Erika van Zinderen Bakker 13 september 2023, 13:11

Klimaatambities stellen én ze waarmaken: lessen van een chipsfabriek, dierentuin en ziekenhuis

Energiebedrijf Eneco organiseerde tijdens duurzaamheidscongres Recharge Earth op 7 september een rondetafelsessie met de titel ‘Klimaatambities stellen is één, maar hoe maak je ze daadwerkelijk waar?’ Onder leiding van Diana Matroos gingen de deelnemers in gesprek over de praktische uitvoering van klimaatdoelstellingen.

Original 51 E45226 D292 4 CBF 9934 B856 CAD88 C79 Dick Velings, managing director B2B bij Eneco, reflecteert op de presentaties van PepsiCo, Diergaarde Blijdorp en Radboudumc. | Credits: Recharge Earth

Drie organisaties kwamen vertellen over de verduurzamingsslag uit hun eigen praktijk: Geert Jan Euverman, inkoopmanager Energie Europa bij PepsiCo, Tania Oudegeest, sustainability officer bij Diergaarde Blijdorp en Aat Builtjes, strategisch energieadviseur Radboudumc. Zij vertelden over hun ervaringen met respectievelijk een warmtebatterij, warmte-koudeopslag en de ambitie om in 2030 zelfvoorzienend en energieneutraal te zijn.

Warmtebatterij in een chipsfabriek

In Broek op Langedijk in Noord-Holland staat een chipsfabriek. Hier maakt PepsiCo zoutjes zoals Lay’s en Cheetos. De fabriek verbruikt veel energie. Geert Jan Euverman, verantwoordelijk voor de inkoop van energie, wilde onderzoeken hoe het bedrijf aan de grote warmtevraag kan voldoen, zonder aardgas, maar ook zonder kostenverhoging. “Eneco kwam met een mooi idee. Een methode waarmee je goedkoper elektriciteit binnen kan krijgen en warmte kunt produceren met elektriciteit tegen vergelijkbare kosten als met aardgas.” Wat is het principe? Een warmte-opslag slaat groene energie uit zon en wind op in warmtebatterijen om later de warmte te kunnen gebruiken.

Om dit voor elkaar te krijgen, moest Euverman een lange adem hebben. In eerste instantie paste het voorstel bij zijn eigen werkgever niet tussen de al gemaakte plannen en ook de gemeente verleende niet direct een vergunning (het vergunningstraject is op dit moment nog niet afgerond). Uiteindelijk lukt het toch alle partijen aan boord te krijgen. Euverman: “Je moet zo’n project niet benaderen als een traditionele businesscase. Je moet ook kijken naar je doelstellingen op lange termijn. Waaróm doe je dit en wat is de potentie erachter? Uiteindelijk is niemand tegen verduurzaming, dus na veel praten met de juiste mensen, kreeg ik akkoord om te investeren in een businesscase die vooralsnog onzeker is. We zijn gestart met een klein team. Iedereen die we ons verhaal vertellen, is enthousiast.”

Warmte-koudeopslag voor Oceanium Blijdorp

In Diergaarde Blijdorp had duurzaamheidsmanager Tania Oudegeest een meevaller. In 2020, midden in coronatijd, kreeg zij van de directie toestemming om aan de slag te gaan met een warmte-koudeopslag (WKO) voor Blijdorps Oceanium. “Dat was net op tijd”, vertelt Oudegeest. “Doordat we in 2020 konden beginnen, was alles net voor de energiecrisis klaar.”

De WKO heeft twee bronnen: één met warmte die in de winter kan worden gebruikt, en één met koude die in de zomer wordt ingezet. De WKO voorziet het hele Oceanium van warmte en koude, waardoor er daar geen gas meer nodig is.

Blijdorp heeft een deal gesloten met Eneco. Het energiebedrijf heeft geïnvesteerd in de WKO. De dierentuin heeft een exploitatieafspraak voor een langjarige periode. Een lease-constructie dus. Op deze manier zit er voor beide partijen een positieve businesscase in.

Eigen regie op energie

Het Radboudumc wil het groenste UMC van Nederland zijn. Energie is superbelangrijk in een ziekenhuis. Uitval van energie is voor een ziekenhuis geen optie. “Om die reden is alles daarom dubbel uitgevoerd”, legt Aat Builtjes uit. “Het belangrijkst in een ziekenhuis is dat mensen beter worden, maar energie is een basisbehoefte die het artsen mogelijk maakt hun werk te kunnen doen.”

De ambitie van het Radboudumc is om in 2030 CO2-neutraal te zijn. Builtjes: “We hopen dat met groen gas te kunnen realiseren. Maar eerst moeten we ons gasverbruik zo ver mogelijk naar beneden krijgen. Ons uitgangspunt is een nulmeting uit 1996. We zitten nu op 55 procent besparing ten opzichte van dat jaartal.” Een van de moeilijkste onderdelen in de verduurzaming is stoom. Dat komt door de hoge temperatuur daarvan: 160 °C. Met hulp van Eneco kan het ziekenhuis overstappen op een e-boiler die rendabel is. “Dat is een mooie stap, want wij willen als ziekenhuis zelf de regie hebben.”

‘Gewoon gaan’

De sessie werd afgesloten met een korte reflectie van Dick Velings, managing director B2B bij Eneco. “Er is de afgelopen jaren veel veranderd op het gebied van energie. Deze bedrijven hebben daar al vroeg op ingespeeld. De waarde van energiemanagement is niet alleen de asset die je neerzet, maar ook het inspelen op volatiliteit. Zelfs als je businesscase nog niet helemaal overtuigend is, moet het duurzaamheidsargument de doorslag geven. Op lange termijn moeten we dit gewoon doen.”

Bedrijven moeten volgens Velings nu echt haast gaan maken. “Het kan niet snel genoeg gaan. Je moet nu plannen maken, want straks heb je onderdelen, leveranciers en aannemers nodig. Als je nu niets doet, dan sta je straks in de rij. En dat wordt een lange rij, want er komt enorm veel elektrificatiebehoefte aan. We moeten gewoon gaan, want het gaat zich uitbetalen in de toekomst.”

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar ons partnermodel? Klik hier.

Lees ook:

Ontwikkelaars tonen geen interesse in Britse offshore windparken, ‘overheid moet stoppen met duimschroeven aandraaien’

De Britten, koploper op het gebied van windenergie op zee en eigenaar van ’s werelds grootste offshore windparken, hadden een aanbesteding uitgezet zodat geïnteresseerde partijen een bod konden doen op het ontwikkelen van nieuwe projecten. Die nieuwe projecten moesten bijdragen aan de doelstelling om in 2030 50 gigawatt aan windenergie op zee te hebben gerealiseerd (ten opzichte van de huidige 14 megawatt). Maar de Britse overheid kreeg nul op het rekest; hoewel er wel partijen geïnteresseerd waren in het ontwikkelen van zonneparken, getijdenenergie en windenergie op land, bleef een bod op offshore windenergie uit. Hogere kosten Het feit dat de kosten van windparken op zee zijn gestegen, wijt de Britse overheid aan de stijgende inflatie, meldt de BBC. NWEA-voorzitter Jan Vos, die tijdens het kabinet-Rutte II namens de Partij van de Arbeid in de Tweede Kamer zat en verantwoordelijk was voor de portfolio’s klimaat en energie, beaamt de negatieve invloed van inflatie op windenergie. “Tussen 2012 en 2020 hebben er veel kostendalingen plaatsgevonden in de offshore windenergie”, legt hij uit. “De technologie is in die periode flink uitgerold waardoor de kosten per eenheid energie daalden. De opbrengst per windmolen steeg van een paar megawatt naar zo’n vijftien megawatt, waardoor het een stuk goedkoper werd om energie op te wekken. Maar recent is de keten verstoord, onder andere door de uitbraak van COVID-19. Prijzen zijn gestegen, waardoor ook de kosten van offshore windenergie omhoog zijn gegaan.” Overheden willen geld verdienen Vos, die aangeeft dat de aarzeling bij het ontwikkelen van offshore windenergie ook in andere landen plaatsvindt, ziet naast de inflatie een probleem in de houding van overheden. “Omdat het een lange tijd goed is gegaan met offshore windenergie, hebben veel overheden het idee gekregen dat ze meer geld kunnen vragen voor projecten. Ik waarschuw er al een tijd voor dat ze moeten stoppen met het aandraaien van de duimschroeven. Je ziet namelijk hoe het mis kan gaan. Laatst heeft Vattenfall zich bijvoorbeeld teruggetrokken uit een project voor de Britse kust omdat de voorwaarden verslechterd waren en de overheid daar niets aan wilde doen. Dit soort dingen gebeurt ook in bijvoorbeeld de Verenigde Staten, Litouwen en Taiwan.” En het dreigt ook in Nederland te gebeuren, meent hij. Binnenkort vindt namelijk eenzelfde soort aanbesteding plaats op Hollandse bodem. Daar mogen ontwikkelaars bieden op drie windparklocaties op de Noordzee, samen ‘IJmuiden Ver’ genoemd. De kosten kunnen naar verluidt oplopen tot wel 33 miljard euro, en het is nog maar de vraag hoe partijen daarop zullen gaan reageren. Prioriteit voor elk kabinet Wat vaststaat is dat offshore windenergie door experts als een cruciaal onderdeel wordt gezien van de energietransitie, niet alleen in Groot-Brittannië maar over de hele wereld. Het is daarom volgens Vos niet verstandig als overheden een te grote druk op ontwikkelaars uitoefenen. “Het onderwerp (windenergie op zee, red.) staat voor elk land hoog op de agenda, al helemaal sinds de oorlog in Oekraïne en de wens om onafhankelijk te worden van Russisch gas. Het is een politieke topprioriteit voor elk kabinet. Maar die kabinetten moeten dan wel beseffen dat windenergie niet gratis is en dat ze er niet hun koffers mee kunnen vullen. We moeten offshore windenergie ontwikkelen omdat we het klimaatprobleem moeten oplossen en omdat het geopolitiek verstandig is, niet om het onderste mee uit de kan te halen.” Lees ook: Brits energiebedrijf levert gratis groene energie op dagen met veel zon en windVrachtschip met stalen zeilen zorgt voor 30 procent minder uitstootGroene waterstof en schoon water door microgrid in Zuid-Afrika en Namibië