Anna Roos van Wijngaarden 09 mei 2023, 17:00

Van vezel-tot-vezel: nieuwe spinnerij biedt oud textiel een nieuw leven

Nederland heeft vrijwel geen eigen textielindustrie meer, maar in tijden van duurzaam denken duikt de wens om dichterbij te produceren weer op. Offshore productie gaat immers samen met ellende, van onleefbare lonen to giftig blauw water. Nu ging Paula Gerritsen nog een stap verder. Ze begon niet alleen een lokale spinnerij, maar koos meteen het circulaire pad door alleen gebruikte vezels te verwerken tot nieuwe garens.

Whats App Image 2023 05 09 at 16 47 12 Spinning Jenny in actie. | Credits: Spinning Jenny

In oktober verkaste Eurol om plaats te maken voor de twee enorme spinmachines van de nieuwe Twentse spinnerij. De fabriek moest Spinning Jenny gaan heten – een verwijzing naar de spinmachine van Thomas Highs die in 1764 een efficiëntieboost gaf aan de katoenproductie. Met een investering van ruim zeven miljoen kreeg Gerritsen het voor elkaar. Inmiddels wordt in de fabriek dagelijks op grote schaal garen gesponnen van stukjes oud en overgebleven textiel.

Waar we naartoe moeten

Uiteindelijk moet dat drie miljoen kilo garen per jaar worden. Ambitieus? “Het is niet makkelijk”, begint Gerritsen, “maar uiteindelijk is dit natuurlijk wel waar we naartoe moeten. Dus er zit echt wel een business in.” De serieuze investering in Spinning Jenny is een signaal van dat vooruitzicht. Het geeft vertrouwen in het businessmodel van Gerritsen.

Dat model begint met vervezeld textiel dat in balen aankomt. Je kunt het materiaal opdelen in twee categorieën: post-industrieel en post-consument. Het eerste gaat bijvoorbeeld over overgebleven stukjes stof uit weverijen en breierijen. Het laatste omvat allerlei textiel dat al gebruikt is. Spinning Jenny is een spinnerij, geen recyclaar. Dus die stukken stof worden vooraf door partijen in het buitenland gesneden en gescheurd tot snippers. “Dat is ons ingangsmateriaal om nieuwe garens te maken”, legt Gerritsen uit.

Geen recyclaar

Het vervezelde textielafval komt niet alleen uit eigen land. “Nederland, Duitsland, België; in heel Europa kopen wij onze vezels in bij diverse partijen. We willen niet afhankelijk zijn van één recyclaar.” Door dat brede netwerk kunnen Gerritsen en haar team profiteren van verschillende soorten output. Je krijgt, zo vertelt ze, heel ander garen als je oude spijkerbroeken (denim) verwerkt dan wanneer je gerecycled polyester of katoen neemt.

Gerritsen: “Wij kopen balen in met een bepaalde specificatie, dus als wij bijvoorbeeld 40 procent katoen willen met 20 procent acryl en nog iets anders, dan kunnen we dat krijgen. Daar wordt op gesorteerd. Daarom kunnen we vrij nauwkeurig zeggen wat erin zit. Niet exact op de procent, maar je krijgt wel een rapport mee van wat je hebt gekocht.”

Het doel is om 3 miljoen kilo gerecycled garen per jaar te produceren. | Credit: Spinning Jenny

Van garen tot garen

De kleuren en materialen die het bedrijf inkoopt, dienen dan ook verschillende doelen, bijvoorbeeld bedrijfskleding. Daarvan kan het machinepark zelfs garens voor nieuwe werkkleding maken, vezel-tot-vezel. Voor de sterkte moet dan wel virgin materiaal worden bijgemengd. Het mooie is dat deze toepassing makkelijk op te schalen is, door de consistente compositie van werkkleding is: 65 procent polyester en 35 procent katoen. Je hoeft ze dus vrijwel alleen op kleur te sorteren.

“We kunnen inderdaad geen polyester-katoen scheiden”, bevestigt Gerritsen als dat probleemthema ter sprake komt, “maar voor ons is dat ook helemaal niet nodig, omdat wij overal wel toepassingen voor hebben.” Ze doelt op producten zoals stof voor autostoelen, matrassen en rolgordijnen. Een bijzondere mix van oude sportschoen- en polyestervezels van kleding is ook populair. “Dat kan zo weer de sportschoenenindustrie in”, zegt Gerritsen, “en het is geen makkelijk product – in de bovenkant van een sportschoen zitten heel veel verdikkingen en vreemde materialen. Vandaar dat we ook maar 20 procent kunnen bijmengen, maar eigenlijk is dat heel veel.”

Succesvol consortium

Spinning Jenny is niet uit de lucht geboren. Het is het kroonstuk van een twaalfjarig consortium, Texperium. Dat was een club van vakmensen die samen hebben onderzocht hoe recycling in Nederland beter en groter kan. Het resultaat is zo concreet als deze fabriek.

Gerritsen: “We zitten nog niet op capaciteit en nieuwe klanten zijn welkom, maar we zijn al voor veel partijen aan het produceren. Dat begint met proeven van 1.000 tot 1.500 kilo. En de volgende bestellingen zijn dan groter. Onze klanten zijn bereid om 10 tot 15 procent meer te betalen voor een lokaal product. We bieden gewoon marktconforme tarieven, maar dat kan alleen met de schaalgrootte van deze fabriek. Wij moeten massa maken, willen we rendabel zijn. En dat is precies onze strategie.”

Lees meer:

1 miljard petflesjes besparen voor 2030? Deze Nederlandse scale-up is goed op weg

Om dit te bereiken, heeft het bedrijf een watertap ontwikkeld. De taps kunnen gewoon worden aangesloten op het leidingwater en zuiveren verontreinigingen zoals PFAS, chloor en microplastics uit het water. “We willen echt een goed alternatief bieden voor water uit een verpakking”, zegt Marnix Stokvis, medeoprichter van Aquablu. “Helaas is het kraanwater niet overal zo goed als in Nederland. Mensen weten niet of ze het Spaanse of Portugese water kunnen vertrouwen, en dus koopt het gros van de mensen uit veiligheid, maar weer een plastic flesje. Onze tap kun je waar dan ook aansluiten op kraanwater, vervolgens wordt het water gefilterd. Zo garanderen we de veiligheid en kan tapwater echt concurreren met verpakt water.” Impact De watertaps worden onder andere gebruikt in kantoren. Er is onlangs een samenwerking gestart met Selecta, een van de grootste distributeurs voor voedsel en dranken op werkplekken. “Met Selecta gaan we watertaps wegzetten in kantoorgebouwen verspreid over zestien Europese landen”, vertelt Stokvis. “We kunnen serieuze impact gaan maken.” Hoe groot die impact precies is, kan Stokvis in grote lijnen uitrekenen. “Dit is echt een ruwe inschatting, maar om een idee te geven: stel dat we op een groot kantoor honderdvijftig plastic flesjes per dag uitsparen per watertap. Laten we zeggen dat zo’n tap tweehonderd dagen per jaar operationeel is. Als we duizend taps installeren zijn dat jaarlijks toch al 30 miljoen plastic flessen. We willen 1 miljard PET-flesjes besparen voor 2030. Dankzij de samenwerking met Selecta zijn we goed op weg”, aldus Stokvis."Daarnaast hebben we suikervrije smaken ontwikkeld voor in het water, denk aan Fresh Lemon of Red Fruits.”Inzicht De watertaps geven elk moment inzicht in het aantal bespaarde plastic flesjes. Stokvis: “Op basis van de gebruiksdata houden we onze klanten op de hoogte. We sturen een overzicht waar op staat vermeld hoeveel plastic flessen en kosten ze hebben uitgespaard door het gebruik van de watertap ten opzichte van de oude situatie. Ook de CO2-reductie maken we op deze manier tastbaar. Voor ons is het ook hartstikke handig: op het moment dat er een storing is, kunnen we online even meekijken. We hoeven niet steeds een monteur te sturen.” Frisdrank Naast water biedt Aquablu ook alternatieven voor frisdrank in verpakkingen. “Het plasticgebruik voor water rijst de pan uit. Voor frisdrank geldt dat net zo goed”, meent Stokvis. “We willen een schoner en ook gezonder alternatief voor frisdrank bieden. Onze taps kunnen koolzuur aan het water toevoegen. Daarnaast hebben we suikervrije smaken ontwikkeld voor in het water, denk aan Fresh Lemon of Red Fruits.” Grondstoffen Natuurlijk gaat de ontwikkeling van de watertaps wel gepaard met grondstoffen en de nodige CO2-uitstoot. “De watertaps worden in Nederland geproduceerd. Met name alle zware onderdelen halen we zo dicht mogelijk bij huis. Dat scheelt onnodig zwaar vervoer en transport. Bovendien kunnen we per watertap uitlezen hoeveel plastic we uitsparen. Dat scheelt plastic, maar ook transport en koeling. Dit maakt de impact onderaan de streep positief”, aldus Stokvis. Verder lezen? Piek in plasticgebruik pas na 2100 bereikt, waarschuwt nieuw rapportHoe voedselproblemen worden opgelost in frisdranksiroopMicroplastics in Nederland: veel werk aan de winkel, maar 70 procent reductie is mogelijkChange Roundtable: Technologische of sociale innovatie (dinsdag 4 juli 2023) Veel bedrijven zetten in op technologische innovatie om maatschappelijke problemen op te lossen. Het vertrouwen hierin wordt ook wel techno-optisme genoemd. Zijn technologische innovaties inderdaad de oplossing? Of moet er meer gekeken worden naar sociale innovatie. Onderzoek toont dat innovatiesucces voor een groot deel bepaald wordt door sociale innovatie. Maar hoe kunnen bedrijven zorgen voor gedragsverandering? De roundtable is zowel live op locatie Westbeat te volgen als via livestream.