Romy de Weert 27 maart 2023, 16:25

Doorbraak EU-top in Brussel over verbod op benzineauto's in 2035

Leiders van Europese landen kwamen donderdag en vrijdag bijeen in Brussel voor een tweedaagse top over het verbod op de verkoop van nieuwe benzineauto’s vanaf 2035. Na veel discussie zitten Duitsland en de Europese Commissie weer op een lijn. Het verbod gaat door, maar auto’s die op e-fuels kunnen rijden zijn uitgezonderd.

Adobe Stock 213088008 Een verbod op benzineauto's in 2035 was bijna goedgekeurd, tot Duitsland tegenstribbelde. Nu wankelt het hele verbod. | Credits: Adobe Stock

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op donderdag 23 maart. Na het besluit van de Europese Commissie op zaterdag 25 maart is het artikel aangepast.

In 2022 waren bijna alle Europese landen het erover eens: om de doelen in het klimaatakkoord te halen, moet ook de mobiliteitssector sneller verduurzamen. Er kwam een voorstel voor een verbod op de verkoop van nieuwe verbrandingsauto’s dat in 2035 zou ingaan.

Afgelopen maand was het alleen nog maar zaak voor de landen om hun handtekening onder de nieuwe wet te zetten. Iets dat niet meer is dan een formaliteit. Tot Duitsland, het autoland van Europa, tegenstribbelde. De Duitse regeringspartij FDP blijkt de wet tóch niet te steunen. De partij wil het verbod alleen steunen als er een uitzondering komt voor auto’s die op synthetische brandstoffen rijden.

Synthetische brandstoffen

Synthetische brandstoffen (ook wel e-fuels) zijn brandstoffen gemaakt door watermoleculen te splitsen in waterstof en zuurstof. De waterstof wordt vervolgens gecombineerd met CO2 om er een synthetische brandstof van te maken, zoals methanol, benzine of diesel. De CO2 kan worden opgevangen uit industriële processen of uit de lucht, waardoor de e-fuels op papier CO2-neutraal zijn. De ontwikkeling van e-fuels staat nog in de kinderschoenen en is duur om te maken. En om deze synthetische brandstoffen te maken, is een hoop elektriciteit nodig. Daarom zijn veel mensen geen voorstanders van e-fuels. Anderen zien e-fuels als een cruciaal onderdeel in de verduurzaming van de transportsector.

Uit een recent onderzoek van het Duitse Potsdam Institute for Climate Impact Research bleek dat alle geplande e-fuelprojecten wereldwijd genoeg brandstof kunnen produceren voor slechts 10 procent van de Duitse vraag naar e-fuels in de luchtvaart, scheepvaart en chemie de komende jaren. Er zou niets overblijven voor auto’s.

Nieuw voorstel

De Europese Commissie (EC) beloofde Duitsland om te verkennen of e-fuels op termijn een alternatief zijn, maar dat was voor het land niet genoeg. Duitsland wil een toezegging van Europa dat auto’s die rijden op synthetische brandstoffen ook na 2035 verkocht mogen worden. Andere Europese landen zien de actie van Duitsland als een poging om de auto-industrie te beschermen.

Duitsland verenigde zich op dit vlak met andere landen, zoals Italië, Tsjechië en Polen. De EC kwam de tegenpartij daarom afgelopen week tegemoet. Het kwam met een voorstel waarin staat dat er een verbod komt, met een uitzondering voor verbrandingsmotors die enkel kunnen rijden op e-fuels. Het gaat om een beperkt aantal auto’s en deze moeten niet kunnen rijden op gewone benzine. Opnieuw ging Duitsland hier niet mee akkoord.

Ook Italië ligt dwars

Nu blijkt dat ook Italië roet in het eten gooit. Het land waarschuwde de EC dat ze het verbod op verbrandingsmotoren in 2035 alleen steunen als er niet alleen een uitzondering wordt gemaakt voor e-fuels, maar ook voor biobrandstoffen, brandstoffen die afkomstig zijn van plantaardige materialen. Een auto zo aanpassen dat het alleen op e-fuels (en op biobrandstoffen) kan rijden, schijnt redelijk makkelijk te zijn. Maar daar verschillen de meningen over.

Als de regeringsleiders er de komende dagen niet uitkomen, moet het hele ontwerp weer terug naar de tekentafel. Er moet dan opnieuw onderhandeld worden tussen alle Europese lidstaten. Dat kan wel maanden duren. Het gevolg is dat de verduurzaming van de auto-industrie flinke vertraging oploopt.

Meer lezen?

Is vriendelijke zuivel zo vriendelijk als het lijkt?

Als antwoord krijgen zuivelproducten een vriendelijker imago, denk aan kalf vriendelijke melk en vogelvriendelijke kaas. Retaildeskundige Paul Moers kijkt niet op van deze ontwikkeling. “Dat dit soort zuivel in opkomst is, heeft alles te maken met de wereld die milieutechnisch in de problemen is gekomen. We worden dagelijks geconfronteerd met de gevolgen van klimaatverandering door superstormen, cyclonen en droogte. Zeker de jeugd trekt zich dit aan: het is immers hun toekomst die op het spel staat. De roep om milieubewuste voedingsmiddelen wordt groter. De markt speelt daar op in.” Vogelvriendelijke zuivel Neem vogelvriendelijke zuivel. Deze zuivel komt van boeren die rekening houden met de weidevogels op hun land. Volgens de Vogelbescherming is dat hard nodig, want weidevogels hebben het zwaar. Hun aantallen nemen al jarenlang fors af. Weidevogels zoals de kievit en de grutto kunnen hun jongen steeds minder goed grootbrengen, omdat er op het boerenland waar ze broeden te weinig plek voor ze is. In de intensieve landbouw wordt elke meter benut, want dat levert de hoogste opbrengst op. Er zijn ook vogelvriendelijke boeren. Zij stellen minimaal twintig procent van hun weiland beschikbaar voor weidevogels. Door het gras laat te maaien en kruidenrijk te houden, worden er plekken gecreëerd waar weidevogels rustig kunnen broeden. Ook kunnen de jongen hier voldoende voedsel en veiligheid vinden. Het is belangrijk dat het gras goed hoog blijft totdat de kuikens groot genoeg zijn om uit te vliegen. Door percelen voor weidevogels minder te bemesten en daar alleen natuurlijke mest voor te gebruiken, groeien er meer kruiden. “Het gebeurt niet van de een op andere dag, maar met de tijd wordt dit gebied steeds kruidenrijker. Hier houden weidevogels van, maar andere dieren ook. Op deze manier draagt het bij aan de biodiversiteit op het land”, zegt Piet Spoorenberg van de Vogelbescherming. Alle maatregelen die worden getroffen om vogels welkom te heten, kosten wel het nodige geld. Hiervoor krijgen boeren een kleine bijdrage vanuit de overheid. In de praktijk weegt de vergoeding niet op tegen de uitgaven. Hierdoor blijft de markt voor vogelvriendelijke zuivel klein. “Minder dan vijf procent van alle zuivel in de supermarkt is nu vogelvriendelijk. Dat kan veel beter”, vindt Spoorenberg. Volgens hem spelen zuivelproducenten en supermarkten ook een belangrijke rol. “Boeren die vogelvriendelijke zuivel aanbieden moeten vanuit de markt beloond worden. Dan levert het meer op en wordt het aantrekkelijker om mee te doen. Dat is goed voor vogelvriendelijke boeren en dus ook voor weidevogels.” Kalf vriendelijke zuivel Ook kalf vriendelijke zuivel is in opkomst. Om melk te kunnen geven, moet een koe ieder jaar een kalfje krijgen. Dit kalfje wordt na de geboorte vaak al snel van de moederkoe gescheiden. Dit heeft vooral een economische reden: alle melk die het kalf bij de moeder drinkt, kan de melkboer immers niet verkopen. En dat kost geld. De meeste kalfjes worden daarom niet groot gebracht met koemelk, maar met melkpoeder. Een klein aantal boeren doet het anders. Daar mag het kalf maximaal drie maanden bij de moederkoe blijven. Daarna worden ze van elkaar gescheiden en gaat de melk alsnog naar de consument. Dit wordt kalf vriendelijke melk genoemd. Er zijn nog maar weinig melkveehouders die in de kalf vriendelijke melk zitten. Nederland telt 15.261 melkveeboerderijen, en maar op zo’n 45 locaties blijven koe en kalfje langer samen. Het samenhouden van koe en kind heeft een prijs: de boer loopt omzet mis en de stal heeft wat aanpassingen nodig. Maar er zijn ook voordelen, zegt Janina van der Drift. Ze is de oprichtster van Kalverliefde: een merk dat uitsluitend kalf vriendelijke melk verhandelt, onder andere aan de Albert Heijn. “Kalfjes die niet opgroeien bij de moeder, worden handmatig gevoed door de boer. Dit kost veel tijd. De boer heeft op deze manier wel zicht op wat, wanneer en hoeveel de jongen eten. Door de zorgtaken over te laten aan de koe, houdt de melkveehouder tijd over. En zowel voor koe als kalf is dit de meest natuurlijke manier van voeden.” Volgens Van der Drift hebben kalfjes er baat bij om bij de moeder op te groeien. “Het belangrijkste is dat kalveren moederzorg ontvangen. Daarnaast kunnen ze rondlopen in de stal, waardoor ze zich lichamelijk beter ontwikkelen. Ook leren ze van hun moeder en andere soortgenoten.” Uiteindelijk worden koe en kalf alsnog van elkaar gescheiden. Van der Drift: “De boeren laten de kalfjes geleidelijk afspenen. Dit levert alsnog stress op, maar onze melkveehouders proberen dit zoveel mogelijk te beperken. De voordelen wegen uiteindelijk op tegen de nadelen.”De meeste kalfjes worden niet groot gebracht met koemelk, maar met melkpoeder.Supermarkten Retailexpert Moers verwacht dat er toekomst is voor deze zuivelproducten. “Het is alleen maar goed als een product milieuvriendelijker of diervriendelijker is. Als een boer voor dit soort voedingsmiddelen meer geld kan vragen, wordt het verdienmodel beter.” Supermarkten hebben hier een verantwoordelijkheid, vindt Moers. “Zij spelen een grote rol in de keten. Retailers kunnen meedenken met de boeren. Hoe producten sympathieker kunnen, hoe het beter kan voor het milieu.” Maar denkkracht alleen is niet genoeg. Er is actie nodig. Moers: “Supermarkten kunnen meer producten in het assortiment opnemen die beter zijn voor het milieu. Ze kunnen ook gerust wat doen met de prijs. Heel simpel: geef boeren die bewuster produceren een extra toeslag. Motiveer ze. Veel retailers hebben een grote mond en zeggen dat ze zich inzetten voor boer en natuur. Daar moeten ze zich naar gedragen. Supermarkten kunnen zich niet aan hun verantwoordelijkheid onttrekken.” Hoe vriendelijk is zuivel echt? Hoe vriendelijk ook, uiteindelijk belast zuivel het milieu. De 1,57 miljoen melkkoeien die in Nederland geregistreerd staan, stoten methaan uit. Dit broeikasgas is 27 tot 34 sterker dan CO2. Daarnaast zorgt de productie van veevoer voor behoorlijk wat uitstoot. Plantaardige alternatieven, zoals zuivel op basis van haver en soja, kosten minder energie, land en grondstoffen dan melkproductie met een koe. Toch voorspelt Moers dat dierlijke zuivel nog wel even onderdeel blijft van ons dieet. “Kaas, yoghurt: het is allemaal zuivel. Dat maakt het een belangrijke grondstof in ons dagelijks eetpatroon. Voor veel mensen is het lastig om daar afstand van te doen. In dat opzicht is het waardevol om het huidige productieproces van zuivel zo vriendelijk mogelijk te maken.” Lees ook: Zuivelproducent Arla komt met extra duurzaamheidstoeslag als boeren uitstoot omlaag brengenProef! Vegan sojayoghurt en kwarkDe Nieuwe Melkboer spoort Nederlandse boeren aan hun akkers te ‘melken’