Hoe bedrijven ondanks dreigende onteigening warmtenetten kunnen aanleggen

Kunnen commerciële bedrijven warmtenetten blijven aanleggen nu die verplicht in overheidshanden komen? Nee, zeggen grote spelers als Vattenfall. Ja, zegt de meerderheid van de bedrijven die aangesloten zijn bij de Stichting Warmtenetwerk. Ook gespecialiseerde advocaten zien genoeg mazen in de bekritiseerde warmtewet van minister Jetten.

Warmte congrestival 3
Gespecialiseerd advocaat Eelkje van de Kuilen van AKD. | Credit: Stichting Warmtenet – Koen Mol

Sinds juli staat de Nederlandse warmtebranche op zijn achterste benen. Toen schreef minister Rob Jetten van Klimaat en Energie aan de kamer dat alle warmtenetten in Nederland op termijn in publiek eigendom moeten komen. Lees gemeenten of andere overheden. Zij krijgen de regie en bepalen wie en waar een warmtenet mag aanleggen. Volgens de minister zijn de betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid van warmtenetten op die manier het best geborgd en ontstaat er meer draagvlak en vertrouwen bij burgers voor de noodzakelijke warmtetransitie. In oktober bevestigde de minister dat nog eens met een nieuwe brief over de aanstaande Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw), die 1 juli 2024 in moet gaan. “Hoe je het ook noemt, het blijft uiteindelijk een vorm van onteigening”, verwoordde advocaat Maarten de Wit van AKD tijdens het jaarlijkse congres van Stichting Warmtenet de angst onder de bedrijven.

Stoppen met warmtenetten

Voor een bedrijf als Vattenfall was de laatste brief reden om per direct te stoppen met alle investeringen in warmtenetten. Het bedrijf heeft acht warmtenetten in Nederland, maar zal die niet meer uitbreiden en zal geen nieuwe meer aanleggen, liet het weten. Volgens Vattenfall verliezen private warmtebedrijven zeggenschap over bestaande en nieuw te ontwikkelen warmtenetten, terwijl zij daar wel financieel en operationeel verantwoordelijk voor blijven. Dat zorgt voor een onwerkbare situatie. Ook andere bedrijven denken dat dit de warmtetransitie alleen maar vertraagt. Toch vond de meerderheid van de deelnemers aan het warmtecongres die reactie van Vattenfall onterecht en te kort door de bocht.

Om Nederland van het gas te halen moeten voor 2030 ruim 500.000 woningen op collectieve warmtenetten aangesloten worden en voor 2050 nog eens 2,6 miljoen. De vraag is hoe je dat gaat halen als commerciële partijen hier niet meer in willen investeren.

Vooral warmte uit afval en biomassa

Nederland telt inmiddels zo’n 400 warmtenetten, die Stichting Warmtenet in een overzicht bijhoudt. Volgens de laatste Monitor Verduurzaming Gebouwde Omgeving van RVO zijn er al 430.000 woningen op aangesloten. De warmte die de netten leveren is op dit moment slechts voor 38,5 procent duurzaam, heeft het Expertise Centrum Warmte berekend. Die duurzame warmte wordt voornamelijk geproduceerd in afvalverbrandingsovens en in biomassacentrales. Zo heeft afval- en energiebedrijf HVC diverse warmtenetten, onder meer in Alkmaar en Dordrecht, waar het net gevoed wordt door de afvalovens. HVC is in handen van 48 gemeenten en 8 waterschappen, die aandeelhouder zijn. Daarom zijn deze warmtenetten ook volgens de definitie van Jetten in publieke handen.

Wat is publiek eigendom

Volgens Eelkje van de Kuilen en Maarten de Wit van AKD is dan ook een belangrijke vraag wat precies bedoeld wordt met publiek eigendom. Een warmtenet kan eigendom zijn van een gemeente, provincie, waterschap, maar ook van gemeentelijke regelingen of indirect via aandelen zoals HVC. Volgens de twee advocaten zijn diverse vormen van samenwerking mogelijk. Zo zijn er warmtebedrijven mogelijk waarbij de overheid de helft van de aandelen plus één in handen heeft. Ook zijn er joint ventures mogelijk waar commerciële warmtebedrijven en overheden samen in deelnemen. “Daar zijn al botsproeven mee gedaan, maar dat wordt een uitermate complexe exercitie”, zegt De Wit. In theorie zouden publieke netwerkbedrijven in zo’n joint venture kunnen stappen, maar ook dat is volgens de advocaten een hele puzzel.

Toch zeggenschap houden

Volgens Van de Kuilen zou de sector ondanks de brief van Jetten moeten kijken hoe het wel kan. Ook als het economisch eigendom van warmtenetten in handen is van de overheid, kunnen private warmtebedrijven invloed blijven uitoefenen. “Je kunt denken als je de brief leest: ik stop ermee. Dit is kansloos. We zijn er klaar mee. Maar je kunt ook in de brief lezen hoe het wel kan. Je wilt iets te zeggen hebben over de infrastructuur. Als je bijvoorbeeld met elkaar afspreekt dat je bepaalde besluiten alleen met tweederde meerderheid neemt, dan is jou instemming als marktpartij nodig om dingen voor elkaar te krijgen. Dat is ook zeggenschap”, zegt ze.

Het warmtecongres werd door 245 bedrijven en medewerkers van overheden en woningbouwcorporaties bezocht.
Het warmtecongres werd door 245 bedrijven en medewerkers van overheden en woningbouwcorporaties bezocht. | Credit: André Oerlemans

Aandelen en stemrecht

Een andere mogelijkheid is volgens haar zeggenschap bedingen bij het benoemen van bestuurders en commissarissen. Ook kunnen private partijen in samenwerkingsverbanden aandelen bijzonder maken, waarbij sommige aandelen ander stemrecht in de gezamenlijke BV opleveren. De marktpartij zou dan bijvoorbeeld meer zeggenschap krijgen over de opbrengsten. De publieke partij kan bijvoorbeeld de verkoop van het warmtenet blokkeren. “Er zijn allerlei smaken om de bevoegdheden te verdelen. Zo kun je een gebalanceerde samenwerking krijgen”, adviseert Van de Kuilen. “De vraag is waar de macht ligt. Zorg ervoor dat marktpartijen op de punten die voor marktpartijen essentieel zijn ook echt iets te zeggen hebben of echt iets te blokkeren hebben.”

Uitzonderingen mogelijk

Volgens Michelle de Rijke van Van der Feltz advocaten worden niet alle warmtenetten meteen onteigend. “De brief van de minister heeft veel commotie gegeven en de huidige bestaande warmtebedrijven maken zich zorgen, maar er zijn uitzonderingen mogelijk”, zegt ze. Zo is er in de nieuwe wet een ingroeiperiode van zeven jaar opgenomen. Van 2024 tot 2031 kunnen gemeenten private warmtebedrijven aanwijzen zonder dat hun netten in publieke handen zijn. Dat kan alleen als er geen alternatief is. Ook geldt er overgangsrecht voor bestaande bedrijven en netten die nu al warmte leveren en die niet in publieke handen zijn. Die kunnen hun netten blijven exploiteren tot het einde van hun aanwijzing of concessie om zo hun investering terug te verdienen. Die termijn zal maximaal 30 jaar duren. Zo wordt onteigening juist voorkomen. Dit overgangsrecht geldt ook voor de bedrijven die tijdens de ingroeiperiode warmtenetten aanleggen.

Kleintjes krijgen ontheffing

Ook kleinere partijen vallen buiten de wet. Bedrijven die warmte aan minder dan tien gebruikers leveren, appartementencomplexen of buurtbewoners met een klein collectief warmtesysteem of VVE’s krijgen een ontheffing. “Zo’n klein systeem is onder voorwaarden toegestaan, maar mag in elk geval geen inbreuk maken op de optimale exploitatie van een warmtebedrijf”, zegt De Rijke. Zij ziet daarom nog allerlei kansen voor warmtebedrijven om te investeren in warmtenetten. “Er zitten tal van aspecten in de Wcw die hiervoor mogelijkheden bieden”, zegt ze.

Lees hier meer over warmtenetten:

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Change Inc.

schrijf je in voor de nieuwsbrief

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan!

Schrijf je nu in

Nieuws & Verhalen

Changemakers

Bedrijven

Events


Producten & Diensten

Magazines


Lidmaatschap

Inloggen

Nieuwsbrief & Memberships


Over Change Inc.

Over ons

Waarom Change Inc.

Team

Partnerships & Adverteren

Werken bij Change Inc.

Pers & media

Onze partners

Contact

Start

Artikelen

Changemakers

Bedrijven

Menu