Teun Schröder
15 maart 2024, 09:55

Greenwashing Shell verzakt van doortrapt en frustrerend naar ronduit gênant

Gisteren presenteerde Shell zijn Energy Transition Strategy 2024. Redactiechef Teun Schröder nam het rapport door en verbaasde zich over hoe vaak de oliereus benoemt op weg te zijn naar klimaatneutraliteit. Feitelijk gezien zwakt het bedrijf zijn ambities juist af. Dat laatste is vooral te lezen in de kleine lettertjes.

Shell groen bad1

Meer aardgas, minder groene stroom en afgezwakte CO2-reductiedoelstellingen. Voor iedereen die geen zin heeft om Shells Energy Transition Strategy 2024 te lezen is dat in principe wat je moet weten. Uiteraard nieuwsgierig geworden hoe dit precies geformuleerd werd, dook ik in het 33 pagina’s tellende rapport.

Al na het lezen van de eerste paar pagina’s bekroop me een ongemakkelijk gevoel. Om de zoveel pagina’s lees ik nagenoeg exact dezelfde zinnen. Zinnen die met name de focus leggen op de duurzaamheidsinspanningen die het bedrijf wel doet. Cruciale informatie, zoals de afgezwakte doelen of de beperkte impact die die inspanningen hebben, is min of meer tussen de regels door te lezen.

Het slechte nieuws

Allereerst het slechte nieuws. Zoals in het begin vermeld, stelt Shell een CO2-reductiedoel voor 2030 bij. Eerder wilde Shell per eenheid verkochte energie een CO-reductie van 20 procent halen. In de nieuwe strategie noemt Shell twee keer dat het die ambitie heeft bijgesteld naar 15 tot 20 procent.

In de tweede plaats gooit Shell de CO2-reductiedoelstelling van 45 procent voor 2035 over scope 1, 2 en 3, geformuleerd in 2021, volledig overboord. Dit staat twee keer in de tekst, waarvan een keer in kleine lettertjes in een voetnoot.

Het ‘goede’ nieuws

Dan naar het ‘goede’ nieuws. Shell houdt vol dat het in 2050 een volledig klimaatneutrale organisatie is. Maar liefst 27 keer (nogmaals, het rapport heeft 33 pagina’s) maakt Shell een verwijzing naar het worden van een ‘net-zero emissions energy bussiness by 2050‘.

Herhaaldelijk komen maatregelen in het rapport naar voren die het bedrijf treft zoals het beperken van de methaanuitstoot. Ook herhaalt Shell dat het wil stoppen met affakkelen: het verbranden van vrijgekomen gassen bij aardgas- en olieproductie. Verder lees je meerdere keren dat Shell de CO2-uitstoot uit eigen operatie en die van de energie die het inkoopt (scope 1 en 2) in 2030 met 50 procent wil terugdringen ten opzichte van 2016.

Tot slot lees je dat Shell een nieuwe ambitie stelt. Het bedrijf wil de uitstoot door het gebruik van Shells producten (scope 3) met 15 tot 20 procent verlagen tussen 2016 en 2030. Een nieuwe ambitie dus. Maar wel eentje die lastig is te rijmen met wat nu van ze wordt geëist in Nederland. De rechtbank in Den Haag oordeelde eind mei dat het concern in 2030 de totale CO2-uitstoot (scope 1, 2 en 3) met 45 procent moet verminderen ten opzichte van 2019. Shell ging tegen deze zaak in hoger beroep. Dit proces begint dit voorjaar.

Geringe impact

Je moet een gegeven paard niet in de bek kijken. Elke CO-reductie is goed. Maar het is wel belangrijk om Shells reductiemaatregelen in perspectief te plaatsen. De hoeveelheid CO2-uitstoot in scope 1 en 2 is maar beperkt, namelijk 10 procent van het geheel. De meeste CO2-winst die Shell kan behalen zit in scope 3 bij het gebruik van hun producten door klanten: wij. Zoals Shell zelf ook eenmaal in het rapport zegt: 90 percent of our emissions are reported as Scope 3. Hoewel het nu dus een reductiedoelstelling zet op scope 3 (15-20 procent in 2030) breekt Shell met de totale reductiedoelstelling van 45 procent voor 2035.

Black Knight

Eind 2023 maakt Shell bekend dat er een ontslagronde komt op de duurzaamheidsafdeling. En ruim een week geleden werd het bedrijf voor de zoveelste keer op de vingers getikt door de Reclame Code Commissie, vanwege een misleidende reclame waarin het predikte over een schonere toekomst. Voor de leek is de gister gepubliceerde strategie minstens zo misleidend. Waar Shells greenwashing eerst nog doortrapt en frustrerend was, begint het nu vooral een gênante vertoning te worden. Shell is als de Black Knight van Monty Python. Als ledematen verliest Shell keer op keer zijn geloofwaardigheid, terwijl het claimt mee te kunnen doen in de strijd tegen klimaatverandering. Volgens mij kunnen we maar beter in een grote boog om Shell heenlopen.

Lees ook:

Hoe gaat het nu met: start-up die speeltuinen en geluidsschermen maakt van oude windmolens

Het blijven markante verschijningen, de creaties van Blade-Made. Vanaf boven gezien lijkt het alsof er stukken windmolen uit de lucht zijn komen vallen, in werkelijkheid zijn het zorgvuldig ontworpen bankjes, glijbanen, geografische markeringen en klimmuren. Allemaal van windmolenwieken die anders op de schroothoop zouden zijn beland. Het is een nuttige toepassing voor een afvalstroom die alleen nog maar gaat toenemen, en bovendien een manier om de CO2-uitstoot van andere bouwprojecten te verkleinen. Steward ownership In 2022 was de start-up nog onderdeel van het Rotterdamse architectencollectief Superuse Studios. Inmiddels staat het bedrijf op eigen benen, waarbij de keuze is gevallen op de rechtsvorm steward ownership. Dat wil zeggen dat het bedrijf niet in handen is van aandeelhouders maar van een stichting, waardoor de focus komt te liggen op de morele ambitie van de onderneming. Het management stort zich volledig op die ambitie en is niet gedreven door financiële prikkels. “De missie van Blade-Made is namelijk groter dan wij”, zo rechtvaardigt Jos de Krieger, tevens architect en partner bij Superuse Studios, zijn keuze. “We zijn gestart met het hergebruiken van windmolenwieken omdat we zagen dat die uitdaging niet vanzelf door de markt werd opgepakt. Maar het is niet mijn ambitie om over 25 jaar nog directeur van Blade-Made te zijn. We willen ervoor zorgen dat anderen het leiderschap over een tijdje gaan overnemen, zonder daarbij de missie te verloochenen. Misschien ben ik dan als steward in de stichting nog wel betrokken.”Kleurrijk straatmeubilair van windmolenwieken in Rotterdam.Honderd procent De missie waar De Krieger over spreekt, heeft hij glashelder voor ogen: honderd procent van de afgedankte windmolenwieken hergebruiken. Juist, állemaal. Een ambitieus, maar volgens hem erg nodig doel. “Op dit moment is de recyclingcapaciteit nog onvoldoende. Er worden stappen gezet, maar het proces is nog erg energie-intensief en levert een relatief laagwaardig product op. Daarnaast hebben we als samenleving ook een ruimte- en een materialenprobleem. Als wij hoogwaardige producten van windmolens kunnen maken, die we zoveel mogelijk in hun oorspronkelijk vorm proberen te behouden, kan de recyclingbranche verder innoveren. En we dragen met onze projecten op die andere vlakken ook iets bij.” In 2022 hield Blade-Made zich nog hoofdzakelijk bezig met openbare speeltoestellen en zitgelegenheden. En zulk soort projecten is nog niet uit het portfolio van de start-up verdwenen. Zo werkt Blade-Made nu samen met constructiebedrijf Beens aan het Bleekerseiland voor de gemeente Meppel, waarbij twee tot vijf oude windmolenwieken worden opgewaardeerd tot zitplekken langs bloemperken. Maar Blade-Made heeft sindsdien ook zijn focus verruimd. Zo wil het zich gaan richten op grotere projecten, waaronder geluidsschermen langs snelwegen en bruggen. Zo’n brug komt er misschien al op het Bleekerseiland te staan. “Voor geluidsschermen hadden we de concepten al liggen. We werken samen met Dura Vermeer Infra aan een proefopstelling, en hebben van Rijkswaterstaat een locatie toegewezen gekregen om dat te doen. Eigenlijk is een geluidsscherm bouwen niet zo spannend. Als het hoog genoeg is, houdt het geluid tegen. We kunnen een prototype in twee tot drie maanden bouwen. Dit is vooral bedoeld om aan te tonen dat een geluidsscherm schaal- en haalbaar is. Dan kunnen we bij de grotere projecten bewijzen dat het niet ineens twee keer zo duur wordt. Dat is namelijk het heikele punt in de bouw.”Een geluidsscherm van oude windmolenwieken.Technisch haalbaar “Voor het bouwen van bruggen in Nederland zitten we nog één stap eerder in het proces. In Denemarken hebben we al wel een volledige brug ontworpen en wachten we op goedkeuring vanuit de gemeente. Dus dat het technisch haalbaar is, daar twijfel ik niet aan. Of het financieel haalbaar is, dat hangt af wat mensen bereid zijn om te betalen voor een bijzondere brug die duurzaamheidswinsten kan opleveren.” Momenteel is Blade-Made op zoek naar financiering. Niet alleen om de projecten zelf financieel aantrekkelijker te maken door meer standaardisatie door te voeren, maar ook om de aanzwellende toestroom van windmolenwieken beter te kunnen opvangen. “We hebben gesprekken gevoerd met investeerders, maar hebben nog niks officieel binnen kunnen halen. Daar zijn we nu dus mee bezig. Met het geld kunnen we bijvoorbeeld een werf opzetten om wieken op te slaan en te verwerken. Om op te schalen, is zoiets wel echt nodig. Maar we vinden die financiering nog wel lastig. Voor de ene investeerder komen we namelijk te vroeg, voor de andere vallen we net buiten de scope. Impactinvestering is voor ons een nieuwe wereld en we zijn bovendien nog geen household name. Potentiële klanten weten ons wel te vinden, wij hebben alleen de meest passende investeerder nog niet gevonden.” Kennis en budget nodig Daarbij komt dat de toestroom van windmolens uitdagende situaties kan opleveren. “We kunnen ons niet gedragen als een lineair bedrijf dat een constante en betrouwbare aanlevering van grondstoffen heeft die er allemaal hetzelfde uitzien. Bij ons kan het voorkomen dat we een ontwerp hebben gemaakt op basis van een wiek van 20 meter, maar dat we een wiek van 23 meter aangeleverd krijgen die door een andere fabrikant gemaakt is. Dan moet dat ontwerp opnieuw. Nu verwacht ik dat dat steeds minder zal hoeven gebeuren naarmate we meer projecten uitvoeren. Maar zolang we een project nog geen drie keer hebben kunnen doen, blijven we daar tegenaan lopen. We hebben gewoon kennis en budget nodig.” Aan de vraagzijde ervaart De Krieger juist geen gebrek. Hoewel hij het aantal aanvragen in Nederland ‘nog enigszins bescheiden’ noemt, is dat in het buitenland een ander verhaal. “Een ontwikkelaar in Duitsland, een bedrijf in Oostenrijk, verschillende partijen in Frankrijk, we worden overal door benaderd. Het lastige is dat we in die landen nog de hele keten moeten opbouwen. We hebben namelijk niet de ambitie om in Nederland te gaan produceren voor bijvoorbeeld de Oostenrijkse markt. Dan schieten we ons doel voorbij. We moeten dan dus op zoek naar lokale partners. Dat zijn dus eigenlijk dezelfde stappen als die we de afgelopen twee jaar in Nederland hebben uitgevoerd.” Maatwerk Met een windmolenwiek als bouwsteen, kun je al snel je fantasie de vrije loop laten. Wat kun je er allemaal nog meer mee maken? Maar voor Blade-Made is het toch echt de missie – het hergebruiken van alle oude windmolenwieken – die de boventoon voert. “Uiteindelijk vind ik de afzetmarkt niet het belangrijkste”, vertelt De Krieger. “Als we alle afgedankte wieken kunnen inzetten voor geluidsschermen en speeltuinen, dan vind ik dat helemaal prima. Ik denk dat er altijd een gedeelte van de projecten maatwerk zal blijven. Dat is ook leuk, daar kunnen we als architectenbureau plezier uit halen. Maar de kracht zit toch wel echt in de herhaling.” Lees ook: Blade Made maakt van afgedankte rotorbladen speeltuinen en straatmeubilairMonsterklus lonkt: van kampioen zon-op-dak naar kampioen zonnepaneelrecyclingGrootste windmolen van Europa deels in handen burgers: ‘We verwachten dat het een attractie wordt’