Michiel Eliëns 11 oktober 2012, 10:18

Biobrandstoffen: omstreden, maar geen alternatief

Voor- en tegenstanders van biobrandstoffen buitelen over elkaar heen. Beide hebben een punt. En beide hebben ongelijk. DuurzaamBedrijfsleven.nl checkt de feiten.

Juiste1 e1349899720477

ijk. DuurzaamBedrijfsleven.nl checkt de feiten.

Het begint simpel: biobrandstoffen zijn alle brandstoffen die worden geproduceerd uit biomassa. Ze worden gewonnen uit plantaardig of dierlijk materiaal, zoals maïs, suikerriet en soja. In de reclamefolder staat dat biobrandstoffen helpen met CO2-reductie en, in tegenstelling tot fossiele brandstoffen, hernieuwbaar zijn. Daarnaast kunnen ze bij de pomp direct in de tank.

Biobrandstoffen zijn vooral populair in de transportsector. Wie in deze sector duurzaam wil zijn kan kiezen voor rijden op biobrandstof of elektriciteit. Zolang de actieradius van elektrische auto’s beperkt blijft, zijn biobrandstoffen het enige grootschalige, duurzame alternatief voor de transportsector. In Europa is die sector jaarlijks goed voor bijna een kwart van de totale uitstoot van broeikasgassen. Na de energiesector is transport daarmee de grootste vervuiler.

Verschillende landen hebben verschillende redenen om over te willen op biobrandstoffen. En verschillende biobrandstoffen hebben verschillende voor- en nadelen. Dat maakt de vraag of we over moeten stappen op biobrandstoffen één van vele grijstinten.

VS: Energieonafhankelijkheid

In de Verenigde Staten heeft de productie van biobrandstoffen de afgelopen tien jaar een enorme vlucht genomen omdat het land streeft naar meer energieonafhankelijkheid. De VS willen niet afhankelijk zijn van schaarse fossiele brandstoffen uit instabiele, olieproducerende landen in het Midden-Oosten.

Naar verwachting gebruiken de VS dit jaar 13 procent van alle maïs op de wereld voor de productie van ethanol.

Door een omvangrijk subsidieprogramma dat in 2011 een hoogte van $6 mrd (€4,7 mrd) bereikte zijn veel boeren overgeschakeld op maïsteelt voor de productie van bio-ethanol, een populaire biobrandstof. Naar verwachting gebruiken de VS dit jaar 13 procent van alle maïs op de wereld voor de productie van ethanol. Bijna 40 procent van de binnenlandse maïsproductie zal uiteindelijk in de tank van een auto verdwijnen.

EU: Een beter milieu

Het streven naar energieonafhankelijkheid speelt een minder grote rol in Europa. Hier is de hoofddoelstelling van het biobrandstofbeleid het reduceren van broeikasgasemissies in de transportsector. Biobrandstoffen zijn immers, althans theoretisch, CO2-neutraal. Bij de verbranding van biobrandstoffen komt ook CO2 vrij, maar dit is dezelfde CO2 die de biobrandstofgewassen tijdens hun groei uit de lucht hebben gehaald.

In 2020 moet binnen de EU minimaal 10 procent van alle brandstoffen voor de transportsector afkomstig zijn uit hernieuwbare bronnen. Biodiesel levert hierin het grootste aandeel. De EU neemt met 17 procent van de globale biobrandstofproductie een derde plaats in van grootste producenten na de VS (48 procent) en Brazilië (22 procent). In Europa gaat het vooral om biodiesel gemaakt van koolzaad, in de VS en Brazilië om bio-ethanol gemaakt van respectievelijk maïs en suikerriet.

De 3 nadelen

Het gebruik van biobrandstoffen is echter alles behalve onomstreden. Biobrandstof is een vorm van hernieuwbare energie omdat het steeds opnieuw gemaakt kan worden. Hernieuwbaar is echter niet hetzelfde als duurzaam. Tegenstanders noemen vaak drie belangrijke nadelen.

Nadeel 1: Méér CO2-uitstoot door biobrandstoffen.

In sommige gevallen zorgen biobrandstoffen voor méér CO2-uitstoot dan fossiele brandstoffen. De productie van biobrandstof leidt ook tot CO2-uitstoot door het gebruik van kunstmest, het transport of raffinage. Daarom is het belangrijk om de uitstoot van CO2 in de gehele productieketen te berekenen. Dit wordt het ‘well to wheel‘-principe genoemd. Biobrandstof is alleen duurzamer dan de fossiele brandstof wanneer de totale uitstoot volgens dit principe lager ligt dan bij de fossiele brandstof. De CO2-uitstoot van opsporing, delving, vervoer en opslag kan bij fossiele brandstoffen oplopen tot 30 procent van de totale uitstoot.

De EU stelt als doel dat een goede biobrandstof een reductie van minstens 35 procent in CO2-uitstoot bewerkstelligt ten opzichte van fossiele brandstoffen. Onderzoekers in Duitsland toonden aan dat de meeste biobrandstoffen de 30 procent niet halen.

Nadeel 2: Indirecte veranderingen van landgebruik (ILUC)

Door de groeiende vraag naar gewassen voor biobrandstoffen cultiveren boeren steeds meer ongerepte natuur. Daarbij komen enorme hoeveelheden CO2 vrij die lagen opgeslagen in oerbossen, graslanden en regenwouden met alle nadelige gevolgen van dien. Daarnaast gaat dit gepaard met een verlies aan biodiversiteit.

Nadeel 3: Concurrentie met voedsel

Het heetste hangijzer: de productie van biobrandstoffen concurreert met de voedselproductie met stijgende voedselprijzen als gevolg. Zoals Klaas Hellingwerf, hoogleraar aan de UvA, in een eerder interview met DuurzaamBedrijfsleven.nl zei: “In Mexico konden mensen hun taco’s en burrito’s niet meer betalen, omdat ze in de VS biobrandstof uit maïs gingen maken.”

In Mexico konden mensen hun taco’s en burrito’s niet meer betalen, omdat ze in de VS biobrandstof uit maïs gingen maken. Klaas Hellingwerf, hoogleraar Universiteit van Amsterdam

Die beschuldiging is maar ten dele waar: speculatie op de wereldmarkt en een groeiende voedselvraag hebben een grotere invloed op de recente stijging van voedselprijzen. Van producten als suikerriet winnen producenten daarnaast eerst het eetbare gedeelte en wordt het residu gebruikt voor de biobrandstof.

Generatiekloof

De nadelen van biobrandstoffen gelden in meer of mindere mate per generatie. De grondstof is bepalend tot welke van drie generaties een biobrandstof behoort.

De eerste generatie biobrandstoffen is gemaakt van plantaardig materiaal, zoals maïs, graan, soja, koolzaad, suikerriet en palmolie. Het zijn voedselgewassen die als brandstof worden gebruikt. Ook het ILUC-probleem speelt een grote rol bij deze generatie. De eerste generatie is nog steeds de meest voorkomende vorm van biobrandstof.

Biobrandstoffen die niet direct concurreren met voedsel zijn van de tweede generatie. Hierbij valt te denken aan oneetbare gedeelten van voedselgewassen zoals stro of bietenblad, brandstofgewassen als wilg of olifantengras en afval uit de voedselindustrie als frituurvet. Het grote voordeel is dat er geen nieuwe landbouwgrond voor gebruikt hoeft te worden.

De derde generatie biobrandstoffen is nog volop in ontwikkeling. Deze brandstoffen worden gemaakt uit algen, zeewier of bacteriën die speciaal voor dit doel gekweekt worden. Momenteel is deze vorm nog te duur, maar de verwachting is dat nieuwe technieken op termijn de prijs zal doen dalen. Het mooiste van het verhaal: deze derde generatie kent geen van de nadelen van de voorgaande generaties.

EU streeft naar écht duurzame biobrandstoffen… op termijn

Biobrandstoffen zijn dus niet altijd beter voor mens en milieu dan de fossiele variant. De verwachting is dat de  Amerikaanse overheid flink zal blijven investeren in de productie van biobrandstoffen in de toekomst door middel van subsidies en regelgeving. Omdat het de Verenigde Staten meer gaat om energieonafhankelijkheid dan om het verminderen van CO2-uitstoot, is de kans klein dat de overheid de problemen die samenhangen met de productie van biobrandstoffen structureel gaat aanpakken.

De Europese Commissie onderkent daarentegen de problemen en heeft een richtlijn voor biobrandstof opgesteld. Belangrijke punten daarin zijn dat gewassen voor biobrandstoffen niet verbouwd mogen worden in gebieden met een rijke biodiversiteit of die veel CO2 vasthouden. Verder mag bij de productie van de biomassa niet teveel CO2 vrijkomen. De CO2-uitstoot van de hele productieketen van biobrandstof, van well to wheel, moet minimaal 35 procent lager zijn dan die van vergelijkbare fossiele brandstoffen. In 2018 moet de CO2-uitstoot van biobrandstof minstens 60 procent lager zijn dan van fossiele brandstof.

Opvallende afwezige in de richtlijn is de concurrentie tussen voedsel en brandstof, waarover de Commissie zegt dat ze ‘toezicht zal houden op de gevolgen voor de voedselzekerheid’. Dat gat wil eurocommissaris Hedegaard (Klimaat) dichten. In september heeft zij een voorstel gedaan om de hoeveelheid biobrandstoffen uit voedselgewassen te beperken tot 5 procent van het totaal. Hoe de Europese Unie dan het doel van 10 procent biobrandstoffen gaat halen, is voorlopig onduidelijk.

Foto: Gienepien

Gadgets en ijs bij lancering duurzaam crowdfundingplatform

“TWO-O staat voor twee rondjes, twee werelden. Het hout heeft klasse, de klassieke wereld. De andere wereld is de hippe, snelle wereld van gadgets en technologie,” legt de 26-jarige Rodny Heemskerk uit. Naast hun fulltime banen werken hij en zijn zakenpartner en goede vriend Bob Koning in de avonduren voor TWO-O, in een antikraakpand in het centrum van Amsterdam. TWO-O maakt gadgets en accessoires van hout, van iPhone- en iPadhoesjes tot flesopeners en manchetknopen. “Het is nu heel erg druk, we zitten echt op een omslagpunt dat we het bijna niet meer redden naast onze baan”, vertelt Koning. “We willen zo snel mogelijk fulltime bezig zijn met TWO-O. Hopelijk kan One Planet Crowd ons daarmee helpen.” Zonnebril TWO-O is één van de start-ups die die zijn product aanbiedt op Oneplanetcrowd.nl, een crowdfundingplatform dat zich richt op duurzame en innovatieve ondernemingen. Tijdens het Festival of Cools van de Amsterdamse ‘incubator’ Green Metropole werd dit platform gelanceerd en pitchten Heemskerk en Koning hun houten zonnebril. De zonnebril is het eerste product van de heren dat volledig van gerecycled hout wordt vervaardigd. “De bedoeling is dat voor geen van onze gadgets meer bomen gekapt hoeven worden”, zegt Heemskerk. “Het kost alleen wat tijd om dat te kunnen realiseren.” De bedoeling is dat voor geen van onze gadgets meer bomen gekapt hoeven worden. De producten van TWO-O worden gemaakt van verschillende soorten hout, zoals walnoten, eiken, bamboe of esdoorn. Natuurlijk FSC-gecertificeerd. “Voor ieder gadget dat wij maken schenken wij een bepaald bedrag aan ‘Plant je voort’. Zij planten bomen terug op Nederlandse bodem”, aldus Heemskerk. Crowdfunding One Planet Crowd is het eerste Nederlandse crowdfundingplatform voor duurzame producten en diensten. Op 10 oktober, de Dag van de Duurzaamheid, vond de lancering plaats en toonden de eerste tien duurzame ondernemers hun product. Naast de zonnebril van TWO-O werden er bijvoorbeeld een honderd procent plantaardig ijsmerk en een online community voor carpoolen gepresenteerd. “Crowdfunding moet vooral leuk zijn”, zegt oprichter van het platform Maarten de Jong. “Op onze website staan aantrekkelijke, lekkere en innovatieve producten en diensten. Allemaal van ondernemers die de planeet een beetje groener willen maken. Hoe succesvoller de campagne, hoe beter de basis voor de jonge bedrijven.” Crowdfunding wordt wereldwijd steeds populairder. Het afgelopen jaar werd er €3 mrd opgehaald via crowdfunding: in 2009 was dit nog €500 mln. Ook in Nederland groeit de belangstelling. In het eerste half jaar van 2012 leverde crowdfunding al bijna €1,5 mln op. Naar verwachting zal het aantal opgehaalde euro’s in 2012 verdubbeld zijn ten opzichte van 2011. Olievlek Op dit moment verkoopt TWO-O zo’n vijftien producten per maand. De iPhonehoesjes zijn het meest populair. Maar de ondernemers bieden ook custom made service aan, zoals op maat gemaakte manchetknopen voor een bedrijf. Door hun deelname aan One Planet Crowd hopen de mannen naast €25.000 meer naamsbekendheid te vergaren. “De naamsbekendheid is absoluut belangrijk”, zegt Heemskerk. “We willen dat de naam TWO-O zich als een olievlek gaat uitbreiden.” We willen dat de naam TWO-O zich als een olievlek gaat uitbreiden. De jonge ondernemers hebben grote plannen voor de toekomst. “Ten eerste willen we onze productie, die nu nog via andere schakels plaatsvindt, volledig in eigen huis”, zegt Koning. “Daarnaast willen we de webshop internationaal maken en steeds meer gave producten kunnen aanbieden.” Een grote droom van de mannen is een eigen TWO-O winkel. “Maar dat is nog ver weg hoor”, zegt Heemskerk. “Op dit moment liggen onze producten in drie winkels in Amsterdam en Haarlem. Dat willen we eerst uitbreiden naar meer winkels in verschillende steden.”