Hidde Middelweerd 18 december 2020, 10:32

Zo komt de prijs van afvalverwerking tot stand

Als afvalinzamelaar en -verwerker én leverancier van secundaire grondstoffen heeft Renewi een bijzonder en complex bedrijfsmodel. Zowel aan de voor- als achterkant zitten immers kosten en baten. Die moeten zorgvuldig tegen elkaar afgewogen worden en zijn afhankelijk van allerlei interne en externe factoren. De prijs van afvalverwerking verschilt dan ook per jaar en in 2021 stijgt die met gemiddeld 3,5 procent. Meinderdjan Botman, directeur van Renewi Commercial Waste, licht toe.

Renewi sustainability report glass recycling

Botman is nu ruim een jaar in dienst bij Renewi en heeft de afvalverwerkingswereld inmiddels goed in de smiezen. Maar dat kostte wel wat tijd, zegt hij: “Het is een dynamische business en een bijzonder volatiele markt. De overheid die een CO2-taks aankondigt, Donald Trump die wat tweet waardoor de staalprijzen onder druk staan, de coronapandemie die alles op zijn kop zet… En ondertussen werken we hard aan een duurzamere, veiligere en uiteindelijk circulaire bedrijfsvoering. Dat heeft allemaal invloed op onze prijsindexatie.”

Brandveiligheid verhogen

De factoren die de prijs van afvalverwerking bepalen, zijn dit jaar grofweg in te delen in drie groepen: ontwikkelingen binnen Renewi, (geo)politieke ontwikkelingen en (uniek aan dit jaar) de coronapandemie. Binnen de eigen bedrijfsvoering hebben verschillende zaken invloed op de prijsindexatie. Botman: “De CAO bijvoorbeeld; we zijn een vitale beroepsgroep, dus we blijven natuurlijk investeren in onze mensen. Maar denk ook aan veiligheid; dat is voor ons prioriteit nummer één en daar zijn ook forse investeringen voor nodig.”

Zo is brandveiligheid een belangrijk onderwerp voor Renewi. Vooral matrassen en batterijen maken dat soms tot een lastig verhaal. Bij matrassen is de kans namelijk groot dat ze gaan broeien en batterijen kunnen vonken veroorzaken. “Dat zijn echte stoorstromen”, aldus Botman. “Als je de veiligheid op orde wilt hebben, moet je daar dus wat mee.” Dat doet Renewi op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door te investeren in betere detectie- en blussystemen en de opleiding van medewerkers.

“Maar in plaats van het probleem te verhelpen als het zich voordoet, kunnen we natuurlijk ook proberen om het te voorkomen”, zegt Botman. “Bijvoorbeeld door de burger informeren over wat wel en niet in de afvalcontainer kan. Of door in te zetten op andere verwerkingsmogelijkheden.” Zo nam Renewi een aandeel van 32 procent in RetourMatras; een bedrijf dat een matras binnen 57 seconden kan ontleden tot zijn componenten (hout, ijzer, stof en schuim), om die vervolgens klaar te maken voor hergebruik. Door de investering van Renewi kan RetourMatras zijn recyclingcapaciteit uitbreiden, belanden er daardoor minder matrassen bij het afval en neemt het brandgevaar dus af.

Emissievrije afvalinzameling en recycling

Renewi zette dit jaar daarnaast fors in op emissievrije afvalinzameling. “Duurzaamheid staat hoog op onze agenda en dat gaat verder dan het verhogen van onze recyclingpercentages. De klant verwacht ook dat het inzamelgedeelte duurzaam uitgevoerd wordt. Daarom bouwen we momenteel een emissievrij wagenpark op.”

Eerder dit jaar werd bijvoorbeeld de eerste elektrische Volvo FE door Renewi in gebruik genomen én werd de eerste DAF FAN CF Electric besteld. Beide vrachtwagens stellen Renewi in staat om een deel van de afvalinzameling voortaan elektrisch uit te voeren. Dat is belangrijk, want de regulering omtrent emissies in binnensteden wordt steeds strenger. Botman: “Met het oog op zowel duurzaamheid als toekomstbestendigheid moeten we nú met emissievrij vervoer aan de slag. Daar hangt vooralsnog een hoger prijskaartje aan.”

Ondertussen investeert Renewi fors in recycling en circulariteit. De rijksoverheid wil immers dat Nederland in 2050 volledig circulair is en de afvalsector speelt een sleutelrol in het behalen van die doelstelling. De kwaliteit van sorteerlijnen moet bijvoorbeeld omhoog, zodat recyclingpercentages omhoog schieten en de secundaire grondstoffen die Renewi levert een hogere kwaliteit krijgen. “Daarnaast zetten we in op ketensamenwerkingen met partijen als Peelpioneers en Purified Metal Company, om de hoogwaardige recycling van specifieke afvalstromen te garanderen”, aldus Botman.

Lees ook: Renewi: "De businesscase voor duurzaamheid is er bijna altijd"

Maar Renewi kan dat niet alleen, benadrukt hij. Er ligt een belangrijke rol voor de overheid, om het gebruik van secundaire grondstoffen te stimuleren. “Neem plastic: het is momenteel bijna onmogelijk om te concurreren met virgin materiaal, vanwege de lage olieprijzen. Dat staat de transitie naar een circulaire economie in de weg. De overheid zou bedrijven kunnen verplichten tot het gebruik van een bepaald percentage secundaire grondstoffen in hun producten. Producenten moeten daarnaast gestimuleerd worden om producten te ontwikkelen die goed te recyclen zijn.”

Politieke besluiten en marktverschuivingen

Ook factoren waar Renewi geen invloed op heeft, spelen een belangrijke rol in de prijsindexatie. “Politieke besluiten, zowel in Nederland als daarbuiten, bepalen vaak wat wij moeten doen”, legt Botman uit. “Hetzelfde geldt voor marktontwikkelingen, waar we op moeten reageren.” Een voorbeeld daarvan is de afvalstoffenbelasting. Die werd in 2019 al fors verhoogd (van 13,21 euro per ton naar 32,12 euro per ton) en zal in 2021 wederom hoger zijn. Dat heeft direct invloed op Renewi’s bedrijfsvoering.

Maar denk ook aan de strenge eisen omtrent zogeheten Zeer Zorgwekkende Stoffen, zoals lood en benzeen. Het is aan de afvalsector om die veilig te verwerken en uiteindelijk uit de kringloop te halen. Een derde voorbeeld is de invoering van de CO2-taks, die vanaf volgend jaar ingaat en tot en met 2030 steeds hoger zal worden. “Die verplicht ons in feite om de aankomende jaren nog intensiever met CO2-reductie aan de slag gaan”, aldus Botman. “Dat gaat om een miljoeneninvestering.”

Ook geopolitieke ontwikkelingen en verschuivingen op de markt hebben direct invloed op Renewi’s bedrijfsmodel. China besloot een aantal jaren geleden bijvoorbeeld om de import van papier en karton, kunststoffen en samengestelde producten fors terug te dringen. Dit jaar importeerde de Aziatische grootmacht zelfs helemaal geen afval meer.

Dat heeft logischerwijs invloed op prijssetting in de afvalsector. De zogeheten security of outlet komt daardoor namelijk in gevaar. “Onze klanten moeten hun afval kwijt kunnen; daar zijn wij verantwoordelijk voor”, aldus Botman. “Maar als China zijn grenzen dichtgooit voor papier en karton moeten onze verwerkers op zoek naar nieuwe afzetmarkten, die papier ook (en liefst zo hoogwaardig mogelijk) kunnen recyclen. Ook dat vergt tijd en geld.”

De impact van corona

Uniek aan dit jaar en van grote invloed op de prijsindexatie was natuurlijk de coronapandemie. Die liet namelijk ook zijn sporen na in de afvalsector. Rijdt Renewi normaliter met vijftien vrachtwagens rond in Amsterdam om al het horeca-afval op te halen, tijdens de eerste lockdown had het bedrijf aan één vrachtwagen genoeg.

Daarnaast gingen de prijzen voor papier en metaal onderuit. Zowel qua volume als marge had Renewi dus een klap te verwerken, waardoor de omzet daalde met zo’n 18 procent. Toch besloot het waste-to-product bedrijf zijn klanten te ontlasten, vertelt Botman: “Horecaondernemers hadden het al zwaar genoeg. We hebben hen actief benaderd met de mededeling dat ze hun afvalinzamelingsfrequentie kosteloos mochten aanpassen als ze dat wilden.”

De coronapandemie zorgde (en zorgt) daarnaast voor een verschuiving van afvalstromen. Afvalstromen vanuit de horeca daalden drastisch, maar het volume van bouw- en sloopafval en gft nam juist toe. Mensen werkten immers massaal thuis en besloten om een verbouwing op te pakken of in de tuin aan de slag te gaan.

De grootste verandering vond echter plaats op het gebied van medisch afval. Renewi kreeg immers te maken met corona-gerelateerd afval en dat vergde een compleet nieuwe methodiek van afvalinzameling. Niet alleen nam de hoeveelheid medisch afval toe, het moest bijvoorbeeld ook in afvalzakken met dikker folie en in aparte containers ingezameld worden. Ziekenhuizen moesten daarnaast zorgvuldig geïnstrueerd worden over de aanlevering ervan.

Ook de verwerking van het afval leverde problemen op, vertelt Botman: “België sloot zijn grenzen voor corona-geïnfecteerd afval en de enige afvalverwerker in Nederland die dit type afval kan verwerken, raakte al snel vol. Hierdoor moesten wij halsoverkop toestemming krijgen van de overheid om dit afval tijdelijk zelf op te slaan.”

Dynamisch en complex

Tel alle bovenstaande factoren bij elkaar op en je snapt hoe complex de prijsindexatie van afvalverweking kan zijn. Het is dan ook niet verwonderlijk dat die elk jaar verschilt. “Aan de voor- en achterkant hebben we nu eenmaal verlies- en verdienmodellen. En die worden beïnvloed door de politiek, de wereldmarkt en onze eigen processen”, aldus Botman. “Die balans is erg dynamisch en complex. We willen immers een eerlijke prijs voor afvalverwerking neerzetten, voor alle betrokken partijen. Tegelijkertijd blijven we ons afvragen: hoe kunnen we het nog veiliger, duurzamer en uiteindelijk volledig circulair doen?”

Bekijk ook de bedrijvenpagina van Renewi op Change.inc

Bron & Beeld: Renewi

“Ondernemers en managers, wacht niet op de overheid”

Tekst: Willem SchramadeNatuurlijk, overheden kunnen de spelregels veranderen en ervoor zorgen dat duurzaam opereren beloond wordt in plaats van tegengewerkt. En helaas doet onze Rijksoverheid te weinig. Maar dat is geen excuus voor passiviteit bij bedrijven: ook in de fase waarin nog vooral sprake is van (onbedoelde) tegenwerking, kunnen bedrijven zich al positioneren voor een toekomst waarin dat anders is.Bedrijven als Philips en DSM al hebben producten die schoner en gezonder zijn dan die van de concurrentie, waarvoor ze maar deels betaald worden omdat klanten daar nog niet de prikkels voor hebben. Toch ontwikkelen ze die schonere en gezondere producten, omdat ze beter zijn voor hun lange termijn waardecreatie, zowel qua brede waarde (sociaal en ecologisch) als financieel. Hun leiders begrijpen niet alleen dat overheden hun duurzaamheid kunnen faciliteren, maar zien ook dat dit een dynamisch speelveld is.Laten we dit concreet maken en tegelijk twee algemenere vragen beantwoorden. Ten eerste, hoe kunnen overheden bedrijven faciliteren in duurzamer werken? Ten tweede, hoe kunnen bedrijven daarop anticiperen en zelf een actieve rol in spelen?Hoe kunnen overheden duurzame activiteiten faciliteren?Facilitering door overheden is heel belangrijk. Idealiter scheppen zij heel bewust de kaders waarbinnen bedrijven in de markt beloond worden voor brede waardecreatie en bestraft worden voor waardevernietiging. Brede waarde omvat naast financiële waarde ook sociale en ecologische waarde. Maak die brede waarde expliciet: door activiteiten zowel op hun financiële als op hun niet-financiële waarde te beoordelen, wordt veel duidelijker welke activiteiten wel en welke niet gewenst zijn. Dat helpt ons om betere keuzes te maken.De beste activiteiten creëren zowel financiële waarde als sociale en ecologische waarde: win-win. En dankzij de positieve financiële waarde zullen ze door de markt ook uitgevoerd worden. Dat laatste is eveneens van toepassing op projecten die wel financiële waarde creëren, maar sociale en ecologische waarde vernietigen: roofbouw. Helaas geldt dat in verschillende gradaties voor een groot deel van de huidige economische activiteit.Extreme voorbeelden zijn oliewinning en tabaksfabrikanten. De markt faalt daar en de mens kan ingrijpen - door veranderingen in transparantie, gedrag, technologie, regelgeving, beprijzing, etc. kan roofbouw worden teruggedrongen. Die activiteiten worden dan ofwel zwakker qua financiële waarde, ofwel beter qua sociale en ecologische waarde. Denk bijvoorbeeld aan de transportsector: als die massaal overgaat van fossiele brandstoffen op hernieuwbare energiebronnen, dan gaat de ecologische waarde van zeer negatief naar enigszins negatief (doordat nog altijd veel materialen nodig zijn), en verbetert de sociale waarde door de gezondheidseffecten. Waarschijnlijk zijn de sociale en ecologische waarde samen dan per saldo vrijwel neutraal, dus op de grens van roofbouw en win-win. In de auto-industrie is die beweging onder leiding van Tesla al in gang gezet.Een deel is gewoon kansloosInteressant zijn ook de activiteiten die wel sociale en ecologische waarde creëren, maar financieel tekortschieten. Een deel daarvan is gewoon kansloos, maar veel andere kunnen met een zetje zo in win-win terechtkomen. Een voorbeeld is het clean cow-product van DSM dat de methaanuitstoot van koeien met zo’n 30 procent terug kan brengen: dat is nog niet rendabel op de markt te brengen omdat nog niemand ervoor wil betalen; voor de boer geeft het immers wel extra kosten maar geen direct voordeel. Bij een serieuze methaanprijs (of regelgeving met vergelijkbare effecten) levert het product echter wél direct voordeel voor boeren op, willen ze er wél voor betalen en is het wél winstgevend voor DSM.Het leidende principe is: zorg ervoor dat waardevernietiging niet meer loont. Momenteel zijn we daar nog ver vandaan: vrijwel alle producten kennen hoge verborgen maatschappelijke kosten, die niet in de prijs terechtkomen, waardoor ze kunstmatig goedkoop zijn. Denk aan vliegtickets zonder BTW en zonder kerosinebelasting – niet gek dat vliegen daardoor goedkoper aangeboden wordt dan trein- of autoreizen, terwijl de werkelijke kosten hoger zijn. Dat soort dingen moet veranderen. We moeten onze blindheid voor maatschappelijke en ecologische kosten wegnemen. Maar hoe?Verborgen kosten zichtbaar maken en laten betalenHet Nederlandse True Price pleit al jaren voor echte prijzen: prijzen waarin die verborgen kosten wel zijn opgenomen. Een schitterend idee, maar helaas zitten veel bedrijven daar niet op te wachten: waarom een echte prijs rekenen als je concurrent het niet doet? Je maakt hogere kosten en prijst jezelf uit de markt – tenzij je daarmee een niche aanboort of beter nog: als iedereen het moet.Idealiter gaan we naar een systeem toe waarin de verborgen kosten systematisch zichtbaar gemaakt worden en betaald worden, zodat de prikkels verschuiven en bedrijven niet meer wegkomen met het afwentelen van grote maatschappelijke of ecologische kosten. True prices zijn hier een groot deel van de oplossing, maar komen niet in een vacuüm tot stand. Er is verandering nodig in het hele institutionele kader: ondernemingsrecht, belastingen, nationale rekeningen, financieel onderwijs - dat zou allemaal op brede waarde gericht moeten zijn. Dat lijkt nog ver weg, maar dit is wel de kant waarheen het gaat. Reken erop dat belastingen gaan verschuiven van arbeid naar materiaalgebruik en uitstoot. Dergelijke zaken gaan op EU niveau geregeld worden - niet zonder slag of stoot, maar het gaat komen. Op lokaal niveau gaan overheden circulaire waardeketens stimuleren – de provincie Zuid-Holland doet dit al met project managers circulaire economie. Lokale overheden zullen ook met plaatselijk strengere maatregelen komen - zo zullen steden vermoedelijk steeds meer het autogebruik aan banden leggen i.v.m. geluidsoverlast en luchtkwaliteit.Natuurlijk, overheden hebben nog veel te leren en hebben nog slecht zicht op hun eigen waardecreatie. Idealiter brengen ze hun eigen waarde beter in kaart en volgen ze het Nieuw-Zeelandse voorbeeld van een welzijnsbegroting. Daarbij gaat het erom bestaande structuren te doorbreken en lef te tonen – met leiders die niet meer afschuiven en wegkijken, zoals Paul van Liempt onlangs bepleitte. Die slag moeten zowel overheden als bedrijven nog maken.Hoe kunnen bedrijven anticiperen en accelereren?Welke maatregelen overheden wanneer gaan nemen, weten we niet. Maar de richting is duidelijk: naar minder speelruimte voor activiteiten die schadelijk zijn voor sociale en ecologische waarde. De implicaties voor bedrijven zijn ook duidelijk: ga niet uit van business as usual, maar neem transitie als uitgangspunt. Nu zie je vooral dat men achter de feiten aanloopt.Kijk naar de financiële sector, die vooral bezig is compliant te zijn met bestaande en aangekondigde wetgeving, maar nauwelijks rekening houdt met transitie. Dat is een gemiste kans. De omstandigheden veranderen, dus je kunt er maar beter op anticiperen. Begin nu die betere producten te ontwikkelen en probeer waar mogelijk die nieuwe werkelijkheid mee vorm te geven.Dat betekent dat je niet alleen rekening moet houden met bestaand beleid, maar ook met beleid dat zeer waarschijnlijk gaat komen – zoals hogere kosten voor CO2 en stikstofuitstoot en dus ook hogere prijzen voor producten die die problemen oplossen. Bouw een productportfolio op die vooral aan de oplossingenkant gepositioneerd is in plaats van aan de problemenkant. Het vraagt ook een andere instelling, met een brede kijk op waarde: dus niet alleen “wat levert dat ons nu financieel op?”, maar ook: “hoe winstgevend zullen we in de nieuwe situatie zijn?”.Doordenken over waardeOm die vragen te beantwoorden moet je doordenken over waarde: “op welke manieren creëren of vernietigen we sociale en/of ecologische waarde?”, en: “hoe kunnen we meer sociale en ecologische waarde creëren?”, maar ook: “hoe brengen we onze waardevernietiging terug tot (bijna) nul?” Verrassend genoeg kan dat ook voor sterk vervuilende bedrijven kansen bieden: een aluminiumproducent die schoner produceert dan concurrenten (bijvoorbeeld met behulp van waterkracht en gas in plaats van kolen) zal zijn kosten weliswaar zien stijgen, maar minder hard dan die van concurrenten, zodat de winst per saldo toeneemt.Er zijn veel mogelijkheden om sociale en ecologische waarde te creëren, maar je moet ze wel zien en ernaar op zoek gaan. Winst maken blijft nodig, maar is niet het enige doel – zoals adem halen noodzakelijk is voor ons leven, maar niet het doel van ons leven is. Die andere blik op waarde betekent in veel gevallen ook een grotere nadruk op innoveren in plaats van optimaliseren en kostenbesparingen. Ze vraagt ook om mensen die getraind zijn in het denken over brede waarde en het toepassen ervan. Die kennis is nog zeer beperkt, aangezien het onderwerp pas recentelijk is opgepikt in het academische discours en nog nauwelijks in het onderwijs geïntegreerd wordt. Er is dus nog veel te doen en te leren, voor zowel overheden als bedrijven – dat gaat een complex veranderprogramma van vele jaren gaat worden, met veel grote en kleine stappen.Het bedrijfsleven mag zeker meer visie en daadkracht eisen van de overheid. Maar het moet daarbij ook zijn eigen verantwoordelijkheid nemen. Dat is in het eigen en het algemeen belang. Grote goederentreinen hebben meerdere locomotieven. Vraag dus niet alleen om de overheid als locomotief, maar wees zelf een van die locomotieven. Dr. Willem Schramade is zelfstandig onderzoeker en adviseur sustainable finance Het BetoogChange.inc waardeert de betrokkenheid van lezers en toekomstmakers zeer. Ook een opinieartikel aanleveren voor de rubriek ‘Het betoog’? Stuur de bijdrage naar hoofdredacteur Roy op het Veld: opinie@change.inc. Het artikel moet een wezenlijke bijdrage leveren aan het debat en iets toevoegen aan wat al eerder op Change.inc verschenen is. De redactie beslist over plaatsing.