Kaz Schonebeek 08 mei 2024, 13:54

De keerzijde van de energietransitie: schimmige mijnbouwpraktijken

Schone energie is ook dirty business. In Oost-Europa en Centraal-Azië leidt het winnen van materialen voor de groene transitie regelmatig tot slechte arbeidsomstandigheden en milieuschade. Voor de EU zijn juist dit interessante regio’s om grondstoffen vandaan te halen.

Getty Images 1836047691 Een open dagbouwmijn. | Credits: Getty Images

Batterijen, zonnepanelen, windmolens en microchips staan aan de basis van de energietransitie. Om deze (en andere geavanceerde technologieën) te maken, is een waslijst aan metalen nodig. De groeiende vraag naar materialen als lithium, koper, kobalt, nikkel, mangaan en neodymium brengt mijnbouw naar alle uithoeken van de wereld. Maar wie grondstoffen uit landen met een wat zwakke rechtsstaat haalt, maakt al gauw vuile handen. Werknemers worden te weinig of te laat uitbetaald, werkomstandigheden zijn gevaarlijk, afvalstoffen worden in het milieu gedumpt, grondwater raakt verontreinigd en omwonenden worden uit hun huizen verdreven.

Het Business & Human Rights Resource Centre (BHRRC) doet wereldwijd onderzoek naar mensenrechtenschendingen door bedrijven. In een recent rapport heeft het mijnbouwactiviteiten in Oost-Europa en Centraal-Azië onder de loep genomen. Op basis van openbare bronnen zoals nieuwsberichten en rapporten van NGO’s zijn over de afgelopen vijf jaar meer dan vierhonderd incidenten verzameld, verspreid over zestien landen.

Overeenkomsten

Voor de Europese Unie kan haar oostelijke achterland belangrijk zijn om minder afhankelijk te worden van onder meer China, dat een monopoliepositie lijkt te krijgen op een groot aantal ‘kritieke grondstoffen’. In de Critical Raw Materials Act is afgesproken dat de lidstaten meer moeten doen om grondstofwinning op eigen bodem te organiseren. Daarnaast worden overeenkomsten gesloten met het buitenland voor de levering van grondstoffen die nodig zijn voor de groene transitie. Deze overeenkomsten gaan zowel over de levering van grondstoffen als het versterken van waardeketens in die landen. Dat moet de relatie tussen de EU en de partnerlanden intensiveren. Want bijvoorbeeld Centraal-Azië is rijk aan grondstoffen, maar sterk op Rusland en China georiënteerd.

Sociale complicaties

Kazachstan heeft goede kaarten in handen om één van Europa’s belangrijkste leveranciers van kritieke grondstoffen te worden. In de handelsrelatie met het land staan fossiele brandstoffen nu nog centraal. Kazachstan is de derde grootste exporteur van olie aan de Europese landen en verkoopt aardgas. Maar in het Centraal-Aziatische land zitten óók aanzienlijke hoeveelheden van vrijwel alle zeldzame aardmetalen in de grond. De Europese Unie heeft eind 2022 een overeenkomst met Kazachstan gesloten om de economische banden op het gebied van grondstoffen, batterijen en groene waterstof aan te halen.

De duurzame ambities van de EU stuiten hier direct op sociale complicaties. Volgens het rapport van BHRRC troffen Kazachstaanse overheidsfunctionarissen in 2021 bij twee belangrijke grondstoffenproducenten meer dan 1.200 veiligheids- en gezondheidsovertredingen aan. Die varieerden van totaal opgebruikte machines en ondermaatse luchtventilatie tot te hoge temperaturen waaronder werknemers moeten werken.

Ingestorte huizen

De mijnbouwer waarover de meeste incidenten zijn gerapporteerd, is Georgian Manganese: een bedrijf met een schimmige eigendomsstructuur dat in handen van een Oekraïense miljardair zou zijn. Het bedrijf exploiteert één van ’s werelds grootste voorraden mangaan: een metaal dat voor de productie van staal wordt gebruikt, én in kathodes van sommige lithium-ion batterijen zit.

In de Georgische Chiatura-mijn wordt zowel ondergronds als in open dagbouwmijnen mangaan gedolven. De mijnbouw slaat er grote gaten het landschap, en maakt de ondergrond instabiel. Door metershoge modderbergen en diepe kuilen raken huizen afgesneden van wegen, of storten in. Er is ten minste één iemand omgekomen toen de grond letterlijk onder zijn voeten wegzakte en hij in een gat stortte. Omwonenden protesteren al jaren tegen de manier waarop het bedrijf met de omgeving omgaat. In 2021 is een aantal mensen in hongerstaking gegaan vanwege het uitblijven van compensatie voor de geleden schade.

Onontgonnen rijkdommen

Ook in Oekraïne zitten allerlei metalen in de grond. Op redelijk grote schaal wordt er ijzer, mangaan en titanium gedolven, en ertsen verwerkt tot halffabrikaten zoals staal. Een nog grotendeels onontgonnen rijkdom zijn zeldzame aardmetalen. Volgens sommige studies is in Oekraïne de grootste voorraad aan zeldzame aardmetalen op het Europese continent te vinden. Die winning staat nog in de kinderschoenen.

Niet alle Oekraïners zijn even gelukkig met de bestaande mijnbouwactiviteiten. In het noordwesten van het land maken activisten zich grote zorgen over een titaniummijn die de lokale waterhuishouding zou verstoren. Voor de titanium-winning wordt gigantisch veel water uit ondergrondse reservoirs opgepompt. De activisten stellen dat de lokale bevolking hierdoor minder toegang heeft tot schoon drinkwater. Ook zouden beekjes, moerassen en meren in de omgeving langzaam uitdrogen.

NIMBY

Mijnbouw is natuurlijk bij uitstek een ‘not in my backyard’-fenomeen: niemand zit te wachten op een mijn naast zijn huis. Het delven van grondstoffen is – zeker in open mijnen – per definitie een smerige aangelegenheid die onomkeerbare veranderingen van het landschap veroorzaakt. Verzet tegen mijnbouw lijkt daarmee onvermijdelijk.

Wel wijzen de onderzoekers op een economische structuur die kan verklaren waarom het specifiek in de onderzochte landen wemelt van de mijnbouwers die wat minder op lijken te hebben met de rechten van werknemers en omwonenden. De lijst met betrokken bedrijven staat bol van de oligarchen. Acht van de tien bedrijven met het grootste aantal incidenten zijn eigendom van ‘machtige zakenlieden met nauwe politieke banden’, die zich weinig lijken aan te trekken van de menselijke kant van grondstoffenextractie.

Lees meer:

Changemaker Kadir van Lohuizen legt met zijn camera de wereldwijde voedselketen vast: ‘Beelden zeggen veel’

Je fotografeerde eerder al de stijgende zeespiegel en afvalverwerking in megasteden. Nu is de voedselindustrie aan de beurt. Wat spreekt je aan in deze maatschappelijke thema’s? “Journalisten moeten een bepaalde nieuwsgierigheid hebben. Dat geldt ook voor mij als fotojournalist en filmmaker. Ik wist weinig van deze onderwerpen af, maar wilde er meer van weten. Ik werk op freelancebasis. Het voordeel is dat niemand me vertelt wat ik moet doen, hoewel het ook onzekerheid met zich meebrengt. Ik ben vrij in mijn onderwerpkeuze en houd me bezig met de thema’s die ik belangrijk vind. Ik wil producties maken die wat bijdragen. Vaak stuit ik tijdens het ene project al op een volgend onderwerp. Toen ik afval in wereldsteden fotografeerde, viel me op hoeveel voedsel er werd weggegooid. En terwijl ik me verdiepte in de stijgende zeespiegel, zag ik hoe het land van boeren in kustgebieden meer en meer verzilt raakt. Tijdens die projecten werd het zaadje voor het onderwerp voedsel al geplant.” Waarom is het belangrijk om de wereldwijde voedselketen in kaart te brengen? “Eten doen we iedere dag, maar onze voedselkennis is beperkt. Waar komen al die producten vandaan? Hoe worden ze gemaakt? Ik weet dat vaak niet, en ik ben zeker niet de enige. Ik had er bijvoorbeeld geen idee van dat een maaltijd gemiddeld 30.000 kilometer reist voordat het op ons bord ligt. Nederland heeft enorme distributiecentra, kassen en veeteeltbedrijven, maar we komen er niet. In die zin is de voedselindustrie best een schimmige wereld. Er wordt veel aan marketing gedaan met keurmerken, mooie verpakkingen en eierdozen waarop blije kippen te zien zijn. Dat beeld strookt niet altijd met de werkelijkheid. Dat wilde ik laten zien.”In een Chinese kippenhouderij worden kuikens gesorteerd op geslacht. De haantjes leggen geen eieren en worden vernietigd.In de expositie, het boek en de serie wordt het verhaal feitelijk verteld, terwijl de beelden soms best heftig zijn. Is dat bewust? “Ja, dat is bewust. Ik wilde op een neutrale manier verslag doen en mijn mening niet laten doorklinken. In het voedseldomein zijn al veel hokjes, neem de veganisten, vegetariërs en vleeseters. Tijdens dit project dacht ik: laat ik er meer dan ooit op letten dat ik niet met een opgeheven vinger sta. Achteraf ben ik blij dat ik die keuze heb gemaakt. Het is ook niet dat ik op zoek was naar misstanden in de voedselindustrie. Ik was gewoon benieuwd. Na het zien van Food for Thought moeten mensen hun eigen conclusies maar trekken. Ik ga niet vertellen wat ze moeten doen. Wel hoop ik dat het stof geeft tot nadenken.” Je bent onder andere in Amerika, China, Kenia en de Verenigde Arabische Emiraten geweest. Wat is je het meest bijgebleven van de reis? “Van huis uit ben ik fotograaf, maar de afgelopen jaren ben ik meer en meer gaan filmen. Van dit project had ik uiteindelijk zo veel materiaal dat er een serie uit voortkwam. Dat was niet het oorspronkelijke plan. Ik reisde samen met alleen mijn co-regisseur, dus een minimale crew. Dat heeft ook voordelen. Met zijn tweetjes is het makkelijker om bij bedrijven binnen te komen en met zo’n kleine camera vergeten mensen wel eens dat ze worden gefilmd. Daardoor spraken ze vrijuit. Het hele proces was bijzonder. Ik heb me zeker over dingen verbaasd. Neem de grootte van de bedrijven: Amerikaanse ranches met 200.000 vleeskoeien zijn geen uitzondering. De enige manier om meer geld te verdienen, is opschalen. Er zit nogal een kloof in de prijs van producten en wat ze eigenlijk zouden moeten kosten. De gesneden stukken mango uit Kenia zijn daar goed een voorbeeld van. Dat is alleen mogelijk omdat het loon daar ontzettend laag ligt. Zouden we in Nederland mango’s laten snijden, dan kost een doosje waarschijnlijk 15 euro. Dat is veel te duur. Niemand zou het kopen.”Een koeienranche in Amerika.Er verschijnen veel rapporten over klimaatverandering en studies waaruit blijkt dat dieren in de bio-industrie wel degelijk stress ervaren en lijden. Toch lijkt de boodschap niet echt over te komen. Zijn deze verhalen beter over te brengen met fotografie en film? “Als beeldenmaker zeg ik volmondig, ja. Ik werk regelmatig samen met wetenschappers. Zij geven aan dat gedegen, wetenschappelijk onderbouwde rapporten lang niet altijd effectief zijn. Ze worden namelijk amper gelezen. Beeld daarentegen zegt veel. Het kan ontroeren, de aandacht trekken en aanzetten tot nadenken. Ik kreeg eens de kritiek dat ik een slachthuis te mooi in beeld had gebracht. Het was toch gruwelijk wat daar gebeurde? Ik vind die contradictie juist krachtig. Een soort schoonheid in al zijn gruwelijkheid. Daarbij denk ik ook: hoe mooier de foto, hoe groter de kans dat mensen ernaar kijken.” Ben je zelf met andere ogen naar voedsel gaan kijken? “Zeker. Al is het er niet smakelijker op geworden. Het goede nieuws is dat we de wereld theoretisch gezien kunnen voeden, ook als we straks met tien miljard mensen zijn. De efficiëntie waarop en de technologie waarmee voedsel wordt geproduceerd zijn bewonderenswaardig. In de praktijk is het een lastiger verhaal. Het klimaat kan het simpelweg niet aan. Misschien moeten we wel terug naar het oude normaal. Ik ben grootgebracht met groente en fruit uit het seizoen. Vlees eten deden we niet dagelijks, omdat het simpelweg te duur was. Tegenwoordig zijn we eraan gewend geraakt dat alles het hele jaar door beschikbaar is. Op het moment dat een schap in de supermarkt leeg is, zijn we al geïrriteerd. Ik vraag me af of we al die producten altijd maar nodig hebben. Moeten we bijvoorbeeld echt zo nodig mango eten met kerst? Ik denk het niet.” De expositie Food for Thought is tot en met 5 januari 2025 te zien in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. De documentaireserie is te bekijken via NPO Start en het fotoboek is hier verkrijgbaar. Volg Change Inc. ook via WhatsApp. Meer Changemakers: Changemaker Eva Ronhaar (HEMA): 'We veranderen van een bedrijf dat duurzame dingen doet, naar een duurzaam bedrijf'Changemaker Fleur Bakker (Refugee Company): ‘In migratie zie ik geen probleem. Eerder potentie’Changemaker Wim de Laat (The Protein Brewery) brouwt plantaardige eiwitten: ‘Dit is de toekomst’De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.