Hannah van der Korput
09 januari 2024, 14:30

Van afval naar biogas: 'Op één bananenschil kun je 20 minuten koken'

Bananenschillen, eierschalen of hele stukken pizza: nog altijd gooien we ontzettend veel voedsel weg. De vergisters van Circ Energy uit Houten zetten groente-, fruit- en etensresten om in biogas. De kleine energiecentrales zijn inmiddels te vinden in hotels, restaurants en vakantieparken.

Getty Images 1326929969 Dat de BioTransformer van Circ zo efficiënt is, komt onder andere door de lokale verwerking. | Credits: Getty Images

Oprichter Spencer Schols speelde al meerdere malen met het idee van een compacte biovergister. Dat begon toen hij als energieconsultant werkte voor all-inclusive hotels. Hij zag dat de overblijfselen van buffetten veelal in zee werden gedumpt. “Zonde, want dit afval kan een bron van energie zijn. Dat vertelde ik destijds ook aan een Turkse hoteleigenaar, die met een bootje het water op ging en etensresten overboord gooide.”

Dat advies werd ter harte genomen, bleek bij het volgende werkbezoek. “Er was een grote kuil gegraven met daarin het voedselafval. Eroverheen lag een zeil dat bol stond door de gasvorming. Levensgevaarlijk, als je het mij vraagt. De boel kan zo ontploffen. Met de zelf opgewekte energie verwarmde hij de zwembaden van het hotel. Ik dacht: verhip, het werkt.”

In zijn tijd bij een Utrechtse woningcorporatie kwam het idee van de biovergister weer naar boven. Schols was op zoek naar een goedkope en duurzame energiebron voor huishoudens met een kleine beurs. “Een flatgebouw van tien verdiepingen biedt te weinig dak voor zonnepanelen. En in windluwe gebieden hebben kleine windmolens niet veel zin. Ik moest weer denken aan de biovergister. Het wekt snel energie op en bovendien heeft iedereen huisvuil.”

Goede basis

Dergelijke vergisters bleken nergens verkrijgbaar. “Alles is te koop, maar dat niet.” Schols ging zelf aan de slag om zo’n machine te maken. Hij bestelde een boek genaamd ‘Wat is biovergisting?’ en bekeek tientallen video’s op YouTube. Met de opgedane kennis maakte hij het prototype. Dit bleek erg succesvol. “Het produceerde drie keer zoveel gas dan de literatuur voor mogelijk hield. Het resultaat was zo goed, we dachten dat de gasmeter kapot was. Maar een nieuwe meter gaf hetzelfde aan. We besloten een biochemicus in te huren, iemand die er echt verstand van heeft. Een maand lang werden proeven en metingen gedaan, maar weer was de conclusie dat de waardes klopten. Sindsdien hebben we de biovergister verbeterd, maar de basis is nog altijd hetzelfde.”

Lokaal verwerken

Dat de BioTransformer van Circ zo efficiënt is, komt onder andere door de lokale verwerking. Schols: “In Nederland gebeurt dit centraal. Afval wordt verzameld, opgehaald, getransporteerd en gaat veelal de verbrandingsoven in. Tussen de eerste en laatste stap zitten weken. Tegen die tijd is 70 procent van de energie al vervlogen. Door het direct en decentraal te verwerken, haal je veel meer energie uit reststromen. Om het concreet te maken: één bananenschil geeft genoeg biogas om 20 minuten op te koken. Lokale verwerking zorgt er ook voor dat het afval niet meer vervoerd hoeft te worden naar één plek.”

Slimme software

De biovergisters worden een handje geholpen door kunstmatige intelligentie. Alles wat in de vergisters verdwijnt, wordt geregistreerd door onder andere fotoherkenningssoftware. Daardoor krijgen gebruikers inzicht in de samenstelling van hun afval. “Als er standaard veel broccoli in de biovergister van een restaurant verdwijnt, dan is het een goed idee om de inkoop daarop aan te passen”, aldus Schols. De BioTransformers leren ook hoe ze bepaalde etensresten het beste kunnen verwerken. “De slimmigheid zit in de cloud. De machines op verschillende locaties leren van elkaar. Een vergister bij een hotel weet hoe hij overgebleven pizzapunten het beste kan verwerken als een Italiaan aan de andere kant van het land ook een biovergister heeft. Die informatie wordt over en weer gedeeld.”

Natuurlijk proces in een modern jasje

Schols omschrijft de vergisters als een natuurlijk proces in een modern jasje. Het is vergelijkbaar met een kliko waar het afval wordt ingegooid. Vervolgens gaat de machine aan het werk en vindt de vergisting plaats. De output is biogas. Hier kan op gekookt worden, maar het kan ook worden verbrand in de cv-ketel. Op die manier kan het groene gas worden ingezet om te verwarmen en te douchen. Circ werkt zeer nauw samen met Remeha, die een speciale ketel ontwikkelt die op 100 procent biogas kan draaien. Het is ook mogelijk om bij te mengen. De ketel werkt in eerste instantie op biogas. Pas als dat op is, wordt aardgas gestookt. Zo wordt het gebruik van fossiele brandstoffen teruggedrongen.

De biovergister is vergelijkbaar met een kliko waar het afval wordt ingegooid. | Credit: Circ Energy

Alternatief voor kunstmest

De biovergisters produceren ook het zogenoemde biowater. De waterige substantie kan worden gebruikt als bodemverbeteraar. Dat gebeurt nu al. “Op de Canarische Eilanden hebben we een vergister staan in een hotel. Het biowater wordt gebruikt voor de aanliggende wijngaard. Er is ook een voorbeeld dichter bij huis: in de vakantieparken van Landal worden planten ermee gevoed.”

Het biowater zou op termijn een alternatief kunnen zijn voor kunstmest. In samenwerking met Wageningen Universiteit en Research (WUR) loopt een project om nutriënten uit het biowater te winnen. Lukt dat, dan zou het kunstmest deels kunnen vervangen. “Als we hiermee het gebruik van kunstmest kunnen reduceren, is dat geweldig nieuws. Zo’n acht procent van de totale gasvraag komt voort uit de kunstmestproductie. We kunnen niet zonder.”

Groeiende klantenkring

Inmiddels staan er veertig BioTransformers te draaien op hotels, campings en restaurants in het binnen- en buitenland. Er komen ook aanvragen van buiten Europa, bijvoorbeeld Amerika. Schols is ervan overtuigd dat lokale energieproductie de toekomst is. “Het zorgt voor betrokkenheid. Een campingeigenaar met onze biovergister vertelt met trots aan zijn gasten dat zij douchen en afwassen op etensresten. Dat stimuleert om het afval nog beter te scheiden. Mensen hebben daar veel meer gevoel bij dan energie dat wordt geleverd door anonieme energiereuzen.”

Rekent zich rond

Om het klantenbestand te vergroten, overweegt Circ in de toekomst samenwerkingen met leasemaatschappijen. “Denk aan een as-a-service-model. Dat verlaagt de drempel, want ondernemers hoeven de aanschafwaarde van een biovergister niet in één keer op tafel te leggen. Zo komen we hopelijk op meer locaties te staan en maken we meer impact. Ook met het oog op het overvolle stroomnet is dat interessant. Sommige bedrijven moeten nu al hun productie terugschroeven omdat ze geen extra aansluiting krijgen. Dan loont het om zelfvoorzienend te zijn. Kunnen we het biogas omzetten naar stroom, dan wordt dit probleem opgelost.”

Al rekent de businesscase zich al snel rond, benadrukt Schols. “Dankzij de biovergisters besparen bedrijven op gas en CO2-uitstoot. Ook kan het voedselverspilling tegengaan: alle etensresten worden namelijk geregistreerd. Het biowater kan kosten uitsparen voor kunstmest of andere bodemverbeteraars. Ook komt het de werkbeleving ten goede. In restaurants is het personeel blij met de vergister, want ze hoeven minder volle vuilniszakken af te voeren. Het mes snijdt aan meerdere kanten. Dat maakt het een goede businesscase. Of bedrijven nu kiezen voor de biovergisters vanwege het kostenplaatje, het gemak of de ecologische gedachte maakt voor mij niet uit. De impact blijft hetzelfde.”

Lees ook:

Balanceren tussen wateroverlast en watertekort: de bodem als buffer

We hebben veelbewogen weken achter de rug. Hevige regenval leidde tot waterstanden zoals we die in Nederland niet vaak meemaken. Een vollopende Rijn, de inzet van Defensie-helikopters, het Markermeer dat op springen staat. De laatste druppel deed dit weekend de emmer overlopen: kades in Volendam en Monnickendam traden buiten hun grenzen. De overlast bleef gelukkig beperkt, mede dankzij het harde werk van onder meer Rijkswaterstaat en de waterschappen. Tegelijkertijd roept de huidige situatie vragen op. Nederland pompt traditiegetrouw namelijk veel van het binnenkomende water weg door middel van gemalen. Ook is via overheidsprogramma’s meer ruimte geboden aan rivieren. Maar niet zo lang geleden kampte Nederland nog met uitzonderlijke droogte. Volgens het KNMI viel 2023 in de top 5 van droogste jaren sinds het begin van metingen in 1901. En met klimaatverandering in het achterhoofd verwachten experts dat zulke periodes van droogte steeds vaker zullen voorkomen. Is het daarom niet slimmer om meer van ons water op te slaan dan af te voeren? Overgangsperiode “Het klopt dat we altijd veel van ons water hebben weggepompt naar zee”, vertelt Jane Alblas van de Unie van Waterschappen. “Maar we zitten momenteel wel in een overgangsperiode, met name omdat we de laatste tijd meer te maken hebben met droogte. Er gebeurt steeds meer om het water in Nederland vast te houden. In het verleden zijn bijvoorbeeld veel kronkelende beekjes recht gemaakt om sneller water af te voeren naar zee. Nu worden die beekjes juist weer kronkelend gemaakt zodat het water langer daar blijft. Daarnaast hanteerden de waterschappen vroeger altijd een apart winter- en zomerpeil, waarbij water werd opgeslagen in de zomer en overtollig water werd geloosd in de winter. Nu proberen ze de beide peilen zoveel mogelijk hoog te houden.” Grondwater Dat gaat bijvoorbeeld over de waterstanden van sloten. Die peilen hebben invloed op de grondwaterstand, ofwel de hoeveelheid water die opgeslagen zit in de bodem. Bodemwater wordt onder meer gebruikt voor de drinkwatervoorziening, landbouw, industrie, natuur en opwek van energie. De bodem is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld grootschalige reservoirs, het meest realistische middel om meer water te bewaren voor drogere tijden. In de eerste plaats omdat Nederland een klein land is. De ruimte voor grootschalige opslag is beperkt. Alblas: “En veel van ons land is bedekt met steen. Ik denk dat daar veel te winnen valt. We kunnen bijvoorbeeld meer werken met groene daken en waterdoorlatende tegels. Dat zijn zaken waar in moet worden geïnvesteerd.” Een belangrijk voordeel van opslag in de bodem is dat het water langer behouden blijft. “Als je water in een plas of polder opslaat, en er treedt een hittegolf aan, dan verdampt het water snel. In de bodem heb je daar minder last van. Ook is het voor de natuur en de landbouw goed als er voldoende water in de bodem zit. Daarom zijn we ook erg blij met de buffers die nu worden aangelegd door de regenval.”Dit doet de Unie van Waterschappen In totaal kent Nederland 21 waterschappen. Samen met Rijkswaterstaat beheren zij ons water. Ze maken het schoon, houden de peilen op stand, maar beschermen ons ook tegen een overschot aan water. De Unie van Waterschappen vertegenwoordigt alle 21 waterschappen en behartigt hun belangen in zowel binnen- als buitenland.WaterbergingsgebiedenDaarnaast zijn er wel degelijk reservoirs in Nederland waar water wordt opgeslagen. Die worden waterbergingsgebieden genoemd. “Tussen Den Haag en Zoetermeer ligt bijvoorbeeld de Nieuwe Driemanspolder”, zegt Alblas. “Dat is een aangelegd natuurgebied dat ervoor zorgt dat inwoners van omringende steden droge voeten houden bij een piekbui, maar ook dat niet al het water afgevoerd hoeft te worden naar zee. Het wordt dan in een moerasachtig gebied opgeslagen, waar ook weer veel watervogels kunnen herbergen.” Een ander voorbeeld, zo vertelt ze, is de Eendragtspolder bij Rotterdam. In die waterberging kan vier miljoen kubieke meter water worden opgeslagen. En als het water van de Rotte uit zijn oevers dreigt te treden, dient de Eendragtspolder als een noodreservoir. Grenzen bereikt? De Unie van Waterschappen raadt dus vooral aan om meer water op te slaan in onze bodem, en tot op zekere (lees: haalbare) hoogte in waterbergingsgebieden. Toch benadrukt Alblas dat wateropslag geen panacee is voor elk droogteseizoen. “Op een gegeven moment bereikt het watersysteem ook gewoon de grens van wat er mogelijk is. Binnen die grenzen moeten we alles doen wat we kunnen, en moeten we daar vol in investeren. Maar er moet ook echt wat aan de vraagzijde gebeuren. Want onze vraag naar water is het hoogst op de momenten dat waterstanden het laagst zijn, in tijden van droogte. Daarom moeten we kijken naar manieren om water te besparen. Op de Veluwe staan bijvoorbeeld naaldbomen die veel water nodig hebben. Kunnen we daar bijvoorbeeld niet meer loofbomen planten die wat beter tegen droogte kunnen? Of kunnen we gewassen gaan telen op landbouwgronden die minder water nodig hebben?” Minstens zo belangrijk, benadrukt Alblas, is om wateropslag in het achterhoofd te houden bij bestemmingsplannen voor de bouw. “De behoefte om woningen te bouwen is groot, dat snappen wij ook. Maar die urgentie ontheft je niet van de taak om dat op een verstandige manier te doen. Ik hoorde laatst iemand zeggen: je gaat ook geen huis bouwen op een snelweg, want die is bedoeld voor verkeer. Dat principe geldt ook voor uiterwaarden of een buitendijks gebied, die zijn bedoeld voor wateropslag. En bij nieuwbouw moet er goed nagedacht worden over het reserveren van ruimte voor water, niet alleen voor later gebruik maar ook om ervoor te zorgen dat de kelders niet onderlopen bij regenval. Nu is dat nog heel vrijblijvend, maar wij zouden dat graag verankerd zien worden in de wet.” Lees ook: Zo moet weer een overstroming in Limburg worden voorkomenSerie: het wassende waterVeel plastic afval komt in het water terecht bij overstromingen, zó valt dat te voorkomen