André Oerlemans
10 juni 2022, 15:00

Hoe ontwerp je een klimaatneutrale samenleving?

Designers spelen een belangrijke rol op weg naar een klimaatneutrale samenleving. Zij ontwerpen en gebruiken de materialen van morgen. Maar ze kunnen het niet alleen. Consumenten moeten via blockchain of apps de herkomst en duurzaamheid van producten kunnen bepalen om betere keuzes te maken. Ook logge, grote bedrijven moeten van koers veranderen en zo nodig moet de overheid dat afdwingen.

20220609 165849

Dat bleek tijdens de eerste editie van Future Talks. In deze serie programma’s brengen elektrisch automerk Polestar en het Stedelijk Museum Amsterdam experts, ontwerpers, wetenschappers, bestuurders en publiek onder leiding van presentatrice Sasha de Boer bij elkaar om de route naar een klimaatneutrale maatschappij te bespreken.

Design is everything

Alles om ons heen is design. Van ons meubilair tot onze kleding, van onze auto’s tot kantoren, van onze woningen tot onze gebruiksvoorwerpen. Daarom vormen ontwerpers de sleutel tot verandering. Dat bijna alles wat we gebruiken ook van duurzame materialen gemaakt kan worden, bewijst de tentoonstelling ‘It’s Our F***ing Backyard’, die van 26 mei tot en met 4 september te zien is in het Stedelijk Museum. Die toont zo’n tachtig voorbeelden van kunstenaars en ontwerpers van duurzamer materiaalgebruik. Bijvoorbeeld een elektrische scooter, die er uitziet als alle andere scooters, maar die van hennep, vlas en biologische hars is gemaakt. Een haute couture-jurk van plastic uit de oceaan of een kleed van bewerkte dennennaalden. Een surfboard van vlas of een servies van weggegooid koeienbloed van slachterijen.

Studio Klarenbeek & Dros ontwerpt glazen karaffen en bekers op basis van algen. | Credit: Klarenbeek & Dros

Glas kweken in de zee

Ontwerper Eric Klarenbeek van studio Klarenbeek & Dros
toont er onder meer glas dat is gemaakt van micro-algen in de zee. De studio werkt al sinds 2010 aan klimaatpositieve producten die meer CO2 opnemen dan uitstoten. Bijvoorbeeld kunststof van zeewier en kunstleer en bouwmaterialen van hennep en paddenstoelen. “Sinds een jaar of zeven, acht zijn we naar de zee gegaan om organismen te kweken en biodiversiteit te stimuleren. Daar hebben we nu een karaf en kopje van glas van gemaakt. We hebben dus letterlijk glas gekweekt”, vertelt Klarenbeek. Belangrijk is volgens hem dat de productie van dit soort materialen en producten lokaal gebeurt, daar verkocht worden en voor werkgelegenheid zorgen. Dus niet zoals nu, ergens in de wereld waar massaproductie het goedkoopst kan plaatsvinden. Bij al dat transport wordt veel te veel CO2 uitgestoten om klimaatneutrale producten te kunnen maken. “We moeten ons productielandschap herdefiniëren. We moeten decentraal gaan denken en fabriceren, dus niet in één fabriek op één plek ergens op de planeet”, stelt hij.

Gebouwen aankleden met zonnepanelen

Voorbeelden van duurzame materialen zijn er dus genoeg, maar koop je die straks ook in de winkel? Hoe kansrijk zijn de nieuwe ontwerpen en hoeveel impact hebben ze? Mede-curator Ingeborg de Roode van de tentoonstelling noemt de design-zonnepanelen
die Kiki van Eijk en Joost van Bleiswijk ontwierpen voor het bedrijf Myenergyskin daarvan een mooi voorbeeld. Nu worden zonnepanelen op daken of in weilanden vaak als lelijk gezien. “Zij hebben zonnepanelen met een design ontwikkeld waarmee gevels van gebouwen bekleed kunnen worden. Daarmee kun je het oppervlak van zonnepanelen enorm vergroten”, zegt ze. Een ander voorbeeld is de eeuwenoude Ottchil techniek die de Koreaanse ontwerper Seok-hyeon Yoon gebruikt om keramiek te lakken en zo recyclebaar te maken. Dat houthars is een duurzaam alternatief voor het nu vaak giftige glazuur, dat keramiek niet recyclebaar maakt. “Dit is indrukwekkend en kan heel groot worden”, stelt De Roode.

Hoeveel invloed hebben ontwerpers?

De vraag is echter hoeveel invloed ontwerpers hebben. Kan een architect bijvoorbeeld zelf bepalen van welke materialen een gebouw wordt gemaakt? Nee, geeft architect Cécillia Gross toe. “Materiaal moet duurzaam zijn, zeker, maar het is niet de eerste keus. Het is een deductie van heel veel keuzes. Je zegt niet meteen: dit gebouw moet van hout zijn. Je probeert een evenwicht te vinden tussen de functie, het doel, het budget en de ambitie en daarna komt pas de materiaalkeuze. Mijn eerste doel is juist zo min mogelijk materiaal gebruiken”, zegt ze.

Industrieel ontwerper en directeur van Fabrique Jeroen van Erp stelt dat ontwerpers meer relevant kunnen zijn door verder te kijken dan alleen naar duurzame materialen. “Het is goed dat er meer nadruk gelegd wordt op de verantwoordelijkheid van ontwerpers. We hebben jarenlang spullen ontworpen die in zee terecht zijn gekomen, dus je kunt je afvragen of we dat niet anders hadden kunnen doen. Maar we zijn als ontwerpers al veel verder. We zijn al bezig met interventies op systeemniveau. Dat uit zich niet meteen in materialisatie, maar meer in apps en services, waarbij meer de esthetiek van het idee naar voren komt”, stelt Van Erp. Als voorbeelden noemt hij de app Peerby, waarmee mensen spullen van elkaar kunnen lenen, of het verbod op gratis plastic tasjes in de winkel, dat ervoor heeft gezorgd dat we allemaal met onze eigen tas gaan winkelen. Dat heeft volgens Van Erp meer impact dan puur kijken naar duurzamere materialen.

Lees hier hoe Jeroen van Erp ontwerpers aanmoedigt het hele systeem te veranderen.

Van Eko, Waarmakers Studio, TU Delft, NPSP en Inholland ontwierpen samen de Be.e scooter van hennep, vlas en biologische hars | Credit: André Oerlemans

Hoe weet de consument wat duurzaam is?

Als ontwerpers duurzame producten bedenken, hoe zorg je er dan voor dat consumenten ze ook kopen? Daarvoor is het nodig dat ze zelf kunnen uitvogelen of producten duurzaam zijn of niet. Dat is niet eenvoudig, want producten bestaan soms uit diverse onderdelen die overal vandaan kunnen komen. Het bedrijf Dayrize heeft daar een oplossing voor bedacht. Met de Dayrize score is van elk product exact te meten wat de ecologische en sociale voetafdruk is. Het programma gebruikt daarvoor informatie van fabrikanten en een database met alle certificaten ter wereld en informatie van 4000 materialen. Dayrize kijkt daarbij naar het doel van een product, circulariteit, materiaalkeuze, duurzaamheid en de impact op planeet en klimaat. “Zo kan elk consumentengoed worden nagetrokken”, vertelt oprichter Bart Nollen. “Je moet het holistisch bekijken om te weten wat de impact van een product is. Je moet ook kijken naar het doel. Neem bijvoorbeeld een honderd procent circulaire elektrische pepermolen met batterijtjes. Technisch gezien kan dat heel mooi ontwikkeld worden, maar de kosten voor onze planeet zijn vele malen groter dan bij een ouderwetse Peugeot pepermolen. Waar ben je dan mee bezig als je die kiest boven een ander product?”

Keurmerken zijn volgens hem niet zaligmakend. Zo komt FSC-hout ook uit productiebossen waar alleen bomen gekapt en herplant worden. “Maar in die bossen is er geen biodiversiteit. Die zijn stil, er vliegen geen vogels, er zijn geen insecten, er wonen geen beesten. Is dat een duurzaam bouwmateriaal? Ik denk daar anders over”, aldus Nollen.

Waar komen producten vandaan?

Om als consument de juiste keuze te kunnen maken is het ook van belang dat de herkomst van producten en onderdelen getraceerd kan worden. Dat wil tech-ondernemer Mugur Ionita mogelijk maken via blockchain-technologie. Daarmee kan de hele keten van een product vastgelegd en transparant gemaakt worden. Van werkomstandigheden tot de herkomst van grondstoffen, van transport tot financiering. Ionita bracht op die manier de hele keten in beeld die bananen uit Colombia afleggen van de plantage naar de winkel. “We wilden zo alles inzichtelijk maken voor de consument. Ook de verbeterpunten in de keten voor de leverancier. Bijvoorbeeld minder gebruik van water en plastic, elektrisch transport. Als je dat niet meet, weet je het niet”, zegt Ionita.

Volgens Van Erp kan dit een verhaal toevoegen aan een product, dat het voor consumenten aantrekkelijker maakt. Zo is het plastic dat The Ocean Cleanup uit de zee haalt duurder en van slechtere kwaliteit dan gewoon plastic. Toch kochten mensen binnen een week al 10.000 zonnebrillen die van dit plastic zijn gemaakt. “Dat komt omdat het van The Ocean Cleanup is. Er zit een verhaal achter. Dat brengt mensen in beweging. Datzelfde zie je bij deze bananen. Je kunt zien dat de banaan deugt. Dat wordt een soort randvoorwaarde.”

Lees hier hoe blockchain kan leiden tot betrouwbaarder gebruik van gerecyclede kunststoffen.

Veranderen bedrijven wel snel genoeg mee?

Op weg naar een klimaatneutrale maatschappij spelen ook bedrijven en fabrikanten een belangrijke rol. Slagen zij erin op tijd te veranderen. “We moeten wel. Het is te belangrijk om het niet te doen. Uiteindelijk gaat de combinatie van de wetgever die dwingen afdwingt, maar ook de consument die wil veranderen en zijn gedrag en keuzes voor producten aanpast, ervoor zorgen dat we de goede kant op gaan bewegen”, zegt Jeroen Crijns van PwC’s Strategy&, die grote bedrijven ondersteunt en adviseert bij hun transitie.

Vaak maken wet- en regelgeving dit moeilijk. Volgens Mike Hoogveld, adviseur van bedrijven en schrijver van boeken als ‘Denk als een Startup’, moeten bedrijven zich hier niet achter verschuilen, maar kijken wat er wel kan. “Ze zeggen dan: hier gaan we niet aan beginnen, want dat mag nog niet. Maar welke stappen kun je zelf als organisatie als eerste nemen? Wat kan er wel? Neem gewoon zelf die eerste stap en ga dingen uitproberen”, stelt hij. Daarbij moeten grote bedrijven meer als een startup gaan denken. “Je ziet dat veel organisaties niet actief bezig zijn met dit soort vraagstukken. Dan werkt het heel goed om een onderdeel van de organisatie buiten de deur te schoppen en te zeggen: we gaan ons niet met jullie bemoeien. Hier heb je een budget en ga maar mooie dingen bedenken. Juist door ze los te zetten stimuleer je creativiteit”, aldus Hoogveld.

Lees hier hoe Jeroen Crijns van PwC bedrijven naar een duurzame toekomst loodst

De eerste editie van Future Talks vond plaats in het Stedelijk Museum Amsterdam. | Credit: André Oerlemans

‘We maken de duurzame keuze ook de logische keuze’

Voordat Jan Willem Hilbron bij Albron begint was hij senior vice president business development bij HMSHost. Een organisatie die vooral actief is op vliegvelden, treinstations en langs de snelweg, als onderdeel van Autogrill. Hilbron kende Albron van naam, maar dat was het wel. “Tot ik met ze ging praten”, zegt Hilbron. “Toen kwam ik erachter wat voor gaaf bedrijf het eigenlijk is. Ze zijn groot, goed, gedegen en intrinsiek gemotiveerd. Maar te bescheiden.” Door die bescheidenheid durfde Albron onvoldoende richting te geven, vond Hilbron. “Dus wilde ik de coronatijd gebruiken om te kijken hoe we meer gidsend kunnen zijn.” Voor corona was al de trend te zien dat de markt voor eten en drinken op kantoor ieder jaar aan het krimpen was, vertelt Hilbron. “Dan weet je dat er een probleem aankomt.” Een van de redenen is dat jongeren vaak later beginnen en dus later naar huis gaan, terwijl ze verwachten dat ze de hele dag kunnen halen waar ze zin in hebben. Aan de andere kant ziet Albron dat werkgevers steeds minder bereid zijn kosten te maken voor hun medewerkers. Dus wordt er minder of op andere manieren catering ingezet. “Mijn voorganger Teun Verheij zag al dat we commerciëler in de markt aan de slag moeten, en minder afhankelijk moeten zijn van de werkgever. We hebben toen de stap gezet om restaurants op Center Parcs te openen. En inmiddels zitten we ook in de winkelstraten.” Dan vind je B2B-merk Albron inmiddels onder de namen Anne&Max, Coffeecompany, Starbucks en Frites Affairs. Lees ook: Hoe een flexibel bedrijfsrestaurant zorgt voor een duurzaam voedselsysteem Jan Willem Hilbron: "We zijn erg op zoek naar lekkere plantaardige kaas, omdat de vraag ernaar groeit.”Duurzaam eten moet betaalbaar en lekker zijn In 2025 wil Albron dagelijks 250.000 gasten laten genieten van lekker, gezond, duurzaam en betaalbaar eten en drinken. “We zijn van mening dat de consument duurzaamheid belangrijk vindt, maar dat het ook betaalbaar en lekker moet zijn”, zegt Hilbron. “Als je die code niet weet te kraken, dan maak je geen impact omdat je slechts een kleine groep mensen bereikt.” De inflatie door de instabiele geopolitieke situatie met de oorlog in Oekraïne maakt dat voedsel een stuk duurder is geworden. Maar volgens Hilbron gooit dat geen roet in de plannen van het bedrijf. “Albron is een stichting, wat zorgt voor een mooie langetermijnambitie”, zegt hij. “Mede daardoor kunnen wij ons richten op de duurzame keuzes, in plaats van een aandeelhoudersstructuur die vaak ieder kwartaal meer wil zien.” Het bedrijf heeft een winstambitie die het gebruikt om te investeren, maar ook om aan een goed doel te doneren. Zo konden de Albron-medewerkers een voedselpakket doneren aan Oekraïne, en heeft de stichting die pakketten vervolgens verdubbeld. “Als je geen winst maakt heb je geen toekomstperspectief. Maar we hebben geen hoge winstambitie”, vertelt Hilbron. Hij gebruikt het heel bewust voor een goede balans op duurzaamheid, omdat dat op de lange termijn pas een businesscase is. Maar wel eentje waar volgens Hilbron in moet worden geïnvesteerd. Zo is Albron twee jaar geleden volledig overgegaan op de eieren van Kipster, en onlangs grotendeels op biologische zuivel van de Weerribben. “Dat is per liter duurder dus we moeten een klein beetje doorrekenen aan de consument, maar het overgrote deel pakken we zelf.” Op Center Parcs heeft Albron de ambitie om alles plantaardig te doen. Hiervoor is een traject gestart waarin samen met leveranciers gewerkt wordt aan de benodigde productontwikkeling en mogelijke implementatie. Volgens Hilbron is dat de logische keuze. Hij stapt met Albron heel bewust weg van niet duurzame opties. “En omdat de melkprijs nu zo hoog is, komt het ook nog eens goed uit dat we zijn overgestapt van zuivel naar plantaardig. Dat zorgt sneller voor rendement dan we hadden verwacht. En op lange termijn is de duurzame keuze altijd de beste."Blijf op de duurzame koers Volgens Hilbron is het belangrijk dat je koers houdt en je je niet uit het veld laat slaan als het wat minder gaat. “Toen wij net een contract met Kipster waren aangegaan brak corona uit. Dan ben je natuurlijk bang dat je de verkeerde keuze gemaakt hebt, maar het lost zich altijd op. Zo konden we de eieren gelukkig kwijt aan Lidl.” De Albron-directeur vindt het heel belangrijk dat duurzaamheid betaalbaar blijft. Dat wordt het vanzelf als voedsel een echte prijs heeft. Maar dat moet niet met harde hand door de bedrijfsrestaurants worden doorgevoerd, want dan raak je een groep in Nederland die het al zwaar genoeg heeft. “We zien dat mensen die het minder goed hebben in Nederland ook minder gezond zijn. Terwijl de mensen die het goed voor elkaar hebben duurzaam en gezond eten omdat zij het zich kunnen veroorloven. Maar je moet echt niet willen dat er zo’n kloof ontstaat.” Daarom moet je mensen verleiden met duurzame keuzes, vindt Hilbron. Want als je het te rigoureus doorvoert, is het voor veel Nederlanders al snel een brug te ver. Laatst werd er op een productielocatie in de Rotterdamse haven geprobeerd om het meest verkochte product gezonder te maken. “Dat was een gehaktbal op een wit broodje met pindasaus. Die hebben we omgezet naar een kippengehaktbal, die we maken van de hanen die overblijven bij Kipster. We hadden de gehaktbal ook iets lichter gemaakt, zodat er minder vlees wordt gegeten. Nou, dat konden we beter niet doen”, lacht Hilbron. “Dan kom je aan de ‘value for money’.” Hilbron vertelt dat de havenwerkers het niet pikten dat hun gehaktbal zomaar lichter was. “Daar hebben we geleerd dat als je mensen die verandering wilt laten maken, je ze eerst aan de smaak moet laten wennen en niet tegelijk aan de grootte, het broodje, de pindasaus én de gehaktbal moet komen.” Dus is het belangrijk dat er stappen worden gezet, maar niet té snel. Hilbron nodigt daarvoor ook graag bedrijven uit die lekkere plantaardige producten hebben die de kwaliteit hebben om mensen te verleiden. “We zijn erg op zoek naar lekkere plantaardige kaas, omdat de vraag ernaar groeit.” Dus heeft Hilbron een verzoek aan al die ondernemers en innovators in Nederland: als je die produceert en je ook hebt nagedacht over de voedselveiligheid en het product, klop vooral bij hem aan. Want ook dat helpt om het doel te bereiken om meer mensen te laten genieten van lekker, gezond, duurzaam en betaalbaar eten en drinken. Lees ook: Een koeienboer of scheet? Een dollar! Nieuw-Zeeland wil methaan beprijzenSchrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.