Change Bouw en infra

Croonwolter&dros

Croonwolter&dros is gespecialiseerd in elektrotechniek, werktuigbouw, automatisering en informatisering en is actief in de markten utiliteit, industrie en infra. Er werken ruim 3.000 mensen. Het bedrijf wil zijn engineers en technologische vaardigheden inzetten om klanten duurzaam beter te laten presteren. Croonwolter&dros heeft een paar mooie projecten op zijn naam staan, zoals een energieneutrale tunnel en modulaire hoogspanningsstations.


“De samenleving verwacht dat we onze technologie gebruiken om de wereld beter te maken” 

Technisch dienstverlener Croonwolter&dros bouwt mee aan een energieneutrale tunnel bij Rotterdam. Het bedrijf wil zijn engineers en technologische vaardigheden inzetten om klanten duurzaam beter te laten presteren. “We werken aan standaardisatie en modularisatie. Dat levert veel minder faalkosten op. En dat betekent minder verspilling van tijd, geld en materiaal.” 

Croonwolter&dros heeft een bijzondere historie en als gevolg daarvan ook een bijzondere structuur en missie. “Wij zijn euro-circulair”, zegt Piet-Jan Heijboer met een knipoog. Croonwolter&dros is een dochter van TBI Holdings B.V. De aandelen in TBI Holdings B.V. worden voor 100 procent gehouden door de Stichting TBI. “Iedere euro winst die we maken, gaat als dividend uiteindelijk naar de stichting. Die stichting heeft drie doelstellingen: de continuïteit van de onderneming waarborgen, het steunen van de studies van álle kinderen van álle werknemers, en het steunen van cultureel erfgoed. Via deze drie doelstellingen komen de euro’s weer terecht in de maatschappij.” 

Klimaatneutraal vraagt om integrale oplossingen  

Stichting TBI maakt het volgens Heijboer mogelijk dat Croonwolter&dros kan blijven investeren terwijl het met de economie niet goed gaat. “We moeten wat beter omgaan met onze leefomgeving. De samenleving verwacht dat we onze technologie gebruiken om de wereld beter te maken. Het is onze missie om onze technische competenties in te zetten om klanten duurzaam beter te laten presteren. Technologie is een belangrijke katalysator voor duurzame ontwikkelingen, die bijdragen aan een duurzame samenleving.” 

De ambitie om van Europa een klimaatneutraal continent te maken, vraagt volgens Heijboer om ‘integrale oplossingen’. “De energietransitie gaat over meer dan één sector of marktgebied. Dat vraagt dus om samenwerking. We proberen zoveel mogelijk verbindingen te leggen, zowel intern als extern. Oplossingen bedenk je samen, en dat is essentieel om succesvol te zijn. De tijd van technisch briljante oplossingen waar de klant niet om heeft gevraagd is voorbij.” 

Energieneutrale tunnel  

Als voorbeeld noemt Heijboer de bouw van de eerste energieneutrale tunnel ter wereld, onderdeel van de A13/A16 bij Rotterdam. “Wij hebben die tender gewonnen vanwege innovatieve ideeën en de score op duurzaamheid.” Bijna alle installaties en systemen, die Croonwolter&dros levert voor de half verdiepte landtunnel, werken op gelijkspanning. Dat is duurzamer en betrouwbaarder dan wisselspanning. Alle elektriciteit komt van zonnepanelen, die nabij de tunnel zijn aangebracht. Restwarmte wordt onder de grond opgeslagen. Via speciale roosters komt er daglicht in de tunnel, die verder is uitgevoerd met energiezuinige LED-lampen. Het plafond van de tunnel is gemaakt van circulaire materialen.  

Technisch dienstverlener  

Het feit dat Croonwolter&dros vaker werkt aan integrale oplossingen, betekent dat het bedrijf minder een capaciteitsbedrijf is, dat op basis van ‘uurtje factuurtje’ werkt. In plaats daarvan positioneert Heijboer zijn bedrijf als technisch dienstverlener. “Om dat waar te kunnen maken, moeten we alles in één keer goed willen doen. We werken aan standaardisatie en modularisatie. Dat levert veel minder faalkosten op. En dat betekent minder verspilling van tijd, geld en materiaal.”  

De markten waar Croonwolter&dros zich op richt, hebben bijna allemaal een relatie met energie, zoals datacenters, smart grids, energie infrastructuur, tunnels en ziekenhuizen. Nadat technologieën in de praktijk zijn getest en de kinderziektes zijn opgelost, worden de gestandaardiseerde modules waar mogelijk in een fabriek schaalbaar gemaakt. Croonwolter&dros heeft een eigen fabriek in Amersfoort om modules voor de utiliteitsbouw te maken, voor WKO-centrales (warmte/koudeopslag), klimaatconcepten en horizontale en verticale distributiesystemen.   

Een voorbeeld van standaardisatie in de energiewereld is een opdracht, die Croonwolter&dros uitvoert voor Tennet, de beheerder van het hoogspanningsnetwerk. “In Nederland moeten 350 onderstations vervangen worden. Daar hebben wij een standaardoplossing voor bedacht. Daardoor duurt het project geen anderhalf jaar maar 22 weken. Het onderhoud kunnen we door de toepassing van nieuwe technologieën op afstand uitvoeren, dus hoeven we minder met busjes op en neer te rijden.”  

Opmars van data en kunstmatige intelligentie  

De nieuwe manier van werken vraagt veel van de organisatie, beseft Heijboer zich. “Door de opmars van data en kunstmatige intelligentie hebben we steeds hoger opgeleide mensen nodig. Deze mensen schrijven geen dikke rapporten, maar realiseren veranderingen in de praktijk. Als we deze aarde beter willen maken, dan moeten we technologie inzetten en dan moeten we meer mensen zien te verleiden een technische loopbaan te ambiëren.” 

Dat menselijke aspect brengt Heijboer ertoe veel te investeren in een interne transitie. “Mensen begrijpen de strategie meestal wel, maar dat wil niet zeggen dat ze er meteen naar handelen. We doen workshops, ook voor de monteurs. De vertaling van de strategie naar de werkvloer is soms lastig, maar wel belangrijk. We hebben daarvoor een strategiekit gemaakt. We organiseren bijeenkomsten op de bouwplaats om via die kit het gesprek aan te gaan.”  

Stagnatie door corona  

De coronacrisis heeft een serieuze impact op Croonwolter&dros. “Nu veel mensen thuiswerken, betekent dat dat onze klanten minder in hun kantoorgebouw zitten, en dus ook minder storingen melden over hun installaties. Dat levert minder werk op. Ook de industrie stelt onderhoud uit. Dus ja, daar hebben we last van. Veel bedrijven denken na over hoe ze hun kantoor in de toekomst willen inrichten. Ik denk dat plaatsonafhankelijk werken normaal gaat worden. Wij kunnen waarschijnlijk op termijn zelf ook naar 30 procent minder vierkante meters toe.” 

Hoewel veel opdrachten nu stilliggen, ziet Heijboer ook nieuwe kansen. “De energietransitie levert meer projectaanvragen op. En kantoren zullen op termijn anders ingericht worden, daar vloeit weer werk uit voort. Ook Rijkswaterstaat en provincies proberen meer en anders te investeren, zo ook de waterwereld en de energiesector. Binnen het bedrijfsleven reageren opdrachtgevers directer, die schrappen gewoon projecten. Al met al stagneert onze winstgevendheid op dit moment.” 

Heijboer constateert dat er in de nationale discussie over de energietransitie soms onlogische prioriteiten worden gesteld. In diverse sectoren in onze maatschappij is nog behoorlijk wat ruimte voor verbetering. Croonwolter&dros kan en wil hier zeker aan bijdragen om deze verbetering te realiseren.

Artikelen over Croonwolter&dros

“Circulariteit is niet één knopje; we moeten aan heel veel knoppen draaien”

Change Circulaire economie

“Circulariteit is niet één knopje; we moeten aan heel veel knoppen draaien”

Deze week staat in het teken van de circulaire economie. Een goed moment voor Croonwolter&dros om het gesprek aan te gaan over circulariteit. Voor de technisch dienstverlener gaat dat verder dan gerecyclede koffiebekertjes en één elektrische hijskraan op de bouwplaats, vertelt Smeets. “Circulariteit is niet één knopje; we moeten aan heel veel knoppen draaien.” De circulaire economie: een multidisciplinaire opgave Onno Sminia, innovatiemanager infra, beaamt dat. “Circulariteit gaat over asset management, over duurzaamheid, over ketensamenwerking… Het gaat zelfs over digitalisering. Je moet toch weten wat je waar hebt hangen, wat de kwaliteit daarvan is en hoelang het nog meegaat. Circulariteit is een multidisciplinaire opgave.” De accenten liggen per bedrijfsdivisie iets anders. Dat komt door de markten waarin de divisies opereren (industrie, infra en utiliteit) en de opdrachtgevers met wie zij te maken hebben. Tegelijkertijd zijn de uitdagingen en kansen vergelijkbaar, net als de ambities. Zo blijkt uit een gesprek met Onno Sminia, verantwoordelijk voor infra, Jaap Reijntjes verantwoordelijk voor industrie en Gerben Broekhuijsen verantwoordelijk voor utiliteit. “Het leuke daarin vind ik dat wij elkaar als collega’s continu op scherp zetten”, merkt Reijntjes op. Meer aandacht voor circulariteit Zowel vanuit de medewerkers als vanuit de klanten wordt de roep om circulariteit steeds luider. “Je zou kunnen zeggen dat we van alle kanten worden omsloten door dit thema”, zegt Sminia. In de praktijk betekent dit dat Croonwolter&dros steeds vaker het gesprek aangaat met leveranciers en opdrachtgevers. Zo heeft Reijntjes met een aantal klanten een periodiek duurzaamheidsoverleg, waarbij zij specifiek kijken welke stappen ze nog extra kunnen zetten. “Soms zijn het kleine stapjes, soms wat grotere, maar je houdt wel gezamenlijk die verantwoordelijkheid en betrokkenheid vast.” Keuzes maken Soms gaat het om keuzes maken, benadrukt Broekhuijsen. Hij geeft een pilotproject bij een grote financiële instelling in Amsterdam als voorbeeld. “Daar hebben we geleerd om samen met de opdrachtgever en de leveranciers een soort fit te vinden.” Zo kozen ze ervoor om de behuizing van de lamp, het armatuur, inclusief TL-lamp uit 1970 terug te sturen naar de fabrikant, die de lamp verving voor led. Ze spraken over eenzelfde aanpak voor de brandmeldinstallatie, maar dat bleek een stuk lastiger. Daarom besloten ze voor de verlichting te gaan. “Dat vond ik wel een mooi voorbeeld van interactie tussen leverancier en opdrachtgever en dat je als technisch dienstverlener dat gesprek dan faciliteert.” Het is ontzettend belangrijk om de opdrachtgever te betrekken in de circulaire plannen, zegt Broekhuijsen. “Anders is het een cijfertje op een begroting, en is het nogal schrikken. Zeker voor de opdrachtgever, want die krijgt een bestaand armatuur wat hij al in zijn pand heeft wat ongeveer twee keer zo duur is als een nieuw armatuur. Als je dat gesprek niet aangaat en niet uitlegt wat je doet en welke stappen je doorloopt, dan accepteren ze het gewoon niet.” Win-win Tegelijkertijd hoeven circulaire oplossingen niet altijd duurder te zijn. Zo werkt Broekhuijsen met zijn collega’s in een werkplaats aan gestandaardiseerde installatieonderdelen. Van hun leverancier kregen zij regelkleppen, per stuk verpakt in een doosje met daaromheen plastic. “Als het binnenkwam zaten de mannen eerst al die kleppen eruit te halen. Dat kost ontzettend veel tijd!” Na overleg met de leverancier bleek dat deze het niet erg vonden om de kleppen op een andere manier aan te leveren. “Zij hebben een volledige verpakkingslijn die ze dan over kunnen slaan”, weet Broekhuijsen. Een win-win. Broekhuijsen en Sminia merken op dat er vaak een onterechte terughoudendheid heerst om het gesprek met leveranciers of opdrachtgevers aan te gaan. Terwijl zij in hun ervaring vaak enthousiast reageren. Daarom raden zij aan om vooral ambities uit te spreken, ook als regelgeving in de weg lijkt te zitten. “Als we het bespreken met onze opdrachtgevers en belanghebbenden, gaan er opeens deuren open. Dus het is heel belangrijk om dat gesprek aan te gaan.” Reijntjes vult aan dat het ook gaat om luisteren. “Soms moeten we gewoon luisteren naar iemand met een goed idee en dat nemen we dan mee naar onze opdrachtgever als een leverancier een goed idee heeft. Of andersom.” Diversiteit binnen het personeelsbestand helpt daarbij. “Het bevordert de dialoog en het bevordert ook het openstaan voor ideeën.” Hij merkt dat de sector daarin verandert. Vroeger kreeg een partij als Croonwolter&dros een letterlijke opdracht: dit moet je maken. Nu is het veel meer een samenspel. “En dan beweeg je ook sneller richting circulariteit.” Het belang van voorbeeldprojecten “We willen een magneet zijn voor innovatie”, zegt Smeets. Om dat te bereiken zijn voorbeeldprojecten en producten cruciaal, omdat leveranciers en opdrachtgevers Croonwolter&dros dan weten te vinden. Zo loopt er een pilot voor een verpakkingsvrije bouwplaats. Daarnaast vervangt het bedrijf verouderde hoogspanningsstations door intelligente modulaire stations. En ontwikkelt het een materialenpaspoort voor installaties binnen infrastructuurprojecten. “Die zijn aan de andere kant van de wereld geproduceerd en daar zitten zeldzame metalen zoals goud en zilver in. De impact daarvan is onderbelicht geweest in de discussie over circulariteit in de infra”, vindt Sminia. Smeets merkt op dat het ook gaat om impact tijdens het gebruik van producten. Zoals een vloerverwarmingspomp in woningen. Zo gebruikt de ene pomp minder dan 10 watt per uur, terwijl een vijftien jaar oude pomp wel 150 watt per uur verbruikt. Dat zijn ook zaken om over na te denken. Zo levert het aanpassen van een gebouwbeheersysteem soms veel meer op dan naar de bouwplaats rijden met een elektrische vrachtwagen, stelt Smeets. Als door het slim inzetten van sensoren de verlichting en verwarming alleen aan zijn als er mensen binnen zijn, maakt dat al een groot verschil. Hetzelfde geldt volgens hem voor tunnelverlichting. Via glasvezel en lenzen haalt Croonwolter&dros bij een van haar tunnelprojecten zonlicht van buiten de tunnel in waardoor overdag, juist als er veel tunnelverlichting nodig is, er veel minder kunstmatige lampen aan hoeven te gaan. Lees ook: De tunnel ligt er nog niet, maar de technici zitten al aan de knoppen De uitdagingen van innovatie Dit soort innovatieve oplossingen brengen ook uitdagingen met zich mee. Zo voldoet de eerder genoemde manier van ‘tunnelverlichting’ niet aan de normen, omdat deze niet met lampen worden verlicht. Ook komt Croonwolter&dros juridische uitdagingen tegen. Zo ontwikkelde de afdeling van Broekhuijsen een klimaatplafond dat aan de circulaire standaarden voldoet wat grondstofwaarde en herbruikbaarheidswaarde betreft. Alleen het circulaire verdienmodel ontbreekt, want dat is juridisch gezien ingewikkeld. Zodra je een plafond in een gebouw monteert, dan hoort het bij dat gebouw. Het liefst zou Broekhuijsen dat product leasen, want circulariteit gaat verder dan het product alleen. “Als iemand het alsnog weggooit, dan hebben we er niks aan gehad.” 'Als iemand het alsnog weggooit, dan hebben we er niks aan gehad' Uitdagingen als deze weerhoudt Croonwolter&dros er niet van om stappen te zetten, benadrukt Sminia. “Het moet duidelijk zijn dat wij niet wachten op een magisch proces. Wij voelen ons deels verantwoordelijk en worden ook uitgedaagd door deze opgave. We willen deel zijn van de oplossing.” Hij heeft moeite met ambities gericht op 2050. “Iedereen verliest zijn urgentiegevoel als het woord 2050 valt.” Daarom is hij enthousiaster over de visie van de Nederlandse overheid voor 2030: om 50 procent van de grondstoffen circulair of biobased te hebben. “Dat is concreter, dat moet de stip op de horizon zijn. We moeten gewoon naar 2030 toewerken.” Broekhuijsen vult aan dat Croonwolter&dros vooral binnen de eigen invloedsfeer moet zoeken naar medepioniers. “De overheid komt wel met beleid en normeringen; belasting op materiaal versus arbeid. Dat gaat vast wel gebeuren, maar daar hebben wij nu geen invloed op. Waar wij nu invloed op hebben is die pionier-projecten doen met opdrachtgevers die dat ook daadwerkelijk ambiëren en samen met ons die zoektocht aangaan, want dat brengt ons echt in een stroomversnelling.” Lees ook: Opvallendste innovaties tijdens de week van de circulaire economie 2021

Leestijd 7 minuten

Nieuws & Verhalen

Changemakers

Bedrijven


Producten & Diensten

Magazine


Lidmaatschap

Inloggen

Sluit je aan


Over Change Inc.

Over ons

Waarom Change Inc.

Team

Partnerships & Adverteren

Werken bij Change Inc.

Pers & media

Onze partners

Contact

Start

Artikelen

Changemakers

Bedrijven

Menu