industriële ecologie aan de Universiteit Leiden. “Greenwashing belemmert vooruitgang op het gebied van duurzaamheid. Door deze kwestie aan te pakken, probeert de Commissie een gelijk speelveld voor bedrijven te creëren en het vertrouwen van consumenten in duurzaamheidsclaims te herstellen.”

Dat duidelijke wetgeving op het gebied van groene claims belangrijk is om consumenten aan boord te houden, onderschrijft ook hoogleraar marketing Willemijn van Dolen van de Universiteit van Amsterdam. “Uit de wetenschappelijke literatuur blijkt dat mensen zich steeds meer bewust worden van de rol die bedrijven hebben in de klimaatproblematiek. Ze verwachten dat ondernemingen zich óók aanpassen en hun verantwoordelijkheid nemen. Anders hebben ze het gevoel dat ze er alleen voor staan, en dat weerhoudt hen ervan om actie te ondernemen.”

Directive on Green Claims

De Directive on Green Claims
is een kapstokwet die landen van de Europese Unie verplicht om nationale regelgeving over greenwashing op te stellen. Bedrijven moeten dan aan een lokale autoriteit rapporteren over de achtergrond van hun duurzaamheidsclaims. Het moet niet meer mogelijk zijn om generieke beschrijvingen als ‘milieuvriendelijk’, ‘klimaatneutraal’, en ‘natuurlijk’ te gebruiken, zonder dat die helder en adequaat worden toegelicht. Ook wordt het verboden om duurzame claims slechts te onderbouwen door middel van een koolstofcompensatiemechanisme.

“Bedrijven moeten duidelijke, nauwkeurige en onderbouwde informatie verstrekken om hun beweringen te ondersteunen”, legt Cucurachi uit. “Daarbij hoort het bekendmaken van de milieuvoordelen, het onderbouwen van de beweringen met relevant en betrouwbaar wetenschappelijk bewijs en het gebruik van gestandaardiseerde methoden voor het meten en beoordelen van de milieuprestaties van de producten of diensten van bedrijven.”

Straf voor onterechte groene claims

De Directive on Green Claims
laat het uiteindelijk aan lidstaten om toezicht te houden op de regels en hier sancties aan te koppelen in het geval van schending. Overigens voert de Autoriteit Consument en Markt (ACM) nu al toezicht uit op de duurzaamheidsbeweringen van bedrijven. De ACM heeft een leidraad opgesteld met vijf vuistregels en een handvol concrete praktijkvoorbeelden die bedrijven moeten helpen bij hun eigen duurzaamheidsclaims. “En deze uitgangspunten gebruikt de ACM vervolgens bij de handhaving”, aldus Van Dolen.

Al in 2021 sprak de ACM ondernemingen in de kledingbranche aan op hun publieke uitingen. Het bleek dat de ketens Decathlon en H&M termen als ‘eco-design’ en ‘bewust’ gebruikten zonder daarbij een toelichting te verschaffen. Uiteindelijk boden de beide bedrijven aan hun werkwijze te veranderen en om geld te doneren aan duurzame doelen.

Zwijgen over voortgang

Een relatief minder bekend fenomeen dan greenwashing is greenhushing, oftewel het verzwijgen van voortgang op het gebied van duurzaamheid. Dat kan enerzijds een negatieve insteek hebben; bedrijven die (bewust) minder voortgang boeken dan van ze wordt verwacht, willen dat vooral niet de buitenwereld in slingeren. Maar anderzijds kan het ook voortkomen uit angst. Bijvoorbeeld als een producent wel degelijk aan het vergroenen is, maar toch bang is om slecht voor de dag te komen. En dat kan net zo nadelig uitpakken als greenwashing, aangezien het consumenten belemmert in het maken van een goede keuze.

In Australië heeft de lokale waakhond bedrijven al aangespoord om te blijven rapporteren over hun voortgang op het gebied van ESG (Environmental, Social en Governance) wanneer greenwashingregels worden aangescherpt. Zou het kunnen dat de nieuwe Europese wetgeving greenhushing gaat aanwakkeren? “Dat risico bestaat met elke nieuwe wetgeving die striktere voorwaarden of sancties voorstelt”, denkt Cucurachi. “Hoewel sommige bedrijven voorzichtig zullen zijn met het maken van claims, zouden bedrijven met legitieme milieuvriendelijke praktijken het juist als een motivatie moeten zien om hun inspanningen onder de aandacht te brengen en zich te onderscheiden op de markt. Uiteindelijk moet er een balans worden gevonden tussen geloofwaardigheid en het vermijden van de belemmering van groene claims. Maar uiteindelijk geldt: er was al sprake van greenhushing vóór het wetsvoorstel, en dat zal erna ook wel zo blijven.”

Niemand gebaat bij greenwashing

Van Dolen is dat met hem eens. “Ik begrijp dat bedrijven op hun hoede zijn, maar ik vind het wel jammer. Transparantie is een nieuwe modus waar iedereen aan moet wennen. Niemand is gebaat bij greenwashing, ook marketeers niet. Misleiding is namelijk geen marketing. Het kan juist een onderscheidend vermogen van bedrijven worden om eerlijk te zijn over hun voortgang. Misschien is die voortgang nog niet donkergroen, maar het is in ieder geval het eerlijke verhaal. Mensen zijn best bereid om dat te begrijpen.”

Lees meer over greenwashing:

Europa stemt voor wetgeving die bedrijven verplicht maatschappelijk verantwoord te ondernemen

Het Europees Parlement heeft voor wetgeving gestemd die bedrijven verplicht om de negatieve gevolgen van hun activiteiten op het gebied van mensenrechten en milieu in beeld te brengen en waar nodig te voorkomen of beperken. Bedrijven moeten daarnaast ook de gehele keten van hun product onder de loep nemen en eventuele misstanden aanpakken. De nieuwe regels gelden voor ondernemingen die gevestigd zijn in de EU, met meer dan 250 werknemers in dienst en een wereldwijde omzet van meer dan 40 miljoen euro. Ook moedermaatschappijen met meer dan 500 medewerkers en een wereldwijde omzet van meer dan 150 miljoen euro gaan onder de wetgeving vallen. Niet EU-bedrijven die tenminste 40 miljoen euro verdienen in Europese landen krijgen ook met de wet te maken. De nieuwe regels verlangen ook dat bedrijven samenwerken met mensen die door hun acties worden getroffen, zoals mensenrechten- en milieuactivisten, een klachtenmechanisme invoeren en regelmatig toezicht houden. Wie de wet overtreedt, kan bestraft worden, bijvoorbeeld met een boete van ten minste 5 procent van de netto wereldwijde omzet. Rol van bedrijven Het standpunt van het parlement werd aangenomen met 366 stemmen voor en 225 tegen. 38 parlementariërs onthielden zich van stemmen. "De steun van het Europees Parlement is een keerpunt in het denken over de rol van bedrijven in de samenleving", zegt Lara Wolters van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement. "Een wet op verantwoord ondernemen moet ervoor zorgen dat de toekomst ligt bij bedrijven die mens en milieu op een gezonde manier behandelen, niet bij bedrijven die een verdienmodel hebben gemaakt van milieuschade en exploitatie." Volgens Wolters nemen de meeste bedrijven in Europa die 'plicht jegens mens en milieu' serieus. "Wij helpen bedrijven met deze anti-wegkijkwet. Tegelijkertijd hebben we die paar grote cowboybedrijven afgesneden die de regels uit de weg gaan."Ramp tien jaar geleden Op 24 april 2013 stortte in Savar, Bangladesh het gebouw Rana Plaza in. Bij de instorting van het acht verdiepingen tellende gebouw kwamen 1.134 mensen om het leven en raakten zeker 2.500 mensen gewond. Het gebouw Rana Plaza was ontworpen om er winkels en kantoren in te vestigen, maar in 2013 zaten er vooral textielfabrieken in waar zo’n 5.000 mensen werkten. Het gebouw zou daar niet op berekend zijn geweest en bovendien zouden er drie verdiepingen zonder vergunning zijn bijgebouwd. De BBC berichtte dat er een dag voor de ramp ‘scheuren’ werden gevonden in het gebouw, maar dat de bazen van de kledingfabriek er desondanks bij medewerkers op aandrongen te komen werken. Wereldwijd werd met afschuw gereageerd op de slechte werkomstandigheden, waarin vooral meisjes en vrouwen moesten werken, en het oneerlijke loon dat zij daarvoor betaald kregen. In de fabriek werd kleding geproduceerd voor westerse bedrijven die ook in Nederland in de schappen ligt. Bedrijven beloofden beterschap, maar tien jaar later blijkt dat lang niet overal actie werd ondernomen. Daarom gaan al langer stemmen op om dit in de wet te regelen.Het akkoord van het Europees Parlement voor wetgeving op het gebied van IMVO (Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen) is een 'cruciale stap voorwaarts', zegt Ingrid Thijssen van werkgeversorganisatie VNO-NCW. "Het brede Nederlandse bedrijfsleven pleit al lange tijd voor Europese wetgeving op het gebied van IMVO. Alleen door een Europese aanpak – met dezelfde regels voor ondernemingen in de hele EU – kunnen we wereldwijd echt het verschil maken op milieu- en mensenrechten", zegt zij. VNO-NCW vindt wel dat er nog zaken verbeterd moeten worden aan het voorstel om 'de wet echt werkbaar te laten zijn voor bedrijven'. "De juridische onzekerheid die de voorgenomen wetgeving meebrengt, is nog altijd groot." Thijssen zegt te hopen dat in de volgende fase van het wetgevingsproces gekeken wordt hoe die onzekerheid kan worden verminderd. Amnesty International opgetogen Amnesty International reageert opgetogen over de stemming. "Het Europees Parlement heeft een duidelijk signaal gegeven dat het de toegang tot de rechter voor slachtoffers van bedrijfsgerelateerde mensenrechtenschendingen wil ondersteunen. Dit is een cruciaal stuk wetgeving dat ertoe zal bijdragen dat grote ondernemingen zich houden aan strengere normen op het gebied van mensenrechten en milieu", zegt Hannah Storey, beleidsadviseur bedrijfsleven en mensenrechten. "Wie schade ondervindt door bedrijven die te weinig aandacht hebben voor hun impact op mensenrechten en milieu, ondervindt vaak grote obstakels om gerechtigheid te krijgen", weet zij. "De steun van het Europees Parlement voor deze wet is een welkome ontwikkeling." Zij benadrukt dat Amnesty International ook nog niet helemaal tevreden is met het wetsvoorstel zoals dat er nu is. "De wetgeving bevat enkele spijtige uitzonderingen. Met het huidige ontwerp zou het erg moeilijk zijn om bedrijven uit de financiële sector civielrechtelijk aansprakelijk te stellen voor mensenrechtenschendingen en milieuschade. En bedrijven hoeven volgens het ontwerp ook geen rekening te houden met mogelijke mensenrechtenschendingen die voortvloeien uit het misbruik van hun producten." Amnesty International roept de EU-beleidsmakers op deze 'belangrijke gaten in het vervolg van de onderhandelingen aan te pakken'. Hoe gaat het nu verder? De wetgeving is een stap dichterbij gekomen, maar is er nog niet. Nu het Europees Parlement een standpunt heeft ingenomen, starten onderhandelingen met de lidstaten over de definitieve versie van de tekst. De verwachting is dat hier later dit jaar meer duidelijkheid over komt. Nederlandse initiatiefwet Ondertussen is er ook in Nederland gestart met het bepalen van wetgeving op het gebied van IMVO. ChristenUnie, PvdA, GroenLinks, SP, D66 en Volt hebben daartoe een initiatiefwet opgesteld die op dit moment in behandeling is bij de Tweede Kamer. De initiatiefnemers waren al met de wet bezig, toen dit ook in Europa een item werd. "Heel goed dat er wordt gewerkt aan Europese richtlijnen", zei een van de initiatiefnemers Stieneke van der Graaf (Tweede Kamerlid van de ChristenUnie) daar eerder over. "Maar het is voor ons nooit een optie geweest om daarop te wachten. Daarvoor is de urgentie simpelweg te groot. Bovendien: we moeten de lat hoog leggen en daarmee kunnen we een voorbeeld zijn voor andere landen." Lees meer: Initiatiefwet dwingt bedrijven om misstanden aan te pakken: 'De tijd van aardig vragen is voorbij'Waar komt de katoen uit je shirt vandaan? Dit Nederlandse bedrijf weet het