Jörg Gigler 08 december 2021, 07:00

Topsector Energie: Fabeltjes over waterstof ontkracht

De energietransitie is een veelkoppig monster. De overgang van een fossiel naar een duurzaam systeem vereist nieuwe visies, systeemaanpassingen, technologische doorbraken, nieuwe business modellen en sociale innovaties. In een serie van zes blogs belichten de experts van Topsector Energie verschillende aspecten van de energietransitie. Deel 3: Meningen tellen niet voor waterstof, alleen feiten.

Energieblog In een serie van zes blogs belichten experts van de Topsector Energie verschillende aspecten van de energietransitie.

Waterstof is populair. Iedereen heeft het erover. Tientallen landen hebben een waterstofstrategie gelanceerd. Bedrijven starten met concrete waterstofprojecten. Kennisinstellingen werken aan alle onderdelen van de waterstofketen. En regionale organisaties timmeren aan de weg met field labs en demonstratieprojecten waar kennis- en onderwijsorganisaties betrokken zijn. Kortom, het gaat goed met waterstof.

Dit succes leidt ook tot verhitte discussies over nut en noodzaak van waterstof. Gek genoeg zijn alle beweringen van voor- en tegenstanders waar. Groene waterstof is nu nog duur: inderdaad, maar er is perspectief op forse kostprijsreducties. Waterstof is inefficiënt: ook dat klopt, maar hangt af waarmee je dat vergelijkt. En waterstof is alleen voor de industrie: de tijd zal het leren. Het is goed om discussie over waterstof te voeren. Wat echter jammer is, is dat veel uitspraken over waterstof zeer stellig en als feiten worden gebracht. Dat helpt niet als we keihard aan de bak moeten om onze klimaatdoelstellingen te halen.

Hier wil ik drie veelvoorkomende stellingen noemen die nuancering behoeven. De eerste is “dat groene waterstof nu nog duur is maar in de toekomst spotgoedkoop wordt”. Deze stelling wordt onderbouwd door erop te wijzen dat in het Midden-Oosten, Noord-Afrika of Australië waterstof te produceren is voor 1 euro per kg. Dat is onder de kostprijs van grijze, uit aardgas geproduceerde waterstof. In zeer grootschalige projecten in de genoemde gebieden maakt men zonnestroom voor 1 eurocent per kWh. Als er voor een kilo waterstof 55 kWh aan stroom nodig is en je daar enkele Eurocenten bij optelt voor de kapitaalkosten van het elektrolyseapparaat, dan is 1 Euro per kg aannemelijk. Daar komen echter nog transportkosten bij als we waterstof hier willen inzetten, die variëren tussen 1 en 2 euro per kg.

Maar belangrijker dan de kostprijs is de vraag tegen welke marktprijs waterstof beschikbaar komt? Als waterstof zich grootschalig ontwikkelt, en weinigen twijfelen daar nog aan, dan ligt het voor de hand dat een regionale en wellicht mondiale commodity-prijs ontstaat. En dan treden economische wetten in werking. Het valt te verwachten dat, net als bij vloeibaar aardgas nu het geval is, Zuidoost-Azië een belangrijke vraagmarkt is die de prijs in belangrijke mate bepaalt. Kortom; het valt dan nog wel te betwijfelen hoe goedkoop de waterstof uiteindelijk wordt.

Jörg Gigler: “We moeten ons niet op ongenuanceerde stellingen en one liners baseren, maar op de feiten.”

De tweede stelling is dat “we beter waterstof kunnen importeren dan zelf produceren”. Dat bevalt te bezien. De uitfasering van de gaswinning uit het Groningen-veld toont aan dat we met een beperkte eigen productie aan aardgas zijn overgeleverd aan de internationale energiemarktdynamiek met op dit moment torenhoge prijzen. Alleen al vanuit dat oogpunt is eigen productie verstandig.

Maar veel belangrijker is dat we waterstof nodig zullen hebben om het grote potentieel aan offshore-wind optimaal te kunnen gebruiken in het Noordwest-Europese energiesysteem waar Nederland deel van uitmaakt. Er komt namelijk een moment dat aanlanding van offshore wind in de vorm van elektriciteit niet meer mogelijk en wenselijk is, bijvoorbeeld vanwege de ontwikkeling van windparken verder op zee en beperkte transmissiecapaciteit. Alleen al daarom is waterstofproductie in ons eigen land noodzakelijk. Het mes snijdt aan twee kanten: we zijn minder overgeleverd aan de grillen van de internationale markt en we gebruiken ons enorme offshore-windpotentieel optimaal.

De derde stelling is dat “waterstof in de industrie thuishoort”. Dat klinkt logisch en is het ook. Uit de industrie zal veruit de grootste vraag naar waterstof komen. Tegelijkertijd kunnen we nu nog niet uitsluiten dat waterstof ook in het vervoer en de gebouwde omgeving onderdeel van het pallet aan opties wordt. In deze sectoren is de zoektocht naar haalbare verduurzamingsopties gaande. Elektrische warmtepompen en batterij-elektrische voertuigen hebben zich al ruimschoots bewezen. Maar in historische binnensteden en voor het zwaar transport over lange afstanden zijn nog geen geschikte oplossingen voorhanden. Daarnaast moeten we ook oog hebben voor de systeemimplicaties: kan het elektriciteitsnetwerk de verwachte hoge capaciteiten straks nog aan, hoeveel opslag en back-upcapaciteit is er nodig? Deze vragen sluiten waterstof in deze toepassingen niet bij voorbaat uit. En die beperking moeten we onszelf niet opleggen.

Deze drie stellingen illustreren dat er nog veel te leren en te innoveren is. Dat moeten we onderkennen en we moeten er naar handelen. We helpen de energietransitie niet vooruit met meningen. Mijn pleidooi is om vooral met een nieuwsgierige blik naar deze ontwikkelingen te kijken, elkaar continu te blijven bevragen en toe te geven dat we veel nog niet weten. We moeten vooral feiten boven tafel krijgen in de gezamenlijke zoektocht waarin. Met aanvullend onderzoek en demonstratieprojecten komen we verder. We moeten ons niet op ongenuanceerde stellingen en one liners baseren, maar op de feiten. Alleen dan maken we de beste keuzes in de de energietransitie en hebben we de meeste kans om de klimaatdoelstellingen te halen.

Jörg Gigler is Directeur TKI Nieuw Gas | Topsector Energie

Het Betoog

Change Inc. waardeert de betrokkenheid van lezers en toekomstmakers zeer. Ook een opinieartikel aanleveren voor de rubriek ‘Het betoog’? Stuur de bijdrage naar hoofdredacteur Roy op het Veld: roy@change.inc. Het artikel moet een wezenlijke bijdrage leveren aan het debat en iets toevoegen aan wat al eerder op Change Inc. verschenen is. De redactie beslist over plaatsing.

A.s.r. bouwt fossiele investeringen sneller af

Al sinds 2015 bouwt a.s.r fossiele beleggingen af door steeds striktere beleggingscriteria te hanteren. Nu gaat de verzekeraar fossiele investeringen nog sneller afbouwen, zo maakte het vanmorgen met een persbericht bekend. Een voorbeeld daarvan zijn de beleggingen in producenten van zogenoemde 'thermische' steenkool en onconventionele olie- en gasproducten, zoals schaliegas en teerzanden. Van de circa 80 miljoen euro beleggingen in dit soort producenten resteert nog circa 17 miljoen euro. "Dit restant wordt zo snel als verantwoord mogelijk is afgebouwd", laat een woordvoerder desgevraagd weten. Afbouw ‘conventionele’ fossiele beleggingen Naast beleggingen in onconventionele fossiele bedrijven (zoals schaliegas), heeft a.s.r. ook investeringen in conventionele olie- en gasbedrijven. Die beleggingen gaat het vanaf volgend afbouwen. De verzekeraar houdt van 2022 tot 2024 de vinger aan de pols of de doelstellingen van de bedrijven waarin het investeert in lijn liggen met het klimaatakkoord van Parijs. Als dit niet het geval is, gaat a.s.r. in eerste instantie in gesprek met de bedrijven. Als er dan nog steeds geen uitzicht is op een 'Paris proof'-belegging dan verkoopt a.s.r. de belangen. Op dit moment heeft de verzekeraar in totaal 300 miljoen euro in dit soort bedrijven zitten. Ook bedrijven in de fossiele keten en bedrijven uit de meest broeikasgas-intensieve sectoren legt de verzekeraar onder de loep. Het gaat om een portefeuille van circa 320 miljoen euro met daarin onder andere energiebedrijven en ondernemingen die actief zijn in transport en basismaterialen. In 2030 wil a.s.r. de CO2-uitstoot van de gehele beleggingsportefeuille met 65 procent hebben teruggebracht ten opzichte van 2015. Lees ook dit eerdere interview met CEO Jos Baeten. Waarom is hij voorstander van een guerrilla-tactiek als het om duurzaamheid gaat? Positieve invloed vergroten A.s.r. zegt de positieve bijdrage aan de maatschappij te willen vergroten. Het kapitaal dat vrijkomt van de verkoop van fossiele aandelen wordt geïnvesteerd in de energietransitie. Ook andere duurzaamheidsthema’s zoals gezondheid, vitaliteit, inclusie en financiële zelfredzaamheid hebben de belangstelling van a.s.r. In 2024 moet de totale portefeuille in impact investeringen oplopen naar 4,5 miljard euro. Beleggen in thema's. Hoe werkt dat en wat levert het op? Pieter de Marez Oyens (BNP Paribas AM) legt het uit in een video. Volgens de persvoorlichter hebben de aangescherpte plannen geen relatie met het recente nieuws van ABP. Dat grote pensioenfonds maakte onlangs bekend te stoppen met beleggingen in fossiele producenten. "Dit zat al langer in de planning bij a.s.r., getuige ook onze ondertekening van het Nederlands Klimaatakkoord, waarin dergelijke doelstellingen zijn opgenomen. Dit is het moment waarop we deze doelstellingen concreet hebben en publiceren. Ook de komende jaren zullen we vervolgstappen blijven zetten", aldus de persvoorlichter. Waarom stopt pensioenfonds ABP met beleggen in fossiel? Lees het hier.Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.