André Oerlemans
24 mei 2024, 10:24

Kan dit manifest de stilliggende aanleg van warmtenetten vlot trekken?

In 2030 moeten 500.000 woningen in Nederland zijn aangesloten op een warmtenet, maar voorlopig ligt de aanleg daarvan stil. Reden: bedrijven als Vattenfall en Eneco zien er geen brood meer in omdat ze die netten in eigendom aan gemeenten moeten overdragen. Met een warmtemanifest van tien punten probeert de branche de impasse te doorbreken.

Warmtemanifest ondertekend Tijdens het warmtecongres overhandigde de branche haar manifest aan Caroline Kollau van EZK. | Credits: Stichting Warmtenetwerk

Tijdens het Warmtenetwerk Jaarcongres in Nieuwegein overhandigden Stichting Warmtenetwerk, Netbeheer Nederland en de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) een manifest met tien voorstellen aan Caroline Kollau, directeur energiemarkt en plaatsvervangend directeur-generaal klimaat en energie bij het ministerie van EZK. Die voorstellen moeten de vastgelopen markt weer vlot trekken. Ze variëren van betere betaalbaarheid voor klanten en investeerders, betere verdeling van kosten en betere planning tot meer subsidie. Eigenlijk zou demissionair minister Rob Jetten van Energie en Klimaat het manifest in ontvangst nemen, maar hij was er niet. In de ogen van de commerciële bedrijven die warmtenetten aanleggen is hij de grote boosdoener.

Versnelling nodig

Dat zit zo. Jetten wil de aanleg van warmtenetten in Nederland versnellen met de nieuwe Wet collectieve warmtevoorziening (WCW). In 2050 moeten alle Nederlandse woningen van het aardgas af zijn en warmtenetten spelen daarin een belangrijke rol. Zo’n collectief warmtenet – ook wel stadsverwarming genoemd – bestaat uit kilometers lange buizen en leidingen waardoor warm water stroomt. Dat verwarmt aangesloten huizen en bedrijven via een warmtewisselaar in de meterkast. Het water in het leidingnet wordt verwarmd met restwarmte van bedrijven, afvalverbrandingsovens, geothermie of andere bronnen. In 2030 moeten al een half miljoen bestaande woningen op een warmtenet aangesloten zijn, en in 2050 al 2,6 miljoen. Volgens een recente studie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zouden die aantallen nog veel hoger kunnen uitvallen tot wel 3,7 miljoen woningen, als het potentieel maximaal benut wordt. Anders zou het aantal op 1,4 miljoen blijven steken.

Goedkoper

In dichtbevolkte stadswijken zijn warmtenetten 30 procent goedkoper dan individuele warmtepompen en belasten ze het overvolle stroomnet niet, zo bleek onlangs uit onderzoek van bureau Berenschot, in opdracht van de NVDE, netbeheerder Stedin, Bouwend Nederland en Energie Beheer Nederland (EBN). Daarom zou er volgens die partijen meer subsidie voor op tafel moeten komen, zodat de tarieven voor burgers goedkoper worden en de aanleg voor bedrijven aantrekkelijker. Nu stelt de overheid
via de Warmtenet Investeringssubsidie al 1 miljard euro uit het Klimaatfonds beschikbaar om de onrendabele top bij de aanleg te dekken. Daarnaast is er een waarborgfonds van 200 miljoen voor warmtenetten. Volgens de NVDE moeten subsidies er ook voor zorgen dat de tarieven voor de bewoners lager worden. Anders laten ze zich niet aansluiten op het net en nemen ze een warmtepomp.

90 procent ligt stil

Juist daarom wil Jetten de warmtenetten verplicht in handen van de gemeenten geven. Zij kunnen consumenten beschermen tegen grote prijsverschillen of tariefstijgingen van commerciële aanbieders. Dat heeft tot nu toe averechts uitgepakt. Commerciële warmtebedrijven spreken van onteigening en weigeren nog te investeren in warmtemetten. Als ze geen eigenaar mogen zijn worden de bedrijfseconomische risico’s te groot. Vattenfall
kondigde na het voorstel van Jetten aan geen nieuwe warmtenetten meer te gaan ontwikkelen. Onlangs trok de energieleverancier zich dan ook terug uit de onderhandelingen over het warmtenet in Amsterdam. Eneco trok onlangs de stekker uit een warmtenet in Utrecht. Uit een rondgang van Nieuwsuur
blijkt dat momenteel 90 procent van de aanleg van warmtenetten in Nederland stil ligt.

De aanleg van warmtenetten ligt in Nederland zo goed als stil. | Credit: Adobe Stock

Wet aanpassen

Het wetsvoorstel van Jetten moet nog goedgekeurd worden door de Tweede Kamer. Voordat die er over stemt, moest de Raad van State er eerst een advies over geven. Dat advies
kwam pas in april dit jaar en is vrij kritisch op het meest heikele onderdeel: het verplichte publieke meerderheidsbelang, oftewel het eigendom van gemeenten. Het adviesorgaan van de regering betwijfelt of het effectief is en of het wel leidt tot lagere tarieven. Ook zou het wel eens in strijd kunnen zijn met EU-wetten. De Raad van State adviseert dan ook om de wet niet in te dienen bij de Tweede Kamer, voordat die is aangepast.

Tien verbeterpunten

Dat is een flinke steun in de rug van de commerciële partijen, maar in het manifest ‘Maak warmtenetten weer HOT!’ wordt er met geen woord over gerept. Dat gaat meer over de randvoorwaarden die nodig zijn om de aanleg weer aan de gang te krijgen. Dat kan als gemeenten ervoor kiezen om woningen duurzaam te verwarmen tegen de laagste kosten. Via een collectief warmtenet dus. Om het tarief laag te houden, is extra subsidie nodig. Ook moeten bewoners snel duidelijkheid krijgen, anders kiezen ze voor individuele oplossingen zoals een warmtepomp. Omdat ze het stroomnet minder belasten zouden woningen die aangesloten zijn op een warmtenet een lager vastrecht voor elektriciteit moeten betalen. Voor een goede planning moeten overheden, netbeheerders, woningbouwcorporaties en commerciële partijen meer samenwerken en gebruik maken van elkaars kennis. Aangesloten woningen moeten een beter energielabel krijgen. Uiteindelijk zou het rijk bij de warmtenetten dezelfde aanpak moeten volgen als bij de bouw van windparken op zee. Dus met garandeerde vergunningen, startsubsidies, elektriciteitsinfra en kavels om de risico’s te beperken.

Snel duidelijkheid

Volgens Ernst Japikse, voorzitter van de Stichting Warmtenetwerk kunnen collectieve warmtesystemen helpen om files op het elektriciteitsnet te voorkomen. “Daarom is het onder andere wél belangrijk dat zo snel mogelijk duidelijk wordt voor bewoners in welke wijken er de komende tien jaar warmtenetten zullen komen. Dit voorkomt dat ze onnodig op individuele warmteoplossingen overgaan, waardoor de uitrol van een warmtenet in de desbetreffende wijk minder kansrijk wordt. Daarvoor moet je ook zorgen voor een eerlijkere verdeling van kosten voor gebruikers over de diverse energienetten”, zegt hij.

Lees ook:

Deze start-up kan plastic uit elektronica en auto’s wél recyclen

De technologie is met succes getest in het laboratorium en wordt nu stapje voor stapje opgeschaald. Eerst naar een pilotfabriek, die in 2025 klaar moet zijn. Die fabriek is daarna in 2027 op te schalen naar een demofabriek. Die gaat 4000 ton plastic per jaar oplossen tot recyclaat. Uiteindelijk moet er een full scale fabriek komen die 10.000 tot 12.000 ton plastic per jaar kan recyclen. “Wij ontwikkelen de technologie, brengen die op de markt en willen dit recyclaat gaan produceren. Zelfstandig of met partners”, zegt oprichter en CEO Norbert Fraunholcz van Resolved Technologies Meeste plastic mechanisch gerecycled Om volledig circulair te worden in 2050 wil Nederland als tussenstap dat plasticproducenten in 2030 minstens 25 tot 30 procent gerecycled plastic in hun producten verwerken. “Daarvoor is een flinke opschaling nodig”, stelt Fraunholcz. De meeste bekende methoden om plastic te recyclen zijn mechanische en chemische recycling. Bij mechanische recycling wordt het plastic afval gewassen, vermalen en gesmolten, waarna er plastic korrels (granulaat) overblijven. Daarbij blijven de bouwstenen (polymeren) intact. Het meeste plastic wordt op deze manier gerecycled. Bij chemische recycling wordt het plastic via chemische reacties – bijvoorbeeld verhitting - afgebroken tot de oorspronkelijke bouwstenen (monomeren), zoals bij pyrolyse. Na zuivering kan van het monomeer weer nieuw plastic gemaakt worden. Van de gerecyclede korrel uit de mechanische recycling kunnen rechtstreeks nieuwe producten gemaakt worden. Slechts 3 procent recyclaat Er zijn echter een paar problemen. Met de huidige inzameling van plastic en de gebruikte recyclingtechnieken wordt het doel voor 2030 nooit gehaald. Chemische recycling staat nog in de kinderschoenen, is duur en verbruikt veel energie. Bovendien kan het recyclaat vaak niet concurreren met goedkoop nieuw plastic uit China en de VS. Daarnaast - niet onbelangrijk - is het plastic recyclaat uit mechanische recycling vaak niet schoon genoeg voor hoogwaardige toepassing in elektrische apparaten of auto’s. Vervuiling aan de binnenkant, lijmresten, verf, metaalcoating of andere toegevoegde stoffen kunnen bij mechanische recycling niet of slechts deels verwijderd worden. Van de groeiende berg elektronisch afval of e-waste in de wereld wordt slechts 17 procent ingezameld en gerecycled. Voor het plastic zijn de cijfers nog slechter. Hoewel de EU de meest geavanceerde afvalinzamelings- en recyclinginfrastructuur voor elektronisch afval en autoschroot ter wereld heeft, wordt het merendeel van de plastics uit dit afval verbrand, gestort of voor laagwaardige toepassingen gebruikt. In nieuwe elektronica en auto’s wordt slechts 3 procent gerecycled plastic gebruikt.100 procent zuiveren Om dit percentage omhoog te krijgen is volgens Fraunholcz een derde techniek nodig: het plastic volledig laten oplossen in een organische vloeistof, waarna de oplossing wordt gezuiverd van alle verontreiniging. Die techniek komt volgens hem naast en niet in plaats van de bestaande twee methoden. “Wij zitten tussen de huidige twee technieken in”, zegt hij. “Bij ons blijven de polymeren ook intact, maar na het oplossen zuiveren we de polymeren op moleculair niveau. Daardoor bereiken wij een veel hogere zuiverheid van het gerecycled plastic dan bij mechanisch recyclen. Daarnaast biedt het nieuwe scheidingsmogelijkheden. Bijvoorbeeld verf of metallische coating bij chipszakken, waterkranen, douchekoppen en gelakte onderdelen van auto’s of elektronica zitten zo vast dat je dat met mechanische recycling niet kunt verwijderen. Dat krijg je nooit schoon. Wij kunnen dat wel 100 procent verwijderen. Wij kunnen daardoor een hoogwaardig granulaat produceren dat je bijvoorbeeld weer kunt gebruiken in auto’s, elektronica en andere toepassingen.” Bestaande technieken beperkt Fraunholcz - van beroep grondstoffentechnoloog - werkt sinds zijn afstuderen in de recycling van plastic. “Dat zit in mijn dna”, zegt hij. Uit een marktanalyse trok hij rond 2018 de conclusie dat recycling een steeds belangrijkere rol zou gaan spelen door de gestelde doelen voor een circulaire economie in 2050. Hij zag ook de beperkingen van mechanische recycling in het verkrijgen van hoogzuiver recyclaat. “Mechanische recycling is superbelangrijk, maar we komen er niet mee tot volledige circulariteit”, zegt hij. “Ook chemische recycling heeft zijn beperkingen vanwege de kostprijs, het hoge energieverbruik en de lagere opbrengst. Slechts een deel van de afgebroken kunststof kan weer als grondstof gebruikt worden.” Mix van technieken Hij denkt dat er de komende jaren een mix van de drie recyclingtechnieken gebruikt zal worden. “Alle drie zullen nodig zijn, maar wij denken dat oplossen een belangrijke rol zal gaan spelen”, aldus Fraunholcz. Eind 2020 richtte hij daarom Resolved Technologies op, dat is gevestigd op Brightlands Campus op chemiecomplex Chemelot in Limburg. De start-up nam een bestaande oplossingstechnologie over en ontwikkelde die verder. Inmiddels zijn meerdere bedrijven, instituten en landen hier mee bezig. “In 2018 was het nog een handvol, maar inmiddels zijn het er behoorlijk wat”, zegt Fraunholcz. Voor de pilotfabriek in aanbouw kreeg de start-up een zogeheten JTF-subsidie. Voor de demofabriek is nog eens 10 tot 15 miljoen euro nodig. Daarvoor gaat het bedrijf later dit jaar investeerders benaderen. Bekijk hier hoe de methode van Resolved Technologies werkt:Closed-loop recycling Een belangrijk aspect van de methode van Resolved Technologies is dat het recycling in een zogeheten closed-loop mogelijk maakt. Dat betekent dat het plastic uit bijvoorbeeld auto’s en elektronica na recycling weer in dezelfde producten wordt toegepast. Het meeste plasticafval wordt nu na recycling voor andere toepassingen gebruikt, vaak laagwaardiger. Dat heet open-loop recycling. Green Chemistry Accelerator Resolved Technologies was dit jaar een van de vijf deelnemers aan het Green Chemistry Accelerator programma (GCA) van Groene Chemie Nieuwe Economie (GCNE). Dat platform streeft naar een circulaire chemie met innovatieve technologieën, zonder fossiele brandstoffen en zonder CO2-uitstoot in 2050. De start-up draagt bij aan die groene chemie door het vergroten van de circulariteit van plastic en doordat het oplossingsproces minder energie verbruikt en daardoor minder CO2 uitstoot dan plasticproductie via aardolie. “Het mes snijdt dus aan twee kanten”, zegt Fraunholcz.Het recyclaat, dat na het oplossen en zuiveren van plastic afval overblijft.Waardevol Het GCA-programma is samen met Invest-NL en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) opgezet om start-ups te helpen op te schalen tot een volwaardig bedrijf. Zodat ze proeffabrieken kunnen bouwen, de markt op kunnen en uiteindelijk duizenden tonnen grondstoffen voor gerecycled of biobased plastic kunnen produceren. Tijdens de masterclasses en in gesprekken met experts kreeg Resolved Technologies de bevestiging dat het met zijn aanpak en businessmodel op de goede weg is. Daarnaast kon Fraunholcz zijn kennis aanvullen en een netwerk opbouwen. “Heel waardevol was ook om te leren waar andere start-ups tegen aan lopen en hoe ze dat aanpakken. Dat inspireert”, zegt hij. Lees ook:Nederland als kampioen chemische recycling: wat is daar voor nodig?Groene chemie schiet uit de startblokken, maar heeft lange weg te gaanChemie vervangt straks Shell, Exxon en BP door boeren en bosbouwersGaat dit nieuwe, stevige én afbreekbare plastic voor een revolutie zorgen?Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Groene Chemie Nieuwe Economie. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.