Change Energie

GroenLeven

GroenLeven ontwikkelt en realiseert grootschalige zonne-energie in Nederland. Om zo efficiënt mogelijk met de schaarse ruimte om te gaan, specialiseert GroenLeven zich in ‘dubbelfuncties’. Zoals drijvende zonnepanelen of zonnepanelen boven zacht fruit, waardoor energie wordt opgewekt en tegelijkertijd kwetsbare frambozen worden beschermd tegen te uitbundig zonlicht. Roland Pechtold is algemeen directeur van GroenLeven. In 2018 was de omzet 70 miljoen euro, het hoofdkantoor zit in Leeuwarden.


“In 2025 is het mogelijk om subsidievrij zonneparken aan te leggen” 

GroenLeven ontwikkelt en realiseert grootschalige zonne-energie in Nederland. Om zo efficiënt mogelijk met de schaarse ruimte om te gaan, specialiseert GroenLeven zich in ‘dubbelfuncties’. Zoals drijvende zonnepanelen of zonnepanelen boven zacht fruit, waardoor energie wordt opgewekt en tegelijkertijd kwetsbare frambozen worden beschermd tegen te uitbundig zonlicht.  

“Onze missie is de wereld voorzien van schone energie”, zegt algemeen directeur Roland Pechtold van GroenLeven. Pechtold wordt naar eigen zeggen gedreven door oprechte zorgen over klimaatverandering. “We willen een bijdrage leveren aan de oplossing van het klimaatvraagstuk. Dat kunnen we alleen samen. Dus we werken intensief aan de energietransitie met omwonenden, bedrijven, corporaties zoals FrieslandCampina en Agrifirm, overheden, het onderwijs en netbeheerders.” 

Dubbelfuncties  

GroenLeven heeft zich gespecialiseerd in het bouwen van installaties voor zonne-energie op locaties, die al een andere functie hebben. “Nederland is een klein land, de ruimte is schaars. Daarom zoeken wij graag dubbelfuncties op. Denk aan zonneparken op grote daken, water, industrieterreinen, vuilstorten, parkeerplaatsen en boven zacht fruit zoals frambozen,” zegt Pechtold. “Én we gaan geen uitdaging uit de weg: zo hebben we ook een zonnepark gerealiseerd tussen de start- en landingsbaan van Groningen Airport Eelde, terwijl de luchthaven gewoon actief was.” 

In 2019 leverde het bedrijf zelfs een bijdrage van 1 procent aan de totale uitdaging van het Nationale Klimaatakkoord. Belangrijke onderdelen van dat klimaatakkoord zijn voor zonne-energie onder andere de zonneladder, in welke volgorde zonne-energie moet worden toegepast, en lokale participatie. “Wij vonden het bij de aanleg van een zonnepark altijd al belangrijk om de omgeving goed mee te nemen en te laten participeren. Je ziet dit dus overal terug bij onze bestaande projecten, zoals ons zonnepark in Emmen en het grootste drijvende zonnepark buiten Azië dat we hebben gerealiseerd op een zandwinplas in Zwolle. Deze zijn bijna volledig in lokaal eigendom. Dé verwezenlijking van het klimaatakkoord.” GroenLeven installeerde al meer dan 230.000 zonnepanelen op het water. 

Nederland is een klein land, “Singapore at the North Sea”, dus ruimtelijke ordening is vaak een heet hangijzer. Er heerst dan ook een discussie over het gebruik van landbouwgrond voor de opwekking van duurzame energie. Hoewel GroenLeven met de dubbelfunctie-strategie constructief in het debat zit, wijst Pechtold erop dat, op basis van een studie van TNO en de Universiteit Utrecht, in 2030 slechts 0,2 procent van de landbouwgrond nodig is voor energieopwekking om de doelstellingen te halen. “We moeten zorgvuldig omgaan met vruchtbare landbouwgrond, maar ook in landbouwgrond zitten gradaties.”  

Waar Pechtold kansen ziet, naast zonnepanelen boven zacht fruit, is de grond in de veengebieden. Dankzij het zakkende waterpeil en de oxiderende grond stoten die steeds meer CO2 uit; bovendien kampen boeren er met mislukte oogsten. “Als wij daar zonnepanelen mogen neerleggen, kunnen we de waterdaling tegengaan, de natuur een kans geven en tegelijkertijd energie opwekken. Tegen dit soort gebieden kan de landbouwsector geen nee zeggen.” 

Samenwerken met netbeheerders 

Naast efficiënt ruimtegebruik is samenwerking met de netbeheerders van cruciaal belang voor GroenLeven. Volgens de letter van de wet zijn de netwerkbedrijven verplicht om ieder nieuw zonnepark aan te sluiten op de infrastructuur, zodat de duurzaam opgewekte stroom de gebruiker kan bereiken. Maar de netwerkbedrijven hebben grote moeite om het tempo van de energietransitie bij te houden, omdat wind- en zonneparken vaak een verzwaring van de netwerken vereisen. “Samen met netbeheerders kijken we hoe we de transitie het beste kunnen realiseren”, zegt Pechtold. “We hebben het recht op een aansluiting, maar het moet wel uitvoerbaar zijn. Formeel sturen we weleens boze brieven naar elkaar, maar informeel werken we samen hard aan innovatieve oplossingen.”  

Samen met Alliander realiseert GroenLeven een proefproject waarbij een elektrolyser waterstof produceert van zonne-energie. Daarmee wordt het net ontzien. Met netwerkbedrijf Enexis koos GroenLeven voor een andere oplossing om het netwerk te ontzien op piekmomenten: ‘peak shaving’. “Dan knijpen we de energieopwekking zodanig af dat het netwerk het precies aan kan”, legt Pechtold uit. “Op dat moment verlies je even productie, maar het voordeel is dat het zonnepark wel gebouwd en aangesloten kan worden.” Het energieverlies is beperkt, ongeveer 2 tot 5 procent van de opgewekte stroom kan niet worden afgevoerd.  

Aanpassen van de beleidskaders 

Het belangrijkste is volgens Pechtold dat beleidskaders aangepast moeten worden om de energietransitie te faciliteren. Soms lijkt het namelijk of er een rem zit op de energietransitie. Dat zie je terug in vele vergunningstrajecten. “Dat kan écht niet meer”, alarmeert de GroenLeven-directeur. Wat is er volgens Pechtold dan nodig? “We moeten positief blijven denken en kritisch naar onszelf kijken”, oppert hij. “Want er is veel om wél trots op te zijn. Dankzij het klimaatakkoord en de Regionale Energie Strategieën (RES) is er nu veel meer landelijke regie, die we met lokale autonomie aan het invullen zijn.”  

Een ander positief voorbeeld ziet Pechtold in de manier waarop de samenspraak plaatsvindt tussen overheid, netwerkbedrijven en de bedrijven voor hernieuwbare energie. “Die drie partijen hebben elkaar echt gevonden”, merkt hij op. “De techniek is de afgelopen tijd enorm veranderd. De regels zijn nog gebaseerd op oude systemen. Met elkaar proberen we nu de regelgeving aan te passen.”  

Maatschappelijk draagvlak essentieel  

Maatschappelijk draagvlak is belangrijk voor energieprojecten. Dat wordt benadrukt in het klimaatakkoord en de Regionale Energie Strategieën. “Het is belangrijk samen met de omgeving zonne-energie te ontwikkelen en ervoor te zorgen dat de omgeving kan profiteren, in welke vorm dan ook. Maar bovenal gaat het om goede communicatie en échte inspraak in de plannen. Soms maken we aan de hand daarvan een park kleiner, veranderen we de indeling of passen we de landschappelijke inpassing aan. Wij vinden de panelen mooi, maar voor omwonenden helpt het vaak als we de zonnepanelen juist aan het blikveld kunnen onttrekken.”  

Lokale participatie gaat volgens Pechtold verder: “Bij elk van onze projecten kijken we hoe we lokale bedrijven kunnen aanhaken bij de ontwikkeling van het zonnepark. Zo gaat zo’n bron van groene energie echt leven in de regio. Wat ik bij ons zonnepark in Emmen erg mooi vind, is dat daar een educatiecentrum komt. Lokaal onderwijs en het lokale bedrijfsleven kunnen daar werken aan innovaties, onder andere op het gebied van zonne-energie, waterstofproductie, warmtetechnieken en het gebruik van biobased materialen. Werken aan het nu en aan de toekomst van de energietransitie.” 

Subsidievrij  

Waar nu nog subsidies nodig zijn om zonnestroom tegen concurrerende prijzen op de markt te krijgen, is het doel van GroenLeven om zo snel mogelijk subsidievrij te zijn. Pechtold: “De vraag naar schone energie blijft stijgen en daarmee ook de prijs van GvO’s (Garanties van Oorsprong). Steeds meer consumenten en bedrijven kiezen bewust voor hernieuwbare energie. Ik verwacht dat de businesscase van grootschalige zonne-energie binnen vijf jaar zo sterk is, dat we geen subsidies meer nodig hebben.” 

Artikelen over GroenLeven

Ed Nijpels: 'bevrijd netwerkbedrijven van knellende fossiele wetgeving met noodwet'

Change Energie

Ed Nijpels: 'bevrijd netwerkbedrijven van knellende fossiele wetgeving met noodwet'

De energietransitie gaat te langzaam, netwerkbedrijven worden in de uitvoering belemmerd door verouderde wetgeving en in Den Haag ontbreekt het gevoel van urgentie. Daarom moet er een noodwet komen die netwerkbedrijven meer armslag geeft om de benodigde infrastructuur aan te leggen. Volgens Nijpels, voorzitter van het voortgangsoverleg Klimaatakkoord, zijn het verzwaren van het stroomnet en het aanleggen van de waterstofbackbone ‘no regret’ maatregelen die niet moeten wachten op een kabinetsformatie. Nijpels deed de uitspraak in een vraaggesprek met Roland Pechtold, directeur van GroenLeven en Olof van der Gaag, directeur van de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie over de voortgang van de uitvoering van het Klimaatakkoord. “We worden ingehaald door het succes waarmee burgers en bedrijfsleven kiezen voor duurzame energie”, zegt Nijpels. Volgens Pechtold loopt de wetgeving daar hopeloos bij achter. “Die is nog helemaal gebaseerd op het oude fossiele energiesysteem van enkele tientallen systemen die centraal opwekten. Nu krijgen we enkele honderdduizenden systemen die alle kanten op gaan. Daar is de wet niet op aangepast.” Tijd voor een noodwet Een noodwet is dus een goed idee, denkt ook Van der Gaag, omdat de opwek van duurzame stroom sinds een paar jaar sterk toeneemt. “Sinds we onder leiding van Nijpels zijn begonnen met het Energieakkoord maken we serieus werk van de energietransitie. Het Klimaatakkoord staat op de schouders van het Energieakkoord en vooral de productie van duurzame elektriciteit gaat behoorlijk hard. Over negen jaar is driekwart van de stroom afkomstig van zon en wind. Vorig jaar was dat nog geen kwart. Dus dat is echt een spectaculaire versnelling.” "Over negen jaar is driekwart van de stroom afkomstig van zon en wind" Toch heeft Nederland geen reden tot juichen. De energietransitie gaat te langzaam en de doelen van het klimaatakkoord worden in dit tempo niet gehaald. “Het is mijn core business om ervoor te zorgen dat iedereen doet wat er is afgesproken, van overheid tot bedrijfsleven”, zegt Nijpels. “We hebben afgesproken 49 procent reductie van CO2 in 2030. Dat halen we met de huidige maatregelen niet. Als we alles wat we nu in de pijplijn hebben zitten uitvoeren halen we 43 procent. Daarbij komt dat de doelen vanuit Europa verhoogd zijn van 49 naar 55 procent in 2030. Dus dat is nog eens 6 procent erbij.” Ook Pechtold is kritisch: “We hebben nog acht en een half jaar tot 2030. Feit is dat we 2020 niet gehaald hebben, feit is dat we 2023 niet gaan halen. Feit is dat we vorig jaar voor 200 miljoen aflaatjes bij de Denen hebben moeten kopen.” Magere Nederlandse klimaatambities Ook laat de Nederlandse klimaatambitie te wensen over. “Nederland wil altijd graag koploper zijn”, zegt Nijpels. “Maar als je kijkt naar de Nederlandse ambities en naar de reductiedoelen die omringende landen hebben dan is er geen enkele reden om onszelf op de borst te kloppen.” Zo wil Denemarken in 2030 al 70 procent CO2-reductie hebben bereikt. Het Verenigd Koninkrijk 68 procent. Duitsland in 2030 65 procent en in 2040 88 procent. En Zweden wil in 2045 helemaal geen CO2 meer uitstoten. “Dan is die 55 procent, als dat straks in een nieuw regeerakkoord terechtkomt, een mager aanbod. We doen dan alleen wat moet en dat is buitengewoon bescheiden als je het vergelijkt met andere landen.” Andere urgentie Toch is het stellen van ambitieuze doelen maar een kant van de medaille, vindt Pechtold en stroken ze vaak niet met de praktijk van alle dag, waar hij met zijn bedrijf in opereert. “Ik zie een urgentie aan de bovenkant, bij Timmermans en landen die elkaar met ambities ‘overtoepen’. Maar in de praktijk is die urgentie heel anders. Daar voert de ‘not in my back yard’ de boventoon, daar worden grote zonne-energieprojecten van 50 tot 200 megawatt die door gemeentes en provincie zelf zijn geïnitieerd en waar wij op hebben ingeschreven, vier jaar later door de gemeenteraad weggestemd.” Ook sijpelen de hoge klimaatambities amper door naar regelgeving op een lager niveau. “Natuurlijk is het een mooi doel om 1,5 miljoen panelen op daken te leggen”, vervolgt Pechtold. “Maar van de 2.000 daken die wij in portefeuille hebben, kunnen we maar 20 procent van zonnepanelen voorzien. De belangrijkste reden is dat de draagconstructie niet berekend is op panelen. Toch is het Bouwbesluit daar niet op aangepast. Daarin staat nog steeds dat ik vandaag een distributiecentrum mag neerzetten met een dak dat niet stevig genoeg is voor zonnepanelen.” Daarbij komt dat elektriciteit slechts een klein deel uitmaakt van de hele transitie, zegt Van der Gaag. “We moeten over de hele linie versnellen. Want duurzame stroom opwek gaat snel maar elektriciteit is nu maar een vijfde van het totale energiesysteem. Bij warmte en transport moet het veel sneller gaan, via elektrificatie maar ook via andere bronnen zoals bijvoorbeeld aardwarmte.” De uitdaging is volgens Van der Gaag dat we heel veel dingen tegelijk moeten doen. “Je wint het EK voetbal niet omdat je hele goede voetbalschoenen hebt. Je hebt daarnaast nog veel meer nodig. Dat geldt ook voor de energietransitie.” Onderschatting Bovendien onderschatten we hoeveel energie we gebruiken. “De NVDE had laatst een peiling gedaan bij Motivaction met de vraag hoeveel zonne-energie denkt u dat Nederland heeft? Het antwoord was 19 procent. De werkelijkheid is 1 procent. Het is maar een fractie van het totaal. We doen allemaal heel veel goede dingen, bedrijven als Groenleven kunnen we echt trots op zijn. Maar het moet allemaal maal twee. De vraag is of de versnelling die nodig is wel haalbaar is. Onlangs oordeelde de Raad van State nog dat de milieunormen voor windmolens niet voldoen aan het Europese recht en dus moeten worden herzien. Dat kan de aanleg van windmolenparken ernstig vertragen. Volgens Pechtold is de enige oplossing het creëren van draagvlak. “We moeten steeds blijven uitleggen wat en waarom we het doen. En iedereen de kans geven te participeren. We moeten mensen meenemen in dit verhaal. Anders maak ik me grote zorgen of we 2030 gaan halen.” Nijpels is nog optimistisch. “Natuurlijk is het ondenkbaar dat de totale verbouwing van een land, dat een transitie van deze omvang, zonder problemen verloopt. Dan zouden we in een soort paradijs leven. Maar het kan. Begin juli werd bekend dat alle Regionale Energiestrategieën gezamenlijk 55 terrawatt in de aanbieding hebben, ruim 60 procent meer dan de 35 terrawatt die is gevraagd. Daarvan is 27 terrawatt al helemaal afgeprocedeerd. Daar is geen procedure meer tegen mogelijk.  Dus we kunnen meer dan 55 procent reductie halen. En dat in een ongelofelijk raar bestuurlijk klimaat. Want de regionale energiestrategieën hebben geen officiële status, dat hebben ze zelf georganiseerd.” Het gevaar van bestuurlijke onzekerheid Juist die bestuurlijke onzekerheid is gevaarlijk, waarschuwt Pechtold. “Ik ben heel blij met de regionale energie strategieën. Maar als we ervan uitgaan dat ze wel uitgevoerd zullen worden, sussen we onszelf in slaap. Ik zou heel graag willen dat die 'ressen' vertaald worden in provinciale plannen en gemeentelijk beleid. Nu worden ontwikkelingsmogelijkheden nog tegen gehouden door gemeentes die zeggen al voldoende duurzame energie opwek te hebben, terwijl er in de res wel nog ruimte is. Ook kunnen netwerkbedrijven dan beslissen waar ze die 150 onderstations gaan bouwen.” Volgens Nijpels kan de overheid met behulp van subsidies en boetes een belangrijke rol spelen in het versnellen van de transitie. “Bij de ontwikkeling van wind op zee heeft een ingenieus tendersysteem gezorgd dat we nu recordhouder zijn. En in het Klimaatakkoord zit een extra heffing voor bedrijven die niet voldoende doen. Op 14 juli komt de Europese Commissie met een pakket aan extra maatregelen om de 55 procent emissiereductie te halen. En we hebben het ETS systeem voor de zware industrie dat werkt. Je kan erover discussiëren of het streng genoeg is. Maar het gebeurt wel.” Kostbare tijd Volgens Van der Gaag zijn discussies over welke maatregel nou het beste werkt zonde van de kostbare tijd. “Als er een regeerakkoord komt van een A4tje dan heb ik maar een zin nodig en die luidt als volgt: verduurzamen maken we consequent goedkoper dan vervuilen. En als we dat stelselmatig voor alle burgers en bedrijven doorvoeren met belastingen en subsidies, dan gaat het hele systeem razendsnel de goede kant op. Dan creëer je een markt waarin bedrijven gewoon gaan bewijzen welke techniek gaat werken en waar ze mensen enthousiast voor kunnen krijgen.” En dat levert ook veel kansen op vindt Pechtold. “Hier lonkt een hele nieuwe industrie. Want hernieuwbare energie geeft niet alleen opgesteld vermogen. Maar intelligentie, digitalisering, weersvoorspellingen, alles wat daar nu bij gaat komen. En de integratie van het energiesysteem met andere sectoren zoals de landbouw, de woningbouw, architectuur.” Hoop Ook kunnen we hoop putten uit de versnelling die in de markt al zichtbaar is, vindt Pechtold. Anderhalf jaar geleden hadden we nog geen drijvend zonne-energie systeem, nu hebben we nummer tien opgeleverd. We hadden geen lokale participatie, nu verkopen we hele zonneparken aan energie coöperaties. Landbouw was tegen zonne-energie en vice versa, nu zijn we met agrisystemen bezig boven zacht fruit, boven appels als alternatief voor plastic. En dat in maar drie jaar tijd.” Bovendien krijgen duurzame oplossingen hun eigen aantrekkingskracht, denkt Van der Gaag. “Want iedereen die zonnepanelen heeft of een elektrische auto rijdt zal hem aanraden aan zijn vrienden. We moeten niet doen alsof het alleen maar ellende is die we mensen door de strot proberen te wringen. Maar ook echt dingen die het leven leuker maken.” "Er is uiteindelijk geen plaats meer voor bedrijven die niet serieus aan de slag gaan met duurzaamheid", zei Nijpels in een eerder interview. In hoeverre is er volgens hem sprake van een strijd tussen verduurzaming en winst maken? Netbeheerders staan voor een immense opgave. Hoe ziet volgens hun het enegriesysteem eruit in 2050?

Leestijd 9 minuten

Als het aan GroenLeven ligt, telen we straks al ons fruit onder zonnepanelen

Change Energie

Als het aan GroenLeven ligt, telen we straks al ons fruit onder zonnepanelen

Teler Maarten van Hoof uit het Brabantse Olland bedacht twee jaar geleden dat hij wel zonnepanelen wilde aanschaffen, zodat hij zijn eigen energie kan opwekken en daarmee zijn bramen, frambozen en asperges kan telen. Hij besprak het idee met zijn collega-teler Piet Albers uit Babberich. “Toevallig had Piet hetzelfde idee besproken met zijn broer, en wilden ze kijken of het mogelijk was frambozen en bramen onder zonnepanelen te telen.” Ze hadden al contact met zonne-energiespecialist GroenLeven om de mogelijkheden te bespreken. Daar wilde Van Hoof ook graag bij aanhaken. Lees ook: Eerste grote zonnepark op actieve luchthaven geopend Onderzoeksresultaten Van Hoof bleek niet de enige teler die de dubbelfunctie een goed idee vond. Afgelopen seizoen zijn er door GroenLeven bij vijf telers proefopstellingen geplaatst om te meten hoe de gewassen groeien onder de zonnepanelen. Piet Albers teelt zelfs al volledig onder de zonnepanelen. Deze panelen zijn transparanter dan normale zonnepanelen; de planten hebben immers zon nodig om te kunnen groeien. De Wageningen Universiteit en Research (WUR) doet ondertussen, in opdracht van GroenLeven, onderzoek naar de impact van de panelen op de gewassen. Uit de eerste onderzoeksresultaten blijkt dat het fruit onder de zonnepanelen van dezelfde kwaliteit is als het fruit dat op de conventionele manier is geteeld; onder stellages met plastic folie. Ook komt er dezelfde hoeveelheid ziektes voor als bij de folieteelt. Rode bessenstruiken produceren meer bessen onder de panelen, omdat ze beter beschermd zijn tegen hagel en regen. Frambozenstruiken leveren hetzelfde op als voorheen, aardbeien en bramen produceren minder vruchten. Maar de onderzoekers stellen dat dit komt omdat de test te laat in het seizoen startte, en de aardbeien onder donkerdere zonnepanelen stonden. Het fruit onder de meer transparante panelen groeit gemiddeld beter. Aardbeien en bramen worden daarom dit jaar opnieuw getest. Van de blauwe bessenteelt zijn nog geen resultaten binnen omdat dat seizoen pas later begint.   De grond wordt 180 procent benut Willem de Vries is projectleider bij energieleverancier GroenLeven. Hij realiseert slimme oplossingen voor dubbelgebruik. “Door op de grond te telen en tegelijkertijd duurzame energie op te wekken met de zonnepanelen, wat we Agri-PV noemen, wordt de grond voor 180 procent benut,” zegt De Vries. Dat sluit aan bij de visie van GroenLeven om van zonne-energieopwekking in dubbelfuncties de norm te maken en zo een substantiële bijdrage te leveren aan de energietransitie. En dat komt goed van pas in het dichtbevolkte Nederland. De Vries prijst de telers voor hun lef mee te doen aan de pilot. “Naast dat wij natuurlijk continu aan het innoveren zijn met dit systeem om de beste resultaten te krijgen voor zowel de teelt als de elektriciteitsopbrengst, verandert er voor ons niet zoveel. Wij blijven systeemeigenaar en installeren de speciale panelen, maar aan de kant van de teler verandert er van alles. Die moet bijvoorbeeld rekening houden met hoe en wanneer hij teelt. Daarom wil ik mijn respect uitspreken, we hebben dit soort telers echt nodig in de energietransitie.” Lees ook: Hoe komen we aan meer technici om de energietransitie te versnellen? Verandering komt niet vanzelf Want bij het kiezen voor deze zonnepanelen met dubbelfunctie komt veel kijken. Dat komt ook omdat je voorop loopt, vertelt teler Van Hoof: “De subsidieaanvraag werd meerdere keren afgewezen want de vergunning was niet toereikend. Via spreektijd bij de gemeente maakte ik duidelijk dat er qua bouwwerk weinig verandert, dat alleen de stellages met folie waarmee we de vruchten beschermen vervangen worden door zonnepanelen. Daar kon ik ze gelukkig van overtuigen.” Zo kon Van Hoof vorig jaar de eerste 1.100 vierkante meter van zijn landbouwgrond bedekken met zonnepanelen, en daarmee de folieoverkappingen vervangen. Dat is meteen een stuk duurzamer omdat de folieoverkappingen vooral uit plastic bestaan. Verder is er minder kans op verbranding van het fruit omdat er minder lichtinval is, en daarom haalt Van Hoof de frambozen en bramen dit jaar op een later moment uit de koeling. “Omdat er minder zon door de panelen komt is de oogst eronder met twee weken verlaat. Vorig jaar begonnen we op 1 juni met het neerzetten van de planten, dit jaar wil ik al medio april beginnen.” Van vijf naar twee maanden plukken Als de opbrengst ook onder de pilotpanelen goed is, wil hij het liefst al zijn zachte fruit (10 hectare) onder de zonnepanelen telen. “Dan kan ik de groene stroom die ik opwek ook gebruiken voor de koelcellen en de huisvesting van de arbeidsmigranten die bij mij komen plukken.” Daarvoor moet Van Hoof zijn koelcapaciteit uitbreiden, omdat het fruit onder de panelen op hetzelfde moment rijp is. “Daar zit de uitdaging; waar we nu in vijf maanden plukken zullen dat er twee worden. Daarom heb ik ook meer plek nodig om meer arbeidsmigranten te huisvesten tijdens de plukperiode. Maar een groot voordeel is ook dat ik geen folie meer hoef aan te kopen, en natuurlijk dat ik duurzame energie opwek.” Van Hoof laat de investering nog afhangen van hoe zijn bramen en frambozen het dit jaar doen, maar hij heeft er veel vertrouwen in. Het liefst zou hij ook zijn aspergegrond dubbel gebruiken, maar dat is nog lastig met de snoeren van de zonnepanelen die over de grond lopen: asperges staan immers in de volle grond, en zacht fruit staat in potten. Bij GroenLeven staan ze altijd open voor innovatieve ideeën, vertelt De Vries. “We gaan de komende twee jaar ook een pilot doen met kersen, appels en peren. We vinden het belangrijk eerst te weten wat het met het gewas doet, voor we de panelen echt gaat aanleggen.” Als dat opnieuw een succes blijkt zullen steeds meer telers kiezen voor verduurzaming door middel van een dubbelfunctie van hun landbouwgrond.   Lees ook: Gemeenten mogen vanaf 2022 zonnepanelen op daken verplichten

Leestijd 5 minuten

Nieuws & Verhalen

Changemakers

Bedrijven


Producten & Diensten

Magazine


Lidmaatschap

Inloggen

Sluit je aan


Over Change Inc.

Over ons

Waarom Change Inc.

Team

Partnerships & Adverteren

Werken bij Change Inc.

Pers & media

Onze partners

Contact

Start

Artikelen

Changemakers

Bedrijven

Menu